Hoe Israël de steun van Europa langzaam aan het verliezen is

Na Zweden overwegen meer West-Europese landen Palestina als staat te erkennen. De Belgische en Deense parlementen stemmen er binnenkort over. Israël heeft veel krediet verspeeld met de oorlog in Gaza.

Europa keert zich af van Israël. Zweden was eind oktober het eerste West-Europese land dat Palestina erkende als staat. En de afgelopen weken heeft het ene na het andere nationale parlement een motie aangenomen die de regering oproept hetzelfde te doen. Eerst waren het de Britten en de Ieren. Daarna volgden de Spanjaarden en de Fransen. Binnenkort zal ook het Belgische parlement over een soortgelijke motie stemmen en in januari volgt het Deense.

De moties zijn weliswaar niet bindend en worden door de regeringen terzijde geschoven als niet opportuun. Maar ze zijn tekenend voor de groeiende onvrede in Europa over de impasse in het vredesproces, de oorlog in de Gazastrook en de onwrikbare opstelling van Israël, dat ondanks internationale kritiek onverstoorbaar blijft bouwen in illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

De Israëlische regering probeert de moties te bagatelliseren als tandeloze symboolpolitiek, die het vredesproces juist in gevaar brengt. Premier Netanyahu waarschuwde dat de Palestijnen zo worden aangemoedigd „om hun standpunt te verharden”. Maar dat argument klinkt in Europa steeds minder overtuigend.

De oorlog in Gaza heeft voor een „waterscheiding” gezorgd in de Europese publieke opinie, zei Jeremy Corbyn, de parlementariër van Labour die de Britse motie opstelde. „Het was zo bruut en zo uitgebreid op televisie. Ik denk dat Netanyahu zijn relaties met andere landen en zeker met de VN verbluffend slecht heeft onderhouden.”

Afgelopen zomer gingen duizenden mensen in Europese hoofdsteden de straat op om te protesteren tegen het Israëlische optreden in Gaza. In de meeste landen verliepen de demonstraties vreedzaam, maar in Frankrijk liepen enkele betogingen uit op een veldslag tussen de politie en moslimjongeren die antisemitische leuzen scandeerden. Joodse winkels gingen in vlammen op, synagoges moesten worden verdedigd.

In Israël heerst vooral onbegrip over de kritiek uit Europa. Veel Israëliërs zien het als een teken van toenemend antisemitisme, dat wordt aangewakkerd door moslimmigranten. Dat speelt inderdaad een rol, zeker in Frankrijk. Maar de antisemitische incidenten tijdens de protesten van de zomer stonden in geen verhouding tot de breed gevoelde woede over het Israëlische optreden in Gaza.

De onvrede komt niet uit de lucht vallen. Israël wordt in Europa al lang niet meer gezien als een klein land dat dapper standhoudt tegen een Arabische overmacht. De tijden zijn voorbij dat de kibboetsen een geliefde bestemming waren voor linkse jongeren uit Europa. Israël is sterk verrechtst. En na ruim veertig jaar bezetting en drie oorlogen in Gaza is Israël in de ogen van veel Europeanen veranderd van David in Goliath. Uit peilingen blijkt dat tussen tweederde en driekwart van de Britten, Spanjaarden, Fransen, Duitsers en Italianen negatief denkt over het Israëlische beleid.

Maar de politiek loopt niet in de pas met de publieke opinie. Europa heeft altijd een veel gecompliceerdere relatie met Israël gehad dan de Verenigde Staten. De morele verantwoordelijkheid die Europese landen voelen voor Israël vanwege de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog weerhoudt hen van al te openlijke kritiek. En de Europese Unie is weliswaar de grootste handelspartner van Israël én de grootste donor van de Palestijnen, maar als bemiddelaar in het vredesproces loopt de EU nog altijd aan de leiband van de Amerikaanse regering.

Maar er zijn tekenen dat ook de stemming in regeringskringen verandert. In 2012 stemde een ruime meerderheid van de lidstaten van de Verenigde Naties voor een waarnemersstatus van Palestina als staat. Negen landen stemden tegen, waaronder Israël, de VS en Canada. Maar tot verrassing van velen onthielden een aantal belangrijke Europese landen, zoals Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland, zich van stemming. Vooral het Duitse besluit, dat was ingegeven door de aanhoudende bouw in nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, kwam als een schok voor Israël.

Europa zet Israël ook op andere manieren onder druk – zij het uiterst voorzichtig. Zo heeft de EU een richtlijn aangenomen die moet voorkomen dat Europese subsidies gaan naar bedrijven en instituten die actief zijn in de joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Daarentegen blijven Europese landen verdeeld over andere wetgeving, zoals het apart etiketteren van Israëlische producten uit Palestijns gebied.

Wat dat betreft voelt het bedrijfsleven de publieke opinie beter aan. Verschillende Europese bedrijven, waaronder de Nederlandse pensioenbeheerder PGGM, hebben hun beleggingen in Israëlische banken geschrapt omdat die de bouw van nederzettingen financieren. Het Nederlandse Waterbedrijf Vitens blies samenwerking met Israëls staatsbedrijf Mekorot af. En ingenieursbureau Haskoning zette een project in Oost-Jeruzalem stop.

Ook in Nederland gaan stemmen op om Palestina te erkennen als staat, vooral binnen de Partij van de Arbeid. Maar de regering vindt het te vroeg. „Als we het nu al doen, dan komen er geen onderhandelingen. Als we zeggen nooit, werkt het ook niet”, zei minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) eind november.

Hij krijgt bijval van de Duitse bondskanselier Angela Merkel die vorige maand zei dat „eenzijdige erkenning van de Palestijnse staat ons niet verder brengt”. Toch zal dat de Israëlische regering allerminst geruststellen.

Lees ook in NRC Handelsblad: Europa geeft hulp, maar Israël sloopt de projecten weer