Column

Bibliotheekland

In de categorie ‘klein nieuws’ bezocht ik de heropening van de leeszaal/bibliotheek in het buurthuis in de Amsterdamse wijk Betondorp. Met een man die een stuk zendapparatuur om de buik had gebonden was ik de enige vertegenwoordiger van de pers. Ik was dat prachtige door de architect Hermann Friedrich Mertens in 1924 gerealiseerde gebouw nog niet binnengestapt of ik kreeg een aanval van acute zelfhaat. Waarom, in godsnaam waarom, had ik mezelf als stukjesschrijver geïntroduceerd?

Het resultaat was dat ik meteen ten prooi viel aan twee bibliotheekmedewerksters die zich gedroegen als uitgehongerde leeuwinnen bij wie onverwacht een sappig stuk rauw vlees in de kooi was gegooid.

De nrc.next! Een kwaliteitskrant!

„Zo fijn dat ze bij nrc.next aan leesbevordering doen!”, zei de een, waarna de ander er haast venijnig aan toevoegde: „Nu de andere kranten nog!”

Ik werd meegesleept naar een witte boekenkast waarin achter glas ongeveer driehonderd boeken stonden. Meest streekromans, waarvan de helft in extra grote letters.

„Dit is zo gaaf!”, zei een van de twee. „Ik ben zo blij dat ze in deze wijk weer kunnen lenen en lezen! Ik ben gek op leesbevordering.” De ander zakte door de knieën. „Als ik hier een bezoeker was zou ik niet weten wat ik moest kiezen!”

Waar zij een complete bibliotheek zagen, zag ik een kast. Het leek me een onoverbrugbaar communicatieprobleem.

Ondertussen vulde het zaaltje zich met ongeveer vijftien buurtbewoners. Een bejaarde man kwam zeggen dat hij misschien wel een boek wilde lenen.

„Wat goed!”, kraaiden ze.

Daarna: „Nu nog niet! Eerst moet de wethouder de boekenkast nog open maken.”

Daar waren de ‘hoogwaardigheidsbekleders’, van wie de heer Martin Berendse, directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, de belangrijkste was. Hij monsterde de boekenkast alsof hij voor het eerst onder de Eiffeltoren stond en sloeg de hand voor de mond. „Jongens, wat een feest voor de wijk!”

Een van de dames attendeerde hem op mijn aanwezigheid – „nrc.next, nrc.next!!!” – waarna hij zich gretig in mij vastbeet. Hij dook meteen de diepte in en had het over leesbevordering op „platform 4 niveau”.

„Wij in bibliotheekland voelen de enorme behoefte van de mensen om weer naar de leeszalen en bibliotheken te trekken.” Hij stootte me in de zij: „Mensen willen de kennis die ze vergaren op het internet delen in de bibliotheek!”

Daarna: „Pik dat op!”

Even later werd ik nadrukkelijk genoemd in zijn speech. „Zoals ik zojuist al tegen een vertegenwoordiger van nrc.next zei…”

Na afloop werd nog lang gezocht naar de bejaarde die een boek wilde lenen, maar die was na het opeten van een halve tompouce vertrokken.