‘Meeste grote stroomleveranciers blijven te weinig duurzaam’

Slechts één voldoende

Stroomleveranciers in Nederland worden langzaam maar zeker duurzamer, maar de grote bedrijven blijven achter. Dat blijkt uit een duurzaamheidsonderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Consumentenbond, natuurorganisaties Greenpeace en Natuur en Milieu en ontwikkelingsorganisatie Hivos.

In het onderzoek worden de prestaties beoordeeld van 32 elektriciteitsleveranciers. Gekeken is naar investeringen in stroomopwekking, naar productie en inkoop van elektriciteit en naar de levering van stroom.

Veruit het meest duurzaam zijn Windunie, Huismerk Energie, Raedthuys en Qurrent. Deze kleinere leveranciers scoren bijna allemaal een 10 op de ranglijst.

Met uitzondering van Eneco scoren de vijf grote internationale bedrijven daarentegen allemaal een onvoldoende. Deze „grote reuzen” leveren bijna 90 procent van de stroom in Nederland en drukken daarmee een belangrijk stempel op de duurzaamheid van de energievoorziening.

Het onderzoek noemt Eneco een koploper in verduurzaming en stelt vast dat Eon het afgelopen jaar belangrijke stappen heeft gezet, zij het nog niet genoeg om een voldoende te halen. GDF Suez/Electrabel, Vattenfall/Nuon en RWE/Essent verduurzamen volgens het onderzoek, dat is uitgevoerd door CE Delft, „helaas niet”.

Het Zeeuwse Delta, dat vooral stroom opwekt met de kerncentrale in Borssele, staat samen met RWE/Essent op de laatste plaats. Overigens zijn recente plannen van verschillende leveranciers om te verduurzamen niet in het onderzoek verwerkt.

De opdrachtgevers zeggen met de ranglijst consumenten inzicht te willen geven in de duurzaamheid van groene stroom en van leveranciers.