Het neutrale Nederland lustte zijn prenten met pinhelmen niet

Louis Raemaekers had in 1917 oplages van meer dan een miljard. Nu is Nederland hem een beetje vergeten.

Louis Raemaekers’ De drie koningen uit het Oosten uit maart 1915. Beeld Limburgs Museum

Na zijn overlijden in 1956 rekende The New York Times hem tot de invloedrijkste figuren van de Eerste Wereldoorlog: „Er waren ongeveer een dozijn figuren – keizers, koningen, staatsmannen en legerleiders – die overduidelijk beleid maakten en leiding gaven bij de gebeurtenissen. Buiten die kring van groten was Louis Raemaekers de enige die ooit zonder medewerking, titel of departement, het lot van volkeren veranderde.”

Nederland vergat hem een beetje. Politieke prenten van tijdgenoten als Albert Hahn en Johan Braakensiek werden hoger aangeslagen dan die van Raemaekers. Twee tentoonstellingen, een grote in Venlo en een kleinere in zijn geboorteplaats Roermond, en een rijk geïllustreerd boek van Ariane de Ranitz zetten hem nu, honderd jaar na zijn hoogtijdagen, weer in het volle licht.

De Roermondenaar Raemaekers, aanvankelijk tekenleraar, begon in 1906 als maker van een wekelijkse politieke prent bij het Algemeen Handelsblad. Die samenwerking stopte in 1909. „Wij hebben gezien, dat zulk een prent, om aardig te zijn, te dikwijls fel partijdig moet zijn en daardoor onbillijk wordt.” Kennelijk regeerde de voorzichtigheid, want Raemaekers stond niet bekend als erg uitgesproken. De Telegraaf bood de weggestuurde Raemaekers een nieuw podium. Voor die opdrachtgever bleef hij hetzelfde soort werk maken.

Zijn toon veranderde bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Van mildheid was nu nog maar zelden sprake. In eerste instantie uitte Raemaekers zijn afkeer van de gruwelen in het algemeen. Maar al snel richtte zijn woede zich op één kant. „Vooral van de ontzettende beestachtigheden die in het begin van den oorlog systematisch door de Duitschers werden bedreven hoorde ik door de menschen zooveel onweerlegbare feiten dat alles in mij kookte.”

In het neutrale Nederland moesten de autoriteiten weinig hebben van Raemaekers nieuwe prenten met pinhelmen en keizer Wilhelm II in de rol van slechterik. De hoofdredacteur van De Telegraaf ging er zelfs het gevang voor in. Het gerucht ging dat de Duitsers een prijs op Raemaekers’ hoofd hadden gezet.

Bij de geallieerden was de tekenaar juist meer dan welkom. Alleen al in 1917 kende zijn werk, onder meer verspreid via sigarettenpakjes, een oplage van meer dan een miljard stuks. Raemaekers bezocht de fronten, schoof aan tafel bij staatshoofden en ontving talrijke hoge onderscheidingen. Na 1918 tekende hij nog ruim twee decennia, maar zijn wereldroem en scherpte uit de oorlogsdagen waren verleden tijd.

Expo’s: ‘Ten strijde met potlood en pen, Louis Raemaekers (1869-1956) herontdekt’, t/m 12 april in het Limburgs Museum in Venlo. ‘Louis Raemaekers: van Roermondenaar tot wereldburger’, t/m 25 januari in het Cuypershuis (Roermond)