En hoe is het intussen op Guantánamo Bay?

Uruguay neemt zes gedetineerden op uit de terreurgevangenis die president Obama wil sluiten. Andere landen deden dat eerder. Waarom?

Advocate Cory Crider tweette maandag een foto van de zonsondergang in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. Bijgevoegd de woorden: „Niet slecht voor Abu Wa’el Dhiabs eerste dag als een vrij man.”

Twaalf jaar zat de 43-jarige Syriër gevangen op Guantánamo Bay, de marinebasis op Cuba waar de Verenigde Staten sinds 2002 ruim 680 verdachte Al-Qaeda- en Talibaanstrijders vastzetten. Hij doorstond ondervragingen, mishandelingen, dwangvoedingen. Maandag kwam hij, samen met vijf anderen, vrij. Uruguay was – naar verluidt na een jaar onderhandelen – bereid hen op te nemen.

Daarmee staat de teller dit jaar op 19 vrijgelaten gevangenen. Twee weken geleden vertrokken er drie Jemenieten naar Georgië en een Jemeniet en een Tunesiër naar Slowakije. Dat is nog verre van wat president Obama bij zijn aantreden begin 2009 beloofde.

Het begin is er

Maar er lijkt enig schot te zijn in zijn poging Guantánamo te ontdoen van de 67 gevangenen die voor vrijlating in aanmerking komen (op een totaal van 136), en de gevangenis uiteindelijk te sluiten.

Het aanbod van Uruguay is daarbij van groot belang, groter dan dat van Georgië of Slowakije. In Europa, ook bij Nederland, stuitte de Amerikaanse president meerdere keren op dichte deuren; slechts een klein aantal landen was bereid ‘zachte’ gevallen op te nemen.

Het ging dan om gevangenen die bij terugkeer naar eigen land zouden worden gemarteld, onder wie Oeigoeren, een Chinese minderheid die in eigen land zou worden vervolgd, en Oezbeken.

Het grootste probleem voor Obama zijn Jemenieten en Syriërs. In het Congres heerst fikse weerstand tegen het idee hen terug te sturen naar hun thuislanden, vanwege de aanwezigheid daar van Al-Qaeda en Islamitische Staat (IS). Een reportage eind oktober van FoxNews waarin werd gesuggereerd dat voormalige Guantánamo-gevangenen meevechten met IS, versterkte dat gevoel.

In reactie op de uitzending zei minister van Defensie Chuck Hagel dat hij „zich bewust was” van en „zich zorgen maakte” over „recidivisme”.

„Wat de regering doet is gevaarlijk, en eerlijk gezegd roekeloos”, zei Buck McKeon, de voorzitter van de Defensiecommissie van het Huis van Afgevaardigden, na de vrijlating in november van vijf verdachten.

„Ze speelt met vuur, en moet doen wat goed is. Tot we er zeker van zijn dat deze terroristen het strijdperk mijden, moeten ze achter slot en grendel blijven.” In een brief aan Hagel schreef hij: „Doorgaan met vrijlatingen terwijl we net een nieuw front in de oorlog tegen terreur hebben geopend, is ondenkbaar.”

Maar Europa wil niet helpen

In Europa heerst soortgelijke huiver. Latijns-Amerika is daarentegen nog onontgonnen gebied voor Obama’s pogingen. Alleen El Salvador en Bermuda namen tot nu toe ex-gevangenen op. De VS hopen dat de vertrekkende Uruguayaanse president José Mujica, een linkse oud-guerrillero die zelf veertien jaar lang gevangen zat, andere landen in de regio kan bewegen zijn voorbeeld te volgen. Er zouden al gesprekken gaande zijn. Mujica verwees gisteren in een televisietoespraak naar „humanitaire redenen” voor zijn besluit. „Ze komen hier als vluchtelingen. De dag dat ze weg willen, mogen ze weg”, zei hij.

Wat Uruguay in ruil krijgt, is nog onduidelijk. Volgens de Spaanse krant El País zou Mujica er in elk geval bij Obama op hebben aangedrongen het handelsembargo met Cuba te beëindigen.

Diplomatieke ruilhandel heeft zeker plaatsgevonden. De Albanese minister van Buitenlandse Zaken, Lulzim Basha, zei in 2008 dat de opname van elf gevangenen „een teken [was] van onze wil en onze capaciteit de verantwoordelijkheid in de coalitie tegen terreur te delen”. Twee dagen nadat de eerste gevangenen arriveerden, steunde toenmalig vicepresident Cheney het Albanese lidmaatschap van de NAVO. Ierland werd benaderd omdat „het een manier was om de relatie met de VS te verbeteren”, zei advocaat Michael Mone in 2011 over zijn onderhandelingen met Dublin. Die was verslechterd tijdens de Irak-oorlog.

Opname van voormalige gevangenen in de VS zelf werd eind vorige maand opnieuw door het Congres geblokkeerd. Een passage in een defensiewet die dat mogelijk moest maken, werd vorige week geschrapt.