Column

Vivian Maier

Een lange rij kronkelde zaterdagmiddag in het Amsterdamse fotomuseum Foam naar de tentoonstelling van Vivian Maier. Jong en oud, binnenlands en buitenlands. Ik hield het voor gezien en keerde zondagmorgen vroeg terug, maar ook toen al waren mensen mij voor.

Vivian Maier: wereldwijd een groot succes. Na haar dood. Onvermijdelijke bijgedachte: had ze er maar iets van kunnen meemaken. Toch klopt die gedachte niet, want ze heeft er juist voor gekozen zoiets nóóit mee te maken. Dat is het grote mysterie van dit kunstenaarschap, ze wilde het niet met anderen delen.

Was het bescheidenheid of de angst haar anonieme bestaan op te geven? Of – onderschatte mogelijkheid – kwam het niet bij haar op dat haar werk van waarde was, vond ze zichzelf maar een doodgewone amateur? Voor die laatste hypothese spreekt het feit dat zij berooid aan haar einde kwam.

Zonder John Maloof – historicus en verzamelaar – zou er niets anders van haar zijn overgebleven dan een overlijdensberichtje in de Chicago Tribune van 23 april 2009. Maloof kocht in 2007 haar foto’s en tienduizenden negatieven op een veiling en kwam pas geleidelijk tot de ontdekking, dat hij het werk van een van de beste straatfotografen in handen had gekregen. Sindsdien heeft hij zijn uiterste best gedaan dit werk over de hele wereld te verspreiden.

Ondank dreigt nu zijn loon te worden. Hij dacht een waterdichte deal met een verre Franse neef van Maier over de rechten te hebben afgesloten, maar inmiddels heeft een Amerikaanse advocaat een andere Franse neef gevonden die rechthebbend zou zijn. Het zal een bikkelhard juridisch gevecht worden met als mogelijke uitkomst dat musea het werk voorlopig niet meer mogen vertonen. De Stephen Bulger Gallery in Toronto heeft de verkoop van haar werk al stopgezet.

Ik dwaal in Foam langs haar foto’s. Vooral die van kinderen en gewone mensen op straat zijn indrukwekkend. Nooit zijn ze gekunsteld, niets lijkt in scène gezet. Elk mens is hier zichzelf. Het is alsof ze hebben aangevoeld dat er geen beroepsfotograaf aan het werk was, maar zomaar een eigenaardige vrouw die foto’s voor haar privé-albums maakte, geen foto’s die de volle openbaarheid zouden bereiken.

Ik probeer me de vrouw voor te stellen die ze geweest moet zijn. Op de meeste zelfportretten staat een struise, lange vrouw met een onaangedane, vlakke uitdrukking op het gezicht. Een lachje kan er zelden af, ze lijkt melancholiek en somber. De uitstraling van iemand die weinig liefde heeft ontmoet.

Ik denk aan haar merkwaardige leven, een eenzame zwerftocht als kindermeisje langs de adressen van rijke Amerikanen. Het doet me in de verte denken aan het leven van Jan Arends, de schrijver. Die verhuurde zich als huisknecht aan vrouwen aan wie hij vaak een hekel had. Goed, hij had mogelijk andere motieven – hij zocht lust in vernedering – maar wat weten we van de motieven van Maier? Waarom dit onpersoonlijke bestaan?

De documentaire Finding Vivian Maier die Maloof over haar maakte, bevat tegen het einde een beklemmende anekdote. Een van haar vroegere werkgeefsters vertelt dat ze een dolende Vivian na dertig jaar toevallig op straat ontmoet. De vrouw is met kinderen op weg naar zee en heeft geen tijd voor haar. Maar Vivian klampt zich bijna aan haar vast, roepend: „Caroline, blijf nog even!”

Ze was een persoon op een van haar eigen straatfoto’s geworden.