Zorgverzekeraars horen hun afspraak met klant na te komen

In de gezondheidszorg moet de patiënt centraal staan. Het complete zorgstelsel, van huisartsen tot medische specialisten, van ziekenhuizen tot zorgverzekeringsmaatschappijen, is er voor de patiënt. Gezondheidszorg in brede zin biedt werk aan meer dan een miljoen mensen. In het stelsel gaat meer dan 90 miljard euro om. Tegelijkertijd is de vraag naar gezondheidszorg schier eindeloos, waardoor elke samenleving vroeger of later wordt geconfronteerd met de economische grenzen aan de zorg. Hoeveel geld willen burgers en bedrijven per saldo betalen voor de meest adequate gezondheidszorg? Die spanning is voelbaar. In ieders eigen portemonnee. En in de politiek, zeker in periodes zoals nu waarin de economische crisis allen dwingt met minder (groei) rond te komen.

Sinds 2006 hebben de zorgverzekeraars, dat zijn stuk voor stuk particuliere bedrijven, de wettelijke taak om elke burger te verzekereren en de beste zorg ‘in te kopen’ tegen aanvaardbare kosten. Dat kun je beschouwen als een publieke plicht.

Op zijn beurt moet elke burger jaarlijks vóór 31 december verplicht een keuze maken voor het daaropvolgende jaar. Dat kun je beschouwen als een publieke taak.

Het jaarlijkse festival van keuzevrijheid staat nu op de planken. De burger heeft het nodige te kiezen in de zorgpolissen, maar dat lijkt meer dan het is. De keuzes komen uit de koker van vier verzekeraars die samen meer dan 90 procent van de markt hebben. Zij proberen met nieuwe merknamen en nieuwe aanbiedingen nieuwe klanten van anderen af te snoepen.

De publieke taak van de zorgverzekeraars om de beste ziekenhuiszorg te contracteren, komt echter steeds duidelijker op gespannen voet te staan met de particuliere keuzevrijheid. Het valt nog te billijken als een deel van de zorg zelf gekozen kan worden, terwijl er in specialistische zorg, ten bate van kwaliteit én kostenbeheersing, een meer beperkte keuze is. Concreet: wél zelf uw huisarts kiezen, geen automatisch vrije keuze voor een specialist. Een wetsontwerp hiervoor is nu in de Eerste Kamer aan de orde.

Maar drie van de vier grootste zorgverzekeraars blijken de keuzevrijheid geweld aan te doen. CZ, Achmea en Menzis hebben in hun polis de ontsnappingsclausule opgenomen dat zij de patiënt mogen doorsturen naar een andere zorgaanbieder als het budget met de beoogde eerste aanbieder is opgesoupeerd. VGZ heeft deze clausule niet opgenomen. Verzekeraars die gecontracteerde zorg waarvoor de burger een polis heeft gekocht, niet waarmaken omdat het budget dat zíj hebben afgesproken op is, lappen de kern van klantrelaties aan hun laars. Afspraak is afspraak.