‘Die vrouwen moeten er nú komen’

Werkgevers krijgen nog één kans om zelf meer vrouwen in de top te benoemen. Anders grijpt de minister in. „Hoe lang moeten we nog wachten, tot 2080?”

Het móét veel sneller. Meer vrouwen in de bedrijfstop – en liefst vrijwillig, dus op initiatief van de bedrijven zelf. Maar het schiet niet voldoende op, vindt minister Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, PvdA). En dus doet ze een laatste poging om dat te bereiken zonder quotum, samen met Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

De twee gaan een database van topvrouwen opstellen – stuk voor stuk vrouwen die geschikt zijn voor een bestuursfunctie bij een groot bedrijf. Die lijst met namen overhandigen Bussemaker en De Boer aan de werving- en selectiebureaus die werken voor beursgenoteerde bedrijven. Zo kunnen de bureaus en de bedrijven niet meer zeggen dat er gewoon niet genoeg vrouwen zíjn. En de kandidatenlijst die de bureaus leveren aan de bedrijven die een bestuurder zoeken, moet straks voor de helft uit vrouwen bestaan.

Hoe gaan jullie die vrouwen vinden?

Bussemaker: „Eerst zullen we aan alle vrouwen die nú in de raden van bestuur en raden van commissarissen zitten, vragen om elk vijf namen te noemen.

De Boer: „En dan niet de usual suspects.”

Bussemaker: „Dus geen vrouwen die al commissaris zijn. Mannen mogen overigens ook vrouwen aandragen.”

En dat lost het probleem op?

De Boer: „Nog niet alle bedrijven zijn heel actief op zoek naar vrouwen. Daar is geen opzet in het spel. Ze zijn er gewoon niet mee bezig. Hebben ze een nieuwe bestuurder nodig, dan kijken ze om zich heen. In hun eigen kring.”

Bussemaker: „Ja, zo werkt dat. De lijst moet daar verandering in brengen. We gaan ervoor zorgen dat het voor bedrijven duidelijk is dat er geschikte vrouwen zijn én wie dat zijn.”

Zijn ze er ook écht? Want Hans de Boer, u zei eerder te twijfelen.

De Boer: „De een zegt van wel. De ander zegt van niet. Die discussie willen we met deze lijst stoppen. En dan wordt het ook voor mij vanzelf wel duidelijk.”

Bussemaker: „Die vrouwen zijn er zeker! Ik zie ze om me heen. En ik hoor hoe gefrustreerd vrouwen zijn dat ze nergens binnenkomen.”

Misschien zijn de vrouwen niet altijd goed genoeg?

Bussemaker: „Ze zijn zeker geschikt. Alleen voldoen vrouwen minder snel aan een profiel dat bedrijven opstellen. Mannen benoemen toch graag klonen van henzelf. Omdat er meer mannen zijn, is de kans groter dat daar iemand tussenzit die wel aan alle eisen voldoet. Dat moet anders. Kijk naar Gerdi Verbeet, die is onlangs bij Siemens benoemd als commissaris. Zij heeft geen jarenlange ervaring in het bedrijfsleven en ook geen ervaring in het buitenland. Maar ik denk dat ze wel veel ervaring heeft die van belang is voor een groot bedrijf.”

Wanneer moet de lijst af zijn?

Bussemaker: „Morgen! Of in ieder geval begin volgend jaar. De tijd begint te dringen. De meeste bedrijven voldoen niet aan het Nederlandse streefcijfer van 30 procent vrouwelijke bestuurders. In 2016 eindigt de wet Bestuur en toezicht die dat voorschrijft. Dus we moeten aan de slag. Ik ga bedrijven binnenkort een brief schrijven. Om hen hieraan te herinneren. Bovendien staat in de wet dat als organisaties het streefcijfer niet halen, ze dat moeten uitleggen in hun jaarverslag. Maar dat gebeurt maar weinig.”

Kunt u bedrijven daar niet gewoon toe dwingen?

