Maar wat hebben we eigenlijk aan start-ups?

Het komende anderhalf jaar is Neelie Kroes ambassadeur van Nederlandse start-ups. Dat zijn volgens de overheid broodnodige proeftuinen die mogen mislukken.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Neelie Kroes als nieuwe ambassadeur voor start-ups in Nederland – een beter uithangbord dan de voormalige Europees commissaris voor de Digitale Agenda kon minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) niet wensen. Maar wat hebben we eigenlijk aan start-ups? Zeven vragen over de interesse van de overheid in beginnende techbedrijven.

1 Wat gaat Neelie Kroes doen?

Kroes wordt de komende anderhalf jaar ambassadeur voor Nederland als vestigingsplaats voor start-ups. Officieel heet haar functie ‘special envoy’ van het initiatief ‘Start-up Delta’. In de praktijk betekent het dat Kroes het visitekaartje van het ministerie van Economische Zaken is, dat start-ups naar Nederland wil halen. Ze wil de Nederlandse start-upscène verenigen en buitenlandse start-ups hier naartoe lokken. Ze gaat werken vanuit Amsterdam, op het voormalige Marineterrein naast het Scheepvaartmuseum. Zo’n twee dagen per week, denkt haar woordvoerder.

2 Wat is een start-up? Is dat ook de nieuwe groenteboer om de hoek?

Start-ups zijn jonge, potentieel snelgroeiende bedrijven. Maar het zijn vooral proeftuinen. Ze hebben vaak een laboratoriumfunctie: ze worden opgezet om te kijken of er groei valt te halen met een nieuw bedrijfsmodel of een nieuwe technologie. Daarin verschillen start-ups van ‘gewone’ bedrijven, zoals een nieuwe groenteboer.

Als een start-up slaagt, zijn de winsten groot. Maar veruit de meeste start-ups halen het niet – zo’n 70 tot 95 procent faalt. Financiering gaat daarom meestal niet via banken – zij vragen om garanties die start-ups niet kunnen geven. De geijkte route loopt via particuliere durfinvesteerders (ook wel angels genoemd) naar een investeringsmaatschappijen (zogenoemde venture capital-bedrijven, oftewel VC’s).

3 Wat doet Nederland om start-ups binnen te halen?

Het ministerie van Economische Zaken probeert start-ups al langer te ondersteunen, in de eerste plaats financieel. Vorig jaar trok het ministerie 75 miljoen euro uit voor financiering in de opstartfase. Investeringen door individuele durfinvesteerders worden verdubbeld. En via het ‘Dutch Venture Initiative’ is 150 miljoen euro beschikbaar voor kapitaalinjecties in latere groeifase van start-ups. Dan is er nog de ‘seed capital regeling’ om het ontstaan van VC-fondsen in Nederland aan te moedigen, deze werd uitgebreid met 6 miljoen.

Er is nog meer. Zo steunt het inisterie van EZ ‘Dutch Basecamp’, een organisatie die Nederlandse start-ups begeleidt bij internationalisering. Tot slot wordt er met ingang van 1 januari een speciaal start-upvisum ingevoerd. Een niet-Europeaan die de Nederlandse regering overtuigt een innovatieve start-up op te willen en kunnen zetten, krijgt een visum voor één jaar.

4 In Silicon Valley is er bijna geen overheidsbeleid voor start-ups. Waarom is dat hier nodig?

In de VS is het gangbaar om de vrije markt haar gang te laten gaan, zegt Sigrid Johannisse. Zij was jarenlang adviseur van Kroes in Brussel en wordt directeur van Start-up Delta, het initiatief in Amsterdam waarvan Kroes ambassadeur wordt.

Ondanks alle beleidsimpulsen benadrukt Johannisse echter dat zij een kleine rol voor de overheid ziet. „De overheid schept randvoorwaarden, bijvoorbeeld door belastingvoordelen. Het is niet de bedoeling dat de overheid start-ups gaat voorschrijven wat zij moeten doen.”

