De vader van het videospel én van de sprekende deurmat

Een spelletje dat je op je tv kunt spelen, zou niet leuk zijn? Dat idee kreeg Ralph H. Baer in de jaren vijftig en hij werd daarmee de grondlegger van de moderne videogames. Nu is hij overleden.

illustratie studio nrc

Niemand zat erop te wachten, maar het idee liet Ralph Henry Baer niet los: een televisie waar je ook een spelletje op kon spelen. Als ingenieur bij een elektronicabedrijf in New York kreeg hij in 1951 de opdracht een nieuw tv-toestel te ontwerpen. Zou een spelletje geen aardige toevoeging zijn? Maar zijn baas wilde niets horen van zo’n buitenissig idee. „Zet het uit je hoofd”, kreeg Baer volgens The New York Times te horen. „Bouw nou maar gewoon die televisie, je loopt toch al achter op je schema.”

Maar Baer, die zaterdag op 92-jarige leeftijd in de Amerikaanse stad Manchester is overleden, had een creatieve geest en hij liet zich niet zo makkelijk iets uit het hoofd praten. Vijftien jaar later bedacht hij opeens hoe hij een game box zou kunnen bouwen, waarmee op iedere tv eenvoudige spelletjes gespeeld konden worden. Deze keer kreeg hij wél steun voor zijn idee: hij werkte intussen bij een toeleverancier van het ministerie van Defensie en die vond het goed dat hij het idee met twee medewerkers ging uitwerken. De firma trok er 2.500 dollar voor uit. Alleen al in de VS waren er destijds 40 miljoen televisies, en Baer zag grote commerciële mogelijkheden.

Het resultaat was Odyssey, het eerste videospel. Diverse televisieproducenten die Baer benaderde, zagen er niets in. Maar in 1972 bracht het bedrijf Magnavox, waaraan het spel in licentie was gegeven, het voor 100 dollar op de markt. Het werkte op batterijen, had twee controllers en bracht geen geluid voort. Je kon er elektronisch tennis mee spelen, Amerikaans football, een schietspelletje en roulette.

De kijker werd speler

In het eerste jaar werden er zo’n 130.000 exemplaren van verkocