De CIA martelde wreed én ineffectief

Niet één aanslag is er, voor zover bekend, mee voorkomen. Toch hebben de VS terreurverdachten jarenlang zwaar gemarteld. De Republikeinen doen het rapport van gisteren af als partijpolitiek.

foto thinkstock

In de jaren na 11 september 2001, de dag dat de Amerikaanse Oorlog tegen Terreur begon, kreeg de CIA vrij spel. In het geheim heeft de geheime dienst tientallen Al-Qaeda-verdachten aan extreme verhoormethodes en marteling onderworpen. Gevangenen werden onderworpen aan ‘waterboarding’, sommigen kregen tot 180 uur geen slaap, voedsel werd via de anus ingebracht. Eén gevangene stierf als gevolg van zijn behandeling.

Het programma was niet alleen wreed, het was ook ineffectief. Niet één aanslag is er, voor zover bekend, mee voorkomen.

Het zijn de belangrijkste conclusies van het langverwachte onderzoeksrapport van de Amerikaanse Senaatscommissie voor Inlichtingen, dat voorzitter Dianne Feinstein gisteren openbaar maakte. Het rapport telt ruim 6.700 pagina’s, waarvan maar circa 500 openbaar zijn gemaakt. Ook in die documenten is veel geschrapt. De CIA heeft er alles aan gedaan om publicatie te voorkomen. Toch is het voor het eerst dat een uitgebreid overzicht verschijnt over de manier waarop de CIA te werk ging.

Bush werd niet geïnformeerd

Dianne Feinstein zei gisteren op de Senaatsvloer dat „CIA-gevangenen onder iedere betekenis van de term gemarteld zijn”. Opvallend is dat de CIA, volgens het onderzoek, de regering van president George W. Bush lange tijd niet informeerde. Tussen 2001 en 2006 werd Bush niet ingelicht, aldus de commissie. Dat is opmerkelijk, omdat Bush in zijn autobiografie, Decision Points, schreef dat hij volledig op de hoogte werd gehouden van het programma. Bush had in 2002 het initiatief genomen voor ruimere bevoegdheden voor CIA-agenten. Ze hoefden zich niet langer aan de Geneefse Conventies te houden bij het ondervragen van terreurverdachten.

Met het speciale programma werden in de jaren na 11 september 2001 zeker 119 gevangenen verhoord, meer dan tot nu toe bekend was. Van deze groep werden 39 aan zware tot extreme verhoormethoden onderworpen, zeker 26 gevangenen zaten er ten onrechte, bijvoorbeeld door een persoonsverwisseling. De verhoren vonden plaats op Guantánamo Bay, en in geheime CIA-gevangenissen wereldwijd. Vijf gevangenen werden onderworpen aan ‘rectale voeding’, zoals het rapport het omschrijft. De lunch van de Pakistaan Majid Khan, nu een gevangene op ‘Gitmo’, werd gepureerd. De pasta, noten, rozijnen, saus en humus werden via zijn anus ingebracht.

Russische roulette

Andere verdachten werden aan psychologische terreur onderworpen. Gevangenen moesten naakt rondlopen, met een kap over hun hoofd. Kinderen of echtgenotes werden bedreigd. De moeder van een verdachte zou volgens een dreigement verkracht worden. Met één gevangene werd Russische roulette gespeeld. Meerdere mannen moesten tot 180 uur wakker blijven.

In 2003 moesten twee mannen met gebroken voeten lange tijd vastgeketend blijven staan. Twee hooggeplaatste verdachten, Khalid Sheikh Mohammed (‘KSM’) en Abu Zubaydah, werden voortdurend aan waterboarding onderworpen. KSM, die 183 keer werd gewaterboard, verdronk bijna, Abu Zubaydah raakte bewusteloos, „de bubbels schuim kwamen uit zijn geopende mond”. Abu Zubaydah verloor een oog tijdens zijn detentie. Zijn behandeling ging zo ver, dat zelfs CIA-personeel geëmotioneerd raakte. Eén gevangene, Gul Rahman, is om het leven gekomen. Hij werd in november 2002 in zijn cel op de grond vastgeketend. Hij stierf aan onderkoeling.

De CIA heeft altijd gezegd dat extreme verhoortechnieken nodig waren om informatie uit de terreurverdachten te krijgen. Zo was KSM volgens de CIA (en volgens zichzelf) het brein achter de aanslagen van 11 september, en was zijn informatie dus van belang om bijvoorbeeld de schuilplaats van Osama Bin Laden te vinden. Zes oud-directeuren van de CIA schreven gisteren in The Wall Street Journal dat het programma heeft geleid tot de arrestatie van belangrijke leden van terreurnetwerk Al-Qaeda. „Het droeg enorm veel bij aan wat we wisten van Al-Qaeda als organisatie.”

Het onderzoek maakt daar korte metten mee. Volgens senator Feinstein leverde het programma niet tot nauwelijks informatie op in de strijd tegen terrorisme. Verdachten praatten al zonder dat ze gemarteld werden. Anderen bleven zwijgen, of gaven onder druk verkeerde informatie. Belangrijker nog is dat het programma slecht georganiseerd was. De CIA maakte gebruik van twee externe adviseurs, die het programma opzetten. Ze wisten vrijwel niets van Al-Qaeda, of van verhoortechnieken, en spraken geen vreemde talen. Ze kostten ruim tachtig miljoen dollar. Ondervragers waren vooraf niet goed onderzocht op criminele antecedenten of psychologische problemen. Sommigen konden hun woede niet de baas, anderen hadden een verleden van slechte behandeling van gevangenen of seksueel misbruik.

Bijval van John McCain

De Republikeinen verwerpen, net als de voormalige CIA-chef, de conclusies van het rapport. Ze noemen het een partijpolitieke poging om de CIA, en de regering-Bush, verdacht te maken. Republikeinen in de Senaatscommissie voor Inlichtingen wilden niet meewerken aan het rapport. Feinstein kreeg gisteren op de Senaatsvloer toch bijval van één Republikein, John McCain. „Marteling doet onrecht aan wat ons onderscheidt van onze vijanden: ons geloof dat alle mensen, zelfs vijanden in gevangenschap, mensenrechten hebben.”

Barack Obama beëindigde de martelpraktijken van de CIA in 2009, toen hij president werd. Het rapport heeft dan ook geen gevolgen voor hem. Vrijwel zeker zal het rapport geen grote juridische of politieke consequenties hebben. Het rapport is geanonimiseerd. In januari nemen de Republikeinen de Senaat over, wat betekent dat nieuwe wetten die de CIA aan banden leggen naar aanleiding van dit rapport onwaarschijnlijk zijn.