Daar is-ie weer: de wilde kat

Een wilde kat heeft jongen geworpen. Het roofdier was sinds de Romeinse tijd niet meer gezien in Nederland.

De wilde kat is terug in Nederland. Het roofdier leefde hier waarschijnlijk al sinds de Romeinse tijd niet meer. Maar het afgelopen najaar zijn in het Vijlenerbos in Zuid-Limburg twee jonge katten gezien, die daar blijkbaar zijn geboren. Dat heeft de natuurorganisatie ARK Natuurontwikkeling bekendgemaakt.

Daarmee is opnieuw een ‘groot’ zoogdier teruggekeerd in Nederland. De otter werd succesvol uitgezet in 2002 en sinds deze zomer zwerft een wolf aan overzijde van de Duitse grens bij Overijssel.

De terugkeer van de wilde kat begon in 1999, toen een dood dier bij Nijmegen werd gevonden. Sindsdien werden nog enkele zwervende dieren waargenomen. In de Ardennen en in Duitsland leven grote populaties wilde katten. De Europese wilde kat (Felis silvestris) en de huiskat (Felis silvestris catus) behoren tot dezelfde soort, maar ze zijn niet nauw verwant. De huiskat komt voort uit de Afrikaanse wilde kat: een andere ondersoort.

ARK begon in juni met een zenderonderzoek naar wilde katten in het Vijlenerbos. Dat is een langgerekt hellingbos van 650 hectare, aan de grens met België. In het bos werden sinds juni drie katers gevangen, die van een zender voorzien werden. Dat onderzoek loopt nog, maar vorige week stuurde een particulier de organisatie een video waarop een wilde kat te zien is die duidelijk erg jong is. De particulier filmde het dier in het Vijlenerbos in september. „Ik schat dat het toen twee maanden oud was”, zegt Anke Brouns van de natuurorganisatie. „Hij heeft nog het vlekkenpatroon dat jonge wilde katten hebben.”

Het vermoeden klopte

Een van de drie gezenderde katers leek, toen hij in oktober gevangen werd, óók pas een maand of acht oud – maar zulke schattingen zijn onnauwkeurig. Brouns: „Nu we beelden hebben van een tweede jong, hebben we meer vertrouwen dat ons vermoeden klopte.” Er moet in Zuid-Limburg dus ook een volwassen vrouwtje leven dat tot nu toe niet opgemerkt is.

Bioloog Jaap Mulder had gedacht dat het nog wel twee of drie jaar zou duren voor de eerste jongen geboren zouden worden, zegt hij. Hij werkt in zijn eigen ecologiebedrijf met ARK samen.

Sinds de Romeinse tijd waren er in Nederland geen waarnemingen of vondsten meer gedaan van wilde katten. Het dier wordt evenmin genoemd in oude kronieken of dierengidsen. Uit Duitsland zijn dat soort vondsten er wel. Ecologen nemen daardoor aan dat de wilde kat al sinds de Romeinse tijd uit Nederland verdwenen is.

Is er genoeg voedsel?

Nederland raakte in de middeleeuwen sterk ontbost. Sinds de negentiende eeuw neemt het bosoppervlak in Nederland weer toe. Mulder: „Een wilde kat heeft geen grote bosgebieden nodig.” Dat geldt vooral als er genoeg voedsel is. Driekwart van het voedsel van de wilde kat bestaat uit muizen en woelmuizen. Die profiteren op hun beurt van jaren met veel eikels en beukenoten, zoals afgelopen herfst.

Het is daarom niet zeker dat het Vijlenerbos met deze vijf katten ‘vol’ is. Wilde katten verdragen elkaar in hun leefgebied, zolang er voldoende voedsel is. Uit het zenderonderzoek van ARK moet blijken hoe groot de leefgebieden van de katten zijn; die studie loopt nog.

Voor de verdere verspreiding van de wilde kat zijn de verbindingen tussen bossen het probleem, zegt bioloog Mulder. Wilde katten steken niet graag open vlaktes over. „Pas als er veel katten in het bos zijn, zullen ze omliggende kleine bosjes en hagen gaan bezetten.”Daarnaast is uit Duitsland bekend dat snelwegen en rivieren barrières vormen – maar geen onneembare. „Ik denk dat de opmars zeker doorgaat, maar dat die traag zal zijn. Voor ze bij Nijmegen zitten, denk ik dat we twintig jaar verder zijn.”