Noorse wreker in een groteske onderwereld

Nils Dickman: zijn naam heeft hij alvast niet mee. Pilaar van de samenleving: met zijn sneeuwploeg – 4.000 ton sneeuw per uur, werpafstand 30 tot 35 meter – houdt hij de wegen rond het Noorse dorp Beitostølen sneeuwvrij. Een soort padvinder, vindt hijzelf, al baant hij steeds hetzelfde pad door de rimboe.

Tot zijn wereld instort: zoon Ingvar kruist het pad van een bende, die de moord op hem camoufleert als overdosis heroïne. Zijn vrouw stort in en de radeloze Dickman wil er een eind aan maken – tot hij de ware toedracht hoort. Dan verandert de brave burger in een wreker uit de Charles Bronson-school en slaat In Order of Disappearance soepel om in tarantineske komedie gekruid met Scandinavische galgenhumor. Zo volgt op elke dode een rouwadvertentie, waarmee regisseur Moland naar eigen zeggen wil aangeven dat moord niet niks is – al laat hij het kerkhof met zichtbaar plezier vollopen. Terwijl Dickman zich met vastberadenheid en beginnersgeluk een weg door de gangsterhiërarchie ploegt, ontketent hij per ongeluk een bendeoorlog tussen de opdrachtgever, de Noorse gangsterbaas The Count, en een Servische drugsbende.

De Noorse regisseur Hans Petter Moland trekt met In Order of Disappearance de lijn door van A Somewhat Gentle Man (2010): een droeve misdaadkomedie met Stellan Skarsgård als antiheld, kraakheldere cinematografie van Philip Øgaard, laconieke dialogen – Serviërs die zich verbazen over Noren die hondendrollen in boterhamzakjes verpakken – en groteske personages die juist door hun excentriciteit iets authentieks krijgen. Zoals The Count, een veganistische, opvliegende gangster verwikkeld in een vechtscheiding: Steve Jobs in de drugshandel. Resultaat is een stijlvolle, cynische en soms originele variant op de wraakfilm waarin een gewone man het opneemt tegen criminelen en zelf een schoft wordt.