Net zo luguber en onheilspellend als zijn films

In Brussel is fotografisch werk te zien van David Lynch: ‘kleine verhalen’ die de bezoeker zelf moet verzinnen bij cryptische beelden.

David Lynch voor een van zijnheads: foto’s van hoofden zonder gezicht op de expo Small Stories Foto Richard Dumas

Naast de ingang van de keldergewelven van Cinema Galeries zijn blauwe gordijnen opgehangen en flikkeren theelichtjes. De spookachtige elektronische muziek die binnen tegen de wanden kaatst, klinkt angstaanjagend en tegelijk sensueel. Met de sfeer zit het goed, op de expositie met fotografische werken van regisseur David Lynch in Brussel.

Onlangs werd bekend dat Lynch na 25 jaar zal meewerken aan een derde seizoen van zijn succesvolle tv-serie Twin Peaks. Fans die niet tot 2016 willen wachten, kunnen in Brussel terecht voor een blik op een van de vele nevenactiviteiten van de maker van Blue Velvet (1986) en Mulholland Drive (2001): fotografie. De baliemedewerker die me naar de kelder stuurt, waarschuwt: „Het kan een beetje eng zijn.”

Het eerste wat je ziet bij binnenkomst, is een filmpje met het tollende hoofd van John Nance, de hoofdrolspeler van Lynch’ doorbraakfilm Eraserhead (1977). Zodra je ogen gewend zijn aan het duister, blijkt dat in dezelfde ruimte nog vijftien foto’s hangen van hoofden zonder gezichten. Ogen, neuzen en monden zijn vervangen door onweersbuien, huidplooien of de schaduw van een hand. De overeenkomsten met het werk van surrealisten als René Magritte zijn overduidelijk, en niet onverwacht. Lynch is een groot bewonderaar van het surrealisme.

Uitleg bij de 55 werken – drie korte filmpjes en fotocollages die op de computer lijken te zijn gemaakt – ontbreekt. De expo, die eerder te zien was in het Maison Européenne de la Photographie (MEP) te Parijs, werd door Lynch small stories gedoopt. Bedoeling is dat de ‘verhalen’ uit de titel spontaan ontstaan in de verbeelding van toeschouwers tijdens het bekijken van de cryptische zwart-witbeelden. De werken zijn gegroepeerd rond motieven uit Lynch’ films zoals ‘dromen’ en ‘ramen’. Lynch’ werken hebben vaak iets onafs, zijn onscherp, of zo uitvergroot dat de pixels zichtbaar zijn zoals op Dream#1 waar je een kinderlijke figuur ziet rennen voor een speelgoedautootje.

De meeste werken zijn gemaakt in 2014, maar voelen als ‘vintage Lynch’; zoals de naakte dame die in een slaapkamer staart naar een dwerg van wie het gezicht bestaat uit grove pixels. Aan mysterie en sfeer dus geen gebrek in Brussel.

Jammer genoeg ontbreekt in Lynch’ fotografisch werk wel een derde kenmerk van zijn films: absurde humor. Op de expo blijkt hoe noodzakelijk dat is om zorgvuldig opgebouwde spanning dragelijk te houden. Het hysterisch met zijn armen zwaaiende wezen dat aan het slot van de expo opduikt in een door Lynch gemaakte videoclip voor de indieband Interpol, voelt als een verademing.