Wilders antwoordt niet op vragen van de Rijksrecherche

PVV-leider Geert Wilders heeft gisteren geweigerd vragen te beantwoorden die agenten van de Rijksrecherche hem stelden over verdenkingen van discriminatie van Marokkanen. Wilders werd in oktober door het Openbaar Ministerie in Den Haag aangemerkt als verdachte van het beledigen van mensen wegens hun ras en het aanzetten tot discriminatie en haat. Dit gebeurde omdat Wilders op 19 maart op een verkiezingsavond aanhangers mobiliseerde te roepen dat ze „minder, minder, minder” Marokkanen willen.

Wilders, die werd vergezeld door zijn raadsman Geert-Jan Knoops, was gisteren alleen bereid een verklaring voor te lezen. Daarin liet hij weten „geen woord terug te nemen” van zijn bekritiseerde uitspraken. „In mijn strijd voor vrijheid en tegen de islamisering van Nederland zal ik me nooit door iemand de mond laten snoeren. Tegen geen enkele prijs en door niemand, wat de gevolgen ook mogen zijn”, schrijft Wilders in de verklaring, die hij later zelf vrijgaf. Hij vergeleek zichzelf met de Amerikaanse dominee en politiek leider Martin Luther King. Wilders zei bereid te zijn voor het opkomen voor vrijheid in de gevangenis te gaan zitten.

Door te volharden in zijn eerdere uitlatingen is de kans bijzonder groot dat Wilders zich voor de strafrechter moet verantwoorden. Het OM zal hierover binnenkort een besluit nemen. Vervolgens kunnen beide partijen laten weten of ze nog getuigen willen horen. Dat gebeurt dan waarschijnlijk in beslotenheid bij de rechter-commissaris. Wilders riskeert een celstraf van maximaal een jaar.

De PVV-leider zei gisteren te verwachten dat het OM hem niet verder zal vervolgen. „Ieder ander besluit kan niet anders worden uitgelegd dan politiek gemotiveerd.”