Guantánamo blijft schandvlek

Afgelopen zondag is de Syriër Abu Wa’el Dhiab opgenomen in een militair ziekenhuis in Uruguay. Als hij weer op krachten is, mag hij gaan en staan waar hij wil. De vrijlating dit weekend gold ook drie Syriërs, een Palestijn en een Tunesiër met wie Dhiab jarenlang opgesloten zat in Guantánamo Bay, Cuba. De zes zaten twaalf jaar bij het Amerikaanse leger in voorlopige hechtenis en komen nu vrij, in Zuid-Amerika. Met de complimenten van Uruguay’s president, José Mujica, zelf oud-politiek gevangene.

Met deze invitatie stelt hij zich onbaatzuchtig en menslievend op, wat zeldzaam is. Het is een houding die Nederland niet kan opbrengen. Andere Europese landen zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Portugal en Duitsland accepteerden wel gevangenen uit Guantánamo.

Ooit, in 2002, werd het zestal verdacht van betrokkenheid bij terreur en opgepakt, in Afghanistan of elders. Inmiddels staat vast dat zij niet meer dan figuranten in de strijd tegen Al-Qaeda waren, tegen wie de VS geen bewijzen hebben. De VS zoeken voor nog 79 onschuldige gedetineerden uit deze categorie huisvesting elders op de wereld.

Dit jaar werden negentien gevangenen op deze manier elders ondergebracht. Vooral omdat het Congres deze onschuldige buitenlanders niet op Amerikaans grondgebied wil toelaten. De reden: angst en argwaan. Ook de transfer naar Uruguay stuitte binnen de eigen regering op tegenwerking. Minister van Defensie Hagel weigerde lang de vrijlatingspapieren te tekenen, tegen de wens van het Witte Huis in. Maar er zit dus beweging in het vrijlaten van de gedetineerden uit Guantánamo. Deze detentie kan beschouwd worden als de meest langdurige en mogelijk ernstigste mensenrechtenschending waartoe een naoorlogse westerse democratie zich heeft laten verleiden. Die was gebaseerd op machtsvertoon, gevoed door angst, gekrenkte trots en vergeldingsdrang. En werd politiek mogelijk gemaakt door president Bush, voor wie het doel alle middelen heiligde.

Het leidde tot ontvoering, marteling en opsluiting met voorbijgaan aan de principes van de rechtsstaat. Recht op vrijheid, op een eerlijk proces, op bescherming van het lichaam. Fundamentele rechten zijn genegeerd, die in de Bill of Rights uit 1789 als volstrekt vanzelfsprekend erfgoed in de Verenigde Staten worden gekoesterd. Toen het land echter op 9/11 grote terreuraanslagen op eigen grondgebied onderging, gingen ze overboord. Hoe de VS de eigen rechtsstaat zo vergaand konden verloochenen, is een raadsel. Het land wil nu van zijn Cubaanse schandvlek af. Dat is ook een belang van de bondgenoten – net als Uruguay kunnen die de VS daarbij helpen.