Europa geeft hulp, maar Israël sloopt de projecten weer

Europa vraagt zich af waarom het moet opdraaien voor de gevolgen van het schijnbaar eindeloze geweld.

Zeventig elektriciteitspalen verbonden het plaatsje Aqraba op de Westelijke Jordaanoever met Tawayel, een gehucht verderop. Tien jaar geleden werden ze aangelegd met Belgisch hulpgeld. Dankzij de palen konden de tientallen inwoners van Tawayel, die twintigduizend schapen hoeden, melk en kaas in de ijskast bewaren. Totdat begin oktober de palen waren platgegooid.

Tawayel ligt in ‘Area C’, het door Israël gecontroleerde gebied van de Westelijke Jordaanoever. Volgens Israël heeft België geen toestemming gevraagd voor de elektriciteitspalen; België beweert het tegendeel. Inwoners van het gehucht vermoeden dat Israël hen weg wil hebben zodat kolonisten zich er kunnen vestigen.

Tawayel is een klein voorbeeld van een bredere trend: Israël sloopt geregeld projecten in de Palestijnse gebieden die tot stand zijn gekomen met Europees hulpgeld. Uit een inventarisatie blijkt dat Israël tussen 2001 en 2011 voor bijna 50 miljoen euro aan projecten heeft vernietigd waaraan de Europese Unie een bijdrage had geleverd. Het EU-aandeel in deze projecten bedroeg bijna 30 miljoen euro.

Het bekendste voorbeeld is het vliegveld in Gaza. Dat was gebouwd met 9,5 miljoen euro subsidie van Duitsland, Spanje en Zweden, en werd vernietigd in 2001 en 2002. Ook Nederlandse projecten zijn geregeld doelwit. Sinds 2001 bedraagt het verlies aan Nederlands hulpgeld zo’n 3 miljoen euro. Nederland droeg bij aan de haven in Gaza, uitrusting voor de burgerpolitie en landbouwprojecten.

Geregeld uiten Europese regeringen hun woede over de Israëlische sloopdrift. „De vernietiging van de elektriciteitspalen, die in strijd is met het internationaal recht, kunnen we niet anders dan veroordelen”, zei de Belgische minister Reynders (Buitenlandse Zaken) in oktober. België vroeg om opheldering van de Israëlische ambassadeur en Reynders eiste compensatie voor de geleden schade, zo’n 55.000 euro. Ook kondigde hij een „gezamenlijke aanpak met andere Europese landen” aan, om te verhinderen dat Israël meer projecten verwoest.

Die schadevergoeding zou een lastig verhaal kunnen worden. Volgens Wijnand Marchal, werkzaam bij de Nederlandse vertegenwoordiging in de Palestijnse gebieden, heeft dat te maken met het eigendomsrecht. Zo werd er in Khan Younis in Gaza met Nederlands geld een appartementencomplex gebouwd, dat door Israël werd platgegooid. Marchal: „Nadat het was opgeleverd, was het geen Nederlands eigendom meer. Als je geen eigenaar bent, kun je ook geen schade vorderen.”

Israël houdt zich doorgaans doof voor Europese kritiek. Vrijwel altijd worden veiligheidsoverwegingen aangedragen die de acties noodzakelijk zouden maken. Schadevergoedingen worden niet uitgekeerd. Intussen groeit in Europa de onvrede over weer een nieuwe ronde van wederopbouw in Gaza. De EU heeft twee maanden geleden op een donorconferentie, georganiseerd door Noorwegen, 350 miljoen euro toegezegd. Tegen The Washington Post zei de Noorse minister Brende (Buitenlandse Zaken) dat „het geduld van Europa op raakt met het schijnbaar eindeloze geweld tussen de twee kanten”. Het is begrijpelijk, aldus Brende, dat donoren vragen waarom zij zouden moeten betalen voor wat de strijdende partijen hebben gesloopt.

Ook twee projecten in Gaza waaraan Nederland een bijdrage had geleverd werden tijdens de oorlog vernield door Israël. In het eerste project stelde Nederland, met een bijdrage van 348.000 euro, enkele honderden bedoeïenen in staat om grond in de bufferzone met Israël te verbouwen. Israëlische tanks hebben irrigatiesystemen en waterputten vernield. Bomkraters maken de grond deels onbebouwbaar. De oogst is verloren gegaan.

In het tweede geval gaat het om een project met plastic kassen. Deze zijn in principe snel te vervangen, zegt Marchal, ware het niet dat er nauwelijks bouwmaterialen Gaza binnen mogen. „Het is de vraag of ze die kassen voor het begin van het nieuwe landbouwseizoen op orde hebben.”

In Tawayel staan de elektriciteitspalen inmiddels weer overeind. Dorpsbewoners gebruikten de doormidden gezaagde palen om het netwerkje weer op te bouwen. Daarbij werden ze ‘beschermd’ door vrijwilligers van de Wereldraad van Kerken. „Als de Israëliërs zien dat die vrijwilligers erbij zijn, grijpen ze niet in”, zegt de Nederlandse Annelies Wiebenga, tot voor kort vrijwilliger. Wel heeft het Israëlische leger begin vorige maand twee huizen en een stuk wegdek nabij Tawayel gesloopt. Toen de vrijwilligers poolshoogte kwamen nemen, vertrok het leger weer.

Lees ook in NRC Handelsblad: Hoe Israël de steun in Europa langzaam aan het verliezen is