VS zien martelen CIA onder ogen

De Amerikaanse politiek zet zich schrap voor de publicatie van een Senaatsrapport over martelpraktijken van de CIA.

Een gevangene op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay in Cuba wordt naar een cel gebracht, op een foto uit 2010. Dit weekeinde werd bekend dat zes gevangenen asiel krijgen in Uruguay. Foto AFP

De Amerikaanse regering heeft extra veiligheidsmaatregelen genomen om Amerikanen in het buitenland te beschermen, nu na maanden touwtrekken een omstreden rapport van de Senaat over de martelpraktijken van de CIA openbaar wordt gemaakt. Republikeinse politici waarschuwen dat publicatie kan leiden tot geweld van extremisten tegen Amerikanen en Amerikaanse instellingen.

Niet alleen staan in het document gedetailleerde beschrijvingen van de harde verhoortechnieken waarmee de CIA terreurverdachten ondervroeg na de aanslagen van 11 september 2001. Ook bevat het volgens Amerikaanse media de conclusie dat martelen in geen enkel geval informatie opleverde die niet ook op andere wijze verkregen kon worden. De CIA zou het Witte Huis daarover hebben misleid.

De commissie voor de inlichtingendiensten van de Senaat begon in 2009 met een grondig onderzoek naar de praktijken van de CIA onder de Republikeinse president George W. Bush (2001-2009). Dat heeft geleid tot een rapport van meer dan 6.000 pagina’s, waarin een reactie van de CIA is opgenomen. De meeste Republikeinen hebben hun medewerking aan het onderzoek in de loop van de werkzaamheden gestaakt. Niet het complete rapport wordt nu (naar verwachting vandaag) openbaar gemaakt, maar een samenvatting van 480 pagina’s.

In het stuk zou onder meer worden beschreven hoe een hoge Al-Qaeda-figuur bedreigd werd met een draaiende elektrische boormachine. Deze Abdel Rahman al-Nashri zou het brein zijn geweest achter de aanslag op het Amerikaanse marineschip USS Cole in 2000, waarbij 17 Amerikanen omkwamen. Een andere gevangene werd seksueel bedreigd met een bezemsteel. Bleef het in deze gevallen bij dreigen, er werden ook gevangenen daadwerkelijk gemarteld, zoals president Obama in augustus erkende ( „We tortured some folks”). Zo belette de CIA gevangenen te slapen – Al-Qaeda medewerker Abu Zubaydah zou vijf dagen achter elkaar wakker gehouden en ondervraagd zijn. Andere methodes van de CIA waren mensen in een zeer kleine ruimte op te sluiten, of ze te onderwerpen aan waterboarding (waarbij de gevangene de indruk krijgt dat hij verdrinkt). Dat laatste zou op drie mensen zijn toegepast. Video-opnamen daarvan heeft de CIA vernietigd.

Voor president Obama is het belangrijk dat het rapport naar buiten komt „zodat we het Amerikaanse publiek en mensen over de hele wereld duidelijk kunnen maken dat dit niet meer mag gebeuren”, aldus zijn woordvoerder. Wat ondervragingen met dit soort methodes ook opleverden, „de president is ervan overtuigd dat het gebruik ervan ongerechtvaardigd is, niet strookt met onze waarden en ons ook niet meer veiligheid biedt”.

Anders dan vaak wordt beweerd, is de informatie die geleid heeft tot opsporing van Osama bin Laden niet via marteling verkregen. De man die de cruciale informatie gaf, werd pas daarna aan marteling onderworpen. Naar verwachting zal het rapport ook ingaan op de geheime CIA-gevangenissen in het buitenland waar gevangenen gemarteld werden. Onder meer in Polen was zo’n ‘black site’.

Oud-vicepresident Dick Cheney, destijds groot pleitbezorger van harde aanpak van terreurverdachten, houdt vol dat de ondervragingstechnieken noodzakelijk en effectief waren.