Een laatste saluut aan een roemrucht vliegkamp

Marinievliegkamp Valkenburg wordt gesloopt. Vader en zoon Kopp werkten er bijna hun hele leven. Zij gingen nog één keer terug.

Vader Frans en zoon Erik Kopp. Beiden waren commandant van vliegkamp Valkenburg dat nu moet sluiten. Foto Andreas Terlaak

Erik Kopp (57) staat aan het begin en precies in het midden van de 2.440 meter lange startbaan en wijst naar de grond. „Hier kreeg je te horen, vlak voordat je mocht opstijgen, ‘Line up and hold’.”

Hij heeft hier tientallen malen eerder gestaan. In zijn gedachten zit hij weer in ‘zijn’ Lockheed P-3 Orion zoals hij daar voor het laatst in 2006 in zat, een maritiem patrouillevliegtuig, ready for take off, klaar om Russische onderzeeërs op te sporen. Zijn vader, Frans Kopp (85), staat op een afstandje en kijkt trots toe. Vader en zoon hebben er bij elkaar 58 jaar gewerkt: marinevliegkamp Valkenburg.

Het is de laatste keer dat ze hier samen zijn, de dag erna start de sloop van het voormalige vliegkamp. De graafmachines staan klaar. De komende vijf jaar wordt de basis ontmanteld en de grond gezuiverd. De basis moet plaatsmaken voor een woonwijk, bedrijven en natuur. Alleen de verkeerstoren blijft behouden.

Frans heeft van 1948 tot 1979 op de vliegbasis gewerkt, zijn zoon van 1982 tot 2007. Ze hebben er alle rangen doorlopen. Frans Kopp werd uiteindelijk kapitein-ter-zee, Erik Kopp viceadmiraal. Beiden zijn commandant geweest van het vliegkamp en nu, net zoals het vliegkamp, buiten dienst.

Onder Frans werkten er 2.000 man, onder Erik nog maar 800. Sinds 12 december 2006 werkt er niemand meer. Defensiebezuinigingen hebben het vliegkamp doen sluiten.

Zoon Erik doet het nog steeds pijn. Zijn Orions werden verkocht aan Duitsland en Portugal, zijn squadron opgeheven. De Orions, die Russische onderzeeërs opspoorden en de kustwacht hielpen met patrouilleren, waren niet meer nodig. Nu behoort het terrein aan de acteurs die de musical Soldaat van Oranje opvoeren in één van de hangars.

Woonwijk

Hoewel het terrein sinds de sluiting in handen is van het Rijksvastgoedbedrijf, is er nog niet veel zichtbaars gebeurd, bekent projectdirecteur Nico Smiet. „Maar op de achtergrond zijn we druk met de plannen.”

Er is voor miljoenen geïnvesteerd zegt hij. Omwonenden denken dat de woonwijk er niet meer gaat komen, maar dat klopt niet, zegt Smiet. „Als de Rijnlandroute af is en de huizenmarkt aantrekt, kan de bouw beginnen.” De Rijnlandroute, een wegverbinding tussen de kust bij Katwijk en de A4 bij Leiden, moet onder andere het extra verkeer dat de woonwijk oplevert in goede banen leiden.

Op zijn vroegst wordt in 2017 begonnen met de bouw van 4.500 huizen, bedrijfspanden en moet er ruimte komen voor cultuur en natuur. En dat alles energieneutraal.

Koningin Beatrix

Het is niet het eerste militaire vliegveld dat zijn functie verliest. Middenin de woonwijk die Ypenburg nu is, rijden auto’s waar ooit vliegtuigen opstegen en landden. Er staan nu ruim 11.000 woningen. Vliegbasis Soesterberg is een park geworden en in Twente is de vliegbasis nu een luchthaven. Valkenburg is de laatste op de lijst van weg te bezuinigen militaire vliegvelden. Er zijn nu nog zeven operationele bases over; sommige delen de startbaan met civiele vliegtuigen en recreanten.

Op het hoogtepunt had Nederland veertien militaire vliegbases tegelijkertijd in gebruik. Vandaag de dag is dat aantal, door bezuinigingen, gehalveerd. Verschrikkelijk, zegt vader Kopp. „Die kennis en capaciteit krijgen we nooit meer terug.” En dat is een doodzonde volgens Frans. Dat ‘zijn’ Valkenburg het laatste vliegkamp is dat ontmanteld wordt, doet hem pijn. Hij heeft er zoveel meegemaakt. „We hebben ook gevlogen met de waternoodsramp. Wat een drama was dat. Verschrikkelijk.”

Tijdens de jaren van Erik deed het vliegkamp ook dienst als regeringsvliegveld. Er werd een VIP-gebouw neergezet, waar hoogwaardigheidsbekleders werden ontvangen en waar Koningin Beatrix wachtte op haar vliegtuig. Erik: „Ik moest iedereen ontvangen, dat was te veel protocol.”

Aan het einde van de dag lopen vader en zoon richting de uitgang. Vader Frans staat voor een grote poster, een impressie van de wijk die er ooit moet komen. „Pa”, zegt Erik, „Ga je mee?” Vader Kopp staat voor de poster, leunend op zijn wandelstok. „Dit is de laatste keer, hè, Erik?” „Ja pa, ik denk het wel.” Vader loopt hoofdschuddend richting zijn zoon. „Een woonwijk Erik, een woonwijk.”