Eerst Parijs, dan pas Broadway

Van de musicalfilm ‘An American in Paris’ is nu een theatermusical gemaakt. Balletdansers spelen de rollen van Gene Kelly en Leslie Caron.

Dansers Robert Fairchild en Leanne Cope, hoofdrolspelers in de musicalAn American in Paris Foto Sylvain Gripoix

Parijs is nog maar net bevrijd. De metersbrede nazivlag stort ter aarde, ontrolt zich en verandert in de fiere Franse tricolore. Grote panelen waarop lijntekeningen van Parijse straten worden geprojecteerd, schuiven heen en weer. Ook vult het toneel zich met flanerende passanten. Een van hen is een Amerikaanse soldaat in GI-uniform, die van links opkomt. Tegelijk verschijnt er van rechts een frêle Française. Even kruisen hun blikken elkaar, dat is alles. Maar de voorstelling is nog maar net begonnen – ze zullen elkaar nog vaak terugzien.

Dit is de theaterversie van de beroemde musicalfilm An American in Paris (1951), met Gene Kelly en Leslie Caron als het dansante liefdespaar. Voor het eerst is daarvan nu een theatermusical gemaakt. In het Théâtre de Châtelet in Parijs worden dezer dagen de try-outs gespeeld; de wereldpremière volgt morgenavond. En in loop van januari verhuist de hele productie, met 34 zangers en dansers, naar Amerika, om daar in april op Broadway in première te gaan. In dezelfde bezetting, met Robert Fairchild van het New York City Ballet en Leanne Cope van het Royal Ballet in Londen in de hoofdrollen – twee hogeschooldansers, die bovendien meer dan capabel kunnen zingen en acteren.

Het Théâtre de Châtelet, een hoog oprijzende bonbonnière op loopafstand van het Louvre, is sinds een jaar of acht gespecialiseerd in Engelstalig muziektheater met Franse boventitels. „De musicaltraditie is in Frankrijk niet erg sterk ontwikkeld”, zegt theaterdirecteur Jean-Luc Choplin. „Vandaar dat we hier tot dusver vooral de grote Broadwayklassiekers hebben gespeeld. Als een introductie van het genre. In het Engels, ja. Dit was een operatheater – en opera’s worden nu eenmaal altijd in de originele taal gezongen. Dat doen we nu met de musicals dus ook. Wij willen het origineel laten zien. Een vertaling in het Frans zou neerkomen op een fotokopie.”

An American in Paris was ooit een kassucces met zes Oscars. Het verhaaltje ging over een Amerikaan die na de Tweede Wereldoorlog als kunstschilder in Parijs bleef hangen („als schilder kun je nergens beter wonen”) en verliefd raakt op een Frans danseresje dat zichzelf al aan een Franse zanger heeft beloofd, terwijl hij zelf om amoureuze redenen achterna wordt gezeten door een Amerikaanse miljonairsdochter. De verwikkelingen hadden niet veel om het lijf, maar de finale was spectaculair: een aaneengesloten choreografie van ruim 17 minuten, waarin tientallen dansers, inclusief het liefdespaar, door een ansichtkaartachtig Parijs zwieren. Geen realistisch gefilmde stad, maar het Parijs van schilders als Utrillo, Toulouse-Lautrec, Braques en Van Gogh, door regisseur Vincente Minnelli geënsceneerd in een Hollywood-studio. Op het meeslepende motief van een grootsteedse orkestsuite die al in de jaren twintig was gecomponeerd door George Gershwin. Ook de wereldhits die in de rest van de film te horen zijn (I got rhythm, ’s Wonderful, Our love is here to stay) kwamen uit het rijkgeschakeerde Gershwin-oeuvre.

Choplin wilde, ruim zestig jaar na dato, een theaterversie produceren: „Nee, dat was nooit eerder gedaan. Ik weet niet waarom. Misschien is niemand ooit op het idee gekomen. Of misschien heeft niemand het ooit aangedurfd.” Hij meldde zich bij de erven Gershwin, waar hij te horen kreeg dat tezelfdertijd ook enkele Amerikaanse producenten een begerig oog op An American in Paris hadden laten vallen. Konden ze wellicht samenwerken? Dat bleek te kunnen, en zo ontstond deze hoogst ongebruikelijke constructie: eerst in Parijs, daarna naar Broadway.

In het Théâtre de Châtelet, tijdens een van de try-outs, blijkt dat het filmverhaaltje danig overhoop is gehaald. De film speelde zich af in het toenmalige heden, zes jaar na de bevrijding. De theaterversie is naar 1944 gehaald. Dat versterkt het nostalgische effect. De Franse zanger heeft ouders gekregen die hem onder druk zetten eindelijk eens te trouwen. Voorts heeft de Française er een derde aanbidder bij gekregen, die balletmuziek voor haar gaat schrijven. En er zijn extra Gershwin-songs toegevoegd, zoals The man I love en But not for me.

Maar in feite maakt dat allemaal niet zo’n heel groot verschil. Belangrijker is de vraag of Robert Fairchild net zo’n virtuoze showdanser is als Gene Kelly. Dat niet, maar wel is hij het juiste viriele type, met benen die hij los hun gang kan laten gaan, alsof ze onbestuurbaar zijn, maar die hij ook als molenwieken kan laten draaien. En de ravissante Leanne Cope laat zijn jazzdans mooi samengaan met haar klassieke balletfiguren. In de choreografie van regisseur Christopher Weeldon – hier bekend van zijn populaire Cinderella bij het Nationale Ballet – vormen ze een lichtvoetig, speels koppel in een show die vooral viert dat Parijs weer vrij is. Zo vrij dat iedereen er dansend doorheen zou willen gaan.