Bussemaker: „Ik heb eerder al gezegd: waar een wil is, is een weg. Maar waar geen wil is, is een wet. Dat kan dus ook een verdergaande wet zijn, zoals een quotum. Daar is VNO-NCW geen voorstander van, dat weet ik. Het is daarom in ons gezamenlijk belang om dat te voorkomen.”

De Boer: „Ik ben geen voorstander van een gedwongen huwelijk. Ik heb liever dat mensen zelf hun partner kiezen. En als je mensen onder druk zet, krijg je gespannen situaties. Dat is niet het beste voor het bedrijfsleven. Bovendien willen vrouwen zelf ook geen quotum. Ze zijn bang om als excuustruus weggezet te worden.”

Bussemaker: „We willen liever niets opleggen, we willen dat er een beweging plaatsvindt. Een verandering van onderop vanuit het bedrijfsleven zelf. Op vrijwillige basis. Maar dat moet dan wel écht nú gebeuren.”

En als dat nou niet gebeurt?

De Boer: „Het moet lukken.”

Bussemaker: „We zullen alles op alles zetten om dit plan te laten slagen.”

De Boer: „Uit onderzoek blijkt dat besluiten die worden genomen door evenveel mannen als vrouwen, beter en evenwichtiger zijn.” Lachend: „Dat staat voor mij als paal boven water; mijn vrouw en ik nemen met zijn tweeën altijd betere besluiten.”

Bussemaker: „Het is vooral voor vrouwen zelf goed als zij deelnemen aan de arbeidsmarkt. Maar bedrijven worden ook écht innovatiever en creatiever als ze divers zijn samengesteld. Bovendien hebben we steeds meer talenten in Nederland. Die moeten we niet verkwisten.”

Zo slecht gaat het toch ook niet? Tien jaar geleden bestond minder dan 6 procent van de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven uit vrouwen. Nu is dat al bijna 20 procent.

Bussemaker: „Ja, maar het gaat veel te langzaam. In de raden van bestuur is nog maar 6 procent vrouw. Hoe lang gaan we wachten, tot 2080?”

De Boer: „Op termijn lost het probleem zich vanzelf op. Bij accountants- en advocatenkantoren is de instroom van nieuwe mensen nu minimaal fiftyfifty.” Lachend: „Nou, toen ik nog een jonge man was, heel lang geleden, was dat echt anders.”

Als u gelooft dat het zich vanzelf oplost, waarom werkt u hier dan aan mee?

De Boer: „We gaan het versnellen. Er is een wet en die moet je wel een beetje serieus nemen. En ik denk ook dat het werkt met die lijst. Je moet het zo zien: als ik aankom op Centraal Station en er staan alleen taxi’s, dan pak ik de taxi. Zijn er ook trams en fietsen, dan stap ik misschien in de tram. Bedrijven moeten iets te kiezen hebben. En ik hoop dat ze dat ook doen. En denken: ik neem dit keer de tram.”

In de Volkskrant sprak u onlangs over een ‘biologisch hiaat’ bij vrouwen. Dat zij daardoor minder vaak topposities verwerven.

De Boer: „Ik heb er erg van gebaald dat dat in de krant stond. Ik probeer echt een beetje het goede te doen in het leven. Ik heb gezegd dat vrouwen kinderen krijgen, dat heb ik gewoon benoemd. Toen de minister en ik vorige week met bedrijven en wervingsbureaus spraken, was daar een hoge HR-mevrouw die vertelde dat één kind vaak nog wel goed gaat, maar dat twee kinderen een breekpunt zijn. Dat is lastig te organiseren.”

Bussemaker: „Er heerst in Nederland een hardnekkige cultuur. Op het schoolplein worden vrouwen scheef aangekeken als ze fulltime werken. Dat heb ik zelf soms ook ervaren. En kinderdagverblijven bellen bij een ziek kind altijd eerst de moeder op. Niet de vader. Maar ik denk dat als er meer vrouwen in het bedrijfsleven komen, die cultuur verandert. En dat werken en er zijn voor je kinderen makkelijker zullen samengaan.”