Verder wil Johannisse de mogelijkheden verkennen om meer particulier geld voor start-ups aan te trekken. Als voorbeeld noemt ze het ‘High Tech Gründerfonds’, een Duits start-upfonds waar grote bedrijven aan bijdragen. „In Nederland zijn bedrijven en particulieren nog terughoudend in het financieren van start-ups. Het zou geweldig zijn als de mensen uit de Quote 500 een prominentere rol gaat spelen in het Nederlandse start-up ecosysteem.”

5 Leuk, belastinggeld investeren in jonge enthousiastelingen. Levert het ook wat op?

Start-ups zijn flexibeler en innovatiever dan grote bedrijven, aldus Johannisse. Weliswaar redden veel start-ups het niet, maar de bedrijven die het wél redden groeien zo snel, dat ze – idealiter – de verliezen van de geflopte start-ups goedmaken.

Op termijn kunnen ze ook bijdragen aan werkgelegenheid, zeker als de start-ups groeien en in Nederland blijven. Maar Johannisse benadrukt vooral het belang van start-ups voor de concurrentiepositie: „Start-ups helpen Nederland om voorop te blijven in innovatie. Anders worden dergelijke bedrijven wel in andere landen opgericht – en moeten wij volgen.”

6 Waarom zouden buitenlandse start-ups naar Nederland komen?

Dat Nederlanders goed Engels spreken is natuurlijk een pré voor jonge buitenlanders die hier wat willen beginnen. Maar er is meer.

Het techblog The Next Web, zelf gevestigd in Amsterdam, schreef afgelopen weekend over de voordelen van het opzetten van een start-up in Nederland. Aanleiding was de mededeling van taxi-app Uber dat het bedrijf naar Nederland komt met het team dat de Uber-app verder ontwikkelt. Het blog roemt de liberale cultuur van Nederland, die jonge oprichters van start-ups zou aanspreken. Net als gewone bedrijven zegt The Next Web te profiteren van de relatief lage belastingtarieven in Nederland voor ondernemers. Op 1 januari komt bovendien het speciale ‘start-upvisum’.

Ook zijn er al veel techbedrijven in Nederland. Behalve Uber openden onlangs Tesla en Optimizely hun Europese hoofdkantoren in Nederland. Ook IBM, Microsoft, Facebook, Google en LinkedIn hebben hier kantoren. Die aanwezigheid van techbedrijven maakt het voor andere start-ups aantrekkelijker om zich hier te vestigen.

7 Waarom vertrekken start-ups dan vaak naar Silicon Valley?

Daar is nog veel meer geld beschikbaar voor ze dan in Nederland. Neem Kleiner Perkins Caufield & Byers (KPCB), een bekende investeringsmaatschappij in Silicon Valley. KPCB heeft de beschikking over een fonds van meer dan 1 miljard euro en is daarmee alleen al vele malen groter dan alle start-upfondsen in Nederland tezamen. In 2013 investeerden venture capital-fondsen in Silicon Valley 12,2 miljard dollar; Nederlandse durfinvesteerders gaven dat jaar omgerekend 204 miljoen dollar uit.

Ook de ‘techscene’ in Silicon Valley is vele malen groter. Iedereen die ertoe doet in de wereld van IT, zit in Silicon Valley. Succesvolle ondernemers trekken zich niet terug om van hun geld te genieten, maar werpen zich op als investeerder en mentor voor beginnende bedrijven. Het gebrek aan geschikte mentoren wordt door veel Nederlandse start-ups genoemd als reden om naar Silicon Valley te vertrekken.

Tot slot heerst er in Silicon Valley een mentaliteit van ondernemen. Risico’s nemen wordt beloond. Je mag alles proberen – niets is te gek. En wie faalt, is geen mislukkeling, maar een dappere strijder die het opnieuw mag proberen. Dat is een verschil met de Nederlandse cultuur, waar je eerder als een loser wordt gezien na een gefaald experiment.