Een lelijke werknemer is niet zo gewild

Lange mensen hebben een hoger inkomen, blijkt uit een groot onderzoek van het SCP. En mooie mensen hebben extra geluk.

De baas is lang

Ben je klein, dik en oud? Dan zit er weinig goed nieuws in de aflevering over ‘Verschil in Nederland’ waar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) vandaag mee komt: over uiterlijk en maatschappelijk succes, en over wat jongeren en ouderen voor elkaar over hebben.

Het SCP deed eigen onderzoek onder drieduizend Nederlanders – naar de invloed van uiterlijk, fysieke en mentale fitheid op het succes in je leven. En die invloed is enorm. De onderzoekers keken naar inkomen, sociale contacten en in het algemeen: de tevredenheid in het leven. In alles scoren de mensen het hoogst die er aantrekkelijk uitzien en zich fit en zelfverzekerd voelen.

En er is één groep die speciaal opvalt: de lange mensen. Elke centimeter lengte extra, blijkt uit de studie, geeft je 5 procent extra kans op een hoog inkomen in plaats van een gemiddeld inkomen.

Of je dan ook gelukkiger bent, als lang mens?

Ja, zegt het SCP: „De gemiddelde lengte van mensen die zeer tevreden zijn, is groter dan die van ontevreden mensen. En uit de statistische analyses komt naar voren dat langere mensen een hogere kans hebben om zeer tevreden te zijn dan kleine mensen.”

Klein en dik: toch succes

Lange vrouwen hebben ook nog eens een ander voordeel, dat de onderzoekers niet terugvonden bij lange mannen: zij hebben vaker vriendschappen dan korte vrouwen.

Maar als vrouwen dik zijn, hebben zij een extra nadeel dat mannen weer niet hebben: met elk punt extra op de body mass index daalt hun kans met 15 procent op een gezinsinkomen in de hoogste categorie.

De onderzoekers lijken het bijna een beetje ongemakkelijk te vinden: als naar het persoonlijke inkomen van deze vrouwen werd gekeken, was dat verschil er niet. De SCP-studie: „Wellicht zijn vrouwen met een hogere BMI minder goed in staat om een veel verdienende partner te vinden of te behouden.”

Als je als man klein en dik bent, kun je het maatschappelijk nog steeds ver brengen. Want ook zelfvertrouwen telt fors mee in je kans op succes: met een positief zelfbeeld heb je een grotere kans op een hoog inkomen, zelfs als dat niet is gebaseerd op hoe anderen jou zien.

Extra veel pech

Mannen van boven de vijftig gaan zichzelf vaak steeds aantrekkelijker vinden. En ze denken dat anderen hen ook zo zien. Dat 36 procent van die tevreden 50-plusmannen veel te dik is, zoals de onderzoekers ook ontdekten, doet er kennelijk niet toe.

Bij vrouwen is het andersom: van de vrouwen die tevreden zijn over zichzelf, is 14 procent te dik. Maar van de vrouwen die zichzelf in het onderzoek te dik noemen, is een ruime meerderheid dat helemaal niet volgens de body mass index.

Met alléén zelfvertrouwen kom je er niet als je gaat solliciteren. Uit een rollenspel onder de respondenten van het SCP blijkt dat het veel meer uitmaakt of je aanstaande werkgever ook echt vindt dat je er aantrekkelijk uitziet.

Met een ‘knap geacht uiterlijk’ is voor jou de kans 1,2 keer zo groot dat je op gesprek mag komen als voor iemand met een ‘gemiddeld uiterlijk’. Met een ‘lelijk geacht uiterlijk’ heb je juist extra veel pech: de kans dat je wordt aangenomen is 2,3 keer zo klein.

Het maakt wel uit op wat voor soort baan je solliciteert. Als je er weinig opleiding voor nodig hebt, telt je uiterlijk zwaarder. Voor hogere functies zijn opleiding en ervaring net zo belangrijk.

In het onderzoek zit ook een boodschap aan Tweede Kamerleden die juist vandaag in Den Haag een wet behandelen over gehandicapten die in gewone bedrijven moeten gaan werken: het is écht zo dat werkgevers liever geen werknemers hebben aan wie iets mankeert. Vooral niet in functies waarvoor weinig opleiding of ervaring nodig is – en juist daarvoor zijn er nu veel kandidaten met een handicap. Door het beleid van het kabinet-Rutte II kunnen zulke nieuwe werknemers niet meer terecht in sociale werkplaatsen.

Ook als mannen ver boven de vijftig zijn, neemt hun zelfvertrouwen niet af. Bij vrouwen wel, als ze halverwege de zeventig zijn.

Geen ‘generatieoorlog’

Het SCP neemt die oudere vrouwen en mannen weer samen als één groep als de studie gaat over de generaties. Een ‘oorlog’ tussen oud en jong is er volgens de onderzoekers helemaal niet. Jongeren zijn wel materialistischer dan ouderen en meer gericht op prestaties en genot. Maar ‘botsende waarden’, zoals in de jaren zestig, ziet het SCP niet.

Ouderen én jongeren voelen zich wel allebei tekortgedaan: ze vinden dat vooral zíj betalen voor de crisis – de ouderen door de korting op hun pensioen, jongeren omdat een vaste baan en hypotheek er nauwelijks nog voor hen in zitten.

Bijna de helft van de ouderen maakt zich zorgen over de solidariteit die aan het verdwijnen is. Tegelijk zijn het ook vooral de oudere werknemers die weinig zin hebben om mee te betalen voor jongeren (maar 22 procent).

Andersom is de bereidheid nauwelijks groter: één op de vier van de 50-minners wil inkomen inleveren als dat voor ouderen nodig is.