Bij Tristan was er meer dan genoeg reden tot twijfel

Tristan van der V. schoot in 2011 zes mensen dood in Alphen aan den Rijn. Gisteren kwamen slachtoffers aan het woord in de rechtbank.

Bloemen bij het monument voor de schietpartij in Alphen aan den Rijn in 2013, twee jaar na de schietpartij in winkelcentrum Ridderhof. Foto ANP

Aan het eind van de zitting klinken er kreten en wordt er gehuild. „Mijn zus en mijn zwager zijn kapótgeschoten! Die krijg ik hier niet mee terug”, roept een vrouw in het publiek, in tranen. Zij is een van de slachtoffers van de schietpartij in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011, toen Tristan van der V. in een winkelcentrum om zich heen schoot en zes mensen doodde voordat hij zelfmoord pleegde.

In de rechtszaal zitten mensen die gewond raakten, die iemand kwijtraakten, die de kogels om hun hoofd hoorden fluiten. Zij horen bij de groep van 51 slachtoffers die vinden dat de politie aansprakelijk is voor hun schade. De politie heeft immers in 2008 een wapenvergunning verleend aan Van der V., terwijl bij hen bekend was – maar niet bij de ambtenaar die de vergunningsbeslissing nam – dat Van der V. een psychiatrisch patiënt was. Ook wist die ambtenaar niet dat Van der V. drie jaar eerder een vergunning was geweigerd, vanwege twee incidenten met een luchtbuks waarbij ook iemand gewond was geraakt.

Gisteren was de mondelinge behandeling, de laatste stap in het proces voordat de rechtbank uitspraak doet, en voor de aanwezige slachtoffers hun langverwachte day in court. Bij aanvang richtte de voorzitter van de rechtbank zich dan ook tot de slachtoffers. Dat zij zich ervan bewust was hoe ingrijpend de gebeurtenis in Alphen voor hen moet zijn geweest, terwijl in de rechtszaal vooral urenlang gepraat zou worden over vrij technisch-juridische zaken als causaliteit, toerekening en de relativiteitseis. „Het gaat om u.”

De kernvraag van de procedure is bedrieglijk eenvoudig: „Is de politie er een relevant verwijt van te maken dat Tristan het bloedbad kon aanrichten”, zo vatte advocaat John Beer van de slachtoffers het samen. Om vervolgens de redenen op te sommen waarom dat inderdaad het geval is.

Het uitgangspunt van de wapenwetgeving is een verbod, het doel van de wet is de veiligheid te beschermen, dus: bij twijfel geen vergunning. In het geval van Tristan was er meer dan voldoende reden tot twijfel.

Advocaat Beer geeft de chronologie: In 2003 wordt twee keer proces-verbaal opgemaakt tegen Van der V. voor strafbare feiten met de luchtbuks van zijn vader. In 2005 wordt zijn eerste aanvraag voor een wapenverlof geweigerd vanwege de luchtbuksincidenten. In 2006 assisteert de politie bij de gedwongen opname van Van der V. in een psychiatrisch ziekenhuis. In augustus 2008 wordt hij opgenomen na een overdosis slaappillen. In oktober 2008 vraagt hij voor de tweede keer een wapenverlof aan. En op 10 november 2008 krijgt hij dat. Zonder dat de bij de politie bekende informatie over de eerdere weigering of zijn psychiatrische problematiek in de beoordeling is betrokken.

Was dat wél gebeurd, dan had dat moeten leiden tot een weigering, stelt Beer. De wapenwetgeving schrijft voor dat een verlof moet worden geweigerd als er reden is te ‘vrezen voor misbruik’ van de vuurwapens. Die reden kan een eerdere strafrechtelijke veroordeling zijn, of bijvoorbeeld dat iemand onder ‘sterke psychische druk’ staat. In het korps waren de regels verder uitgewerkt en waren weigeringsgronden onder meer opname in een psychiatrisch ziekenhuis of tbs.

De advocaat van de politie zegt dat ook als alle bij de politie bekende informatie was meegewogen, het wapenverlof had mogen worden verleend. De luchtbuksincidenten waren toen al jaren geleden en Van der V. had zelf niet geschoten. En de gedwongen opname in 2006 was geen gewelddadig spektakel: de ouders van Van der V. hadden een dagboek gevonden met zelfmoordplannen, maar volgens Van der V. was dat al voorbij en kwam het omdat hij werd gechanteerd door drugsvriendjes. Dat was in 2006, en de politie mocht aannemen dat dat bij de vergunningsaanvraag in 2008 niet meer speelde.

Zelfs als het verlof geweigerd had moeten worden is de politie niet aansprakelijk, zegt de advocaat. De politie kon niet voorzien dat de wapens voor een bloedbad zouden worden gebruikt en er zat ook 2,5 jaar tussen. „De werkelijke risico’s schuilden in de persoon van Tristan van der V.” Bovendien had hij ook op een andere manier aan een wapen kunnen komen, illegaal. „Iemand als Tristan vindt altijd wel een weg om zijn plan uit te voeren”.

Tot slot kregen de slachtoffers nog het woord. Verhalen van verdriet en frustratie. „We hadden niet de juiste informatie? Die had je wél moeten hebben. Het gaat om een wapenvergunning!”