Groeiende inkomensongelijkheid remt de economische groei

Overheden die inkomens herverdelen maken hun samenleving niet alleen eerlijker, maar ook rijker.

De stijgende inkomensongelijkheid in de geïndustrialiseerde wereld schaadt de economische groei. Dat concludeert de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, waarbij 34 industrielanden zijn aangesloten) in een gisteren verschenen studie.

In het debat over ongelijkheid wordt vaak de vraag gesteld of het eigenlijk kwaad kan als de verschillen tussen de hoogste en lagere inkomens groter worden. Als iedereen maar een bepaalde ondergrens weet te halen, moet het geen probleem zijn dat de rijken rijker worden, is de gedachte.

Onderzoek van de OESO toont nu aan dat de groei in inkomensongelijkheid zoals die in de afgelopen twintig jaar heeft plaatsgevonden, de economie van de geïndustrialiseerde landen 0,35 procent groei per jaar kost.

De bovenste 10 procent van de inkomensladder verdient nu 9,5 keer zoveel als de onderste 10 procent. In de jaren tachtig was dit nog zeven keer zoveel. Door de stijgende ongelijkheid zijn Mexico en Nieuw Zeeland naar schatting ruim 10 procent groei misgelopen. Het Verenigd Koninkrijk heeft bijna 9 procent gemist, en de VS tussen de 6 en 7 procent. In Nederland, België en Frankrijk is de ongelijkheid niet veel gegroeid. In Griekenland en Turkije is die kleiner geworden.

De schade aan de economische groei ontstaat vooral doordat inkomensongelijkheid gepaard gaat met slechtere kansen voor de achterblijvers, stelt de OESO. Deze groep krijgt minder en slechter onderwijs en ontwikkelt minder vaardigheden. De kennis en vaardigheden van mensen met laagopgeleide ouders gaan achteruit naarmate de inkomensongelijkheid groter wordt. Grotere verschillen tussen arm en rijk remmen dus de opwaartse sociale mobiliteit. Andersom groeien kennis en vaardigheden van mensen met hoogopgeleide ouders niet mee met de ongelijkheid.

Herverdeling van inkomen via belastingen en sociale regelingen hoeft de economie niet te schaden, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen. Overheden die hiervoor kiezen maken hun samenleving dus niet alleen eerlijker, maar ook rijker, concludeert de OESO.

Die overheden moeten zich niet alleen richten op echte armoedebestrijding bij de onderste 10 procent. Ook de 30 procent daarboven, de lagere middenklasse, dreigt de boot te missen, bijvoorbeeld door slechte toegang tot onderwijs en gezondheidszorg van hoge kwaliteit. Overheden zouden de herverdeling vooral moeten richten op gezinnen en jongeren. Ook moet er meer geïnvesteerd worden in scholing tijdens de loopbaan.