De CIA had ‘Tweety Bird’ niet hoeven martelen om Bin Laden te vinden

Jessica Chastain in Zero Dark Thirty, de film over de jacht op Osama Bin Laden. Foto Jonathan Olley

De brute verhoormethodes van de CIA waren nodig om Osama Bin Laden te vinden, beweert de CIA. Nee, zegt de Senaatscommissie die gisteren het onderzoek publiceerde naar de ‘enhanced’ verhoormethoden van de inlichtingendienst. Het had niet gehoeven.

De harde methodes van de CIA werden lange tijd door de dienst gerechtvaardigd om belangrijke informatie over terroristen te vergaren. Het gisteren gepubliceerde rapport van de Senaatscommissie naar de praktijken van de inlichtingendienst heeft met die veronderstelling korte metten gemaakt. Niet alleen waren de verhoormethodes van de inlichtingendienst bruut, maar ook nog eens ineffectief. Sterker nog: in sommige gevallen gaven verdachten valse bekentenissen.

Zero Dark Thirty

Eén ‘succesverhaal’ waarbij marteling volgens de CIA wel tot resultaat heeft geleid is de opsporing en liquidatie van Osama Bin Laden. De terroristenleider, verantwoordelijk voor de aanslagen van 9/11, werd in mei 2011 door een speciaal team van Amerikaanse Navy SEAL’s gedood in Pakistan. Daarmee kwam een einde aan een wereldwijde klopjacht die tien jaar duurde. Over die jacht verscheen twee jaar geleden de alom bejubelde film Zero Dark Thirty, waar Jessica Chastain een Oscarnominatie kreeg voor haar rol als doortastende CIA-agent.

Een belangrijke aanwijzing in het onderzoek naar de verblijfplaats van Bin Laden wordt gegeven door Hassan Guhl, een lid van Al-Qaeda dat in het Koerdische deel van Irak gevangen is genomen. Hij brengt de CIA op het spoort van een koerier van Bin Laden. Deze Abu Ahmad al-Kuwaiti werkt rechtstreeks voor de terroristenleider. Wie dus al-Kuwaiti volgt, zal uiteindelijk ook Bin Laden vinden. De informatie klopt: Bin Laden verblijft bij familie van al-Kuwaiti in Pakistan.

‘Hij zong als Tweety Bird’

Guhl wordt aanvankelijk in januari 2004 op de standaardwijze ondervraagd, dus zonder marteling. Daarna wordt Guhl door de CIA naar een andere locatie gebracht waar hij aan de beruchte ‘enhanced interrogation techniques’ wordt onderworpen. Diens ondervragers scheren hem en dwingen Guhl om in een pijnlijke positie te zitten. 59 uur brengt hij zo door, terwijl de CIA hem wakker houdt. Hij krijgt last van hartkloppingen en hallucinaties.

Volgens de hoge bazen bij de CIA geeft Guhl tijdens dit verhoor de tip over Bin Ladens koerier. Daarmee is volgens de CIA effectiviteit en de noodzaak van marteling bewezen. Onzin, zegt de Senaatscommissie in het gisteren verschenen rapport:

“Uit onderzoek in de CIA-archieven blijkt dat de eerste aanwijzingen en de belangrijkste informatie over al-Kuwaiti niet gerelateerd zijn aan de ‘enhanced’ verhoortechnieken van de CIA.”

Het klopt inderdaad dat Guhl een belangrijke aanwijzing gaf over al-Kuwaiti, aldus de commissie, maar dat had hij al gedaan voordat de CIA hem ging martelen. Het rapport haalt een CIA-agent aan die bij de eerste standaardverhoren was en verklaart dat Guhl toen juist zeer spraakzaam was:

“He sang like a Tweety Bird.”

Zes oud-directeuren van de CIA plaatsten gisteren een open brief in de Wall Street Journal waarin ze de methoden verdedigen. Guhl zou tijdens de ‘enhanced’ verhoren namelijk nog specifiekere informatie hebben gegeven over al-Kuwaiti. Dat wordt door de Senaatscommissie weersproken. De marteling was niet nodig.

Lees meer over het gisteren verschenen rapport: Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit het ‘martelrapport’ over de CIA