‘Een hele film die onscherp is, dat lijkt me wel wat’

In deze rubriek dagdromen makers hardop over de film waarover ze soms fantaseren. De regisseur van ‘Borgman’, en dichter van de bundel ‘Ik heb de wereld geschapen’, heeft er zelfs een paar: droomfilms.

Foto Roger Cremers

Droomfilms zijn als seksuele fantasieën. Die zijn niet bedoeld om daadwerkelijk uit te voeren. In de praktijk slaan die ideeën vaak nergens op. Daarom blijven het droomfilms. Maar ik heb er wel een paar.

„Zo had ik ooit een idee voor een western die zich afspeelde in 1860. Ik zag een Hollandse fietsenmaker voor me die zich in Amerika vestigde om aan de lokale cowboys fietsen te slijten. Verder? Verder niks.

„Dat is natuurlijk te weinig, want zo wordt het een film van een kwartier. Mijn broer Vincent vond het wel een leuk plan. Hij vindt nog steeds dat ik het moet maken. Maar ik vind het idee te dun.

„Andere fantasieën die ik heb zijn een onscherpe film, helemaal out of focus, en een film die op grote afstand is gedraaid. Die afstand vind ik mooi, omdat ik hou van totalen waarin je alles ziet, de personages en hun omgeving. Dat zie je terug in al mijn films. Close-ups gebruik ik functioneel, voor de dramatiek en alleen als het niet anders kan.

„Maar het is helemaal niet leuk naar iets te kijken wat je niet goed kan zien. Dat verveelt. Daarom dacht ik nog even: misschien zou je de film steeds scherper moeten laten worden, of steeds dichterbij filmen.

„Ik leg mezelf graag beperkingen op, een soort dogma waar ik mezelf aan onderwerp. Zoals in mijn volgende film Schneider vs. Bax. Die speelt zich af binnen één dag, van zonsopgang tot zonsondergang. In die tijd moet het zijn gebeurd. Dat is heel leuk om te bedenken en te schrijven. Met draaien is het een stuk lastiger.

„Nog een goede beperking: de duur van de film. Anderhalf uur is eigenlijk lang genoeg. Van schrappen wordt je film alleen maar beter. Als een scène, hoe goed ook, de boel ophoudt, moet die eruit. En ik moet er ook niet aan denken om al het geld van de wereld tot mijn beschikking te hebben. Dan bedenk je dingen alleen maar omdat het kan.

„Dat geldt ook voor de cast. Buitenlandse acteurs vragen belachelijke bedragen. Voor Borgman wilde ik de Deense Mads Mikkelsen. Die vroeg een half miljoen op een filmbudget van ongeveer drie miljoen. Dat kon niet. Terwijl we heel ver waren in de besprekingen. Hij beantwoordde op een gegeven moment de telefoon niet meer. Flikker maar op, denk ik dan. De film is heel goed geworden, misschien wel beter, zonder hem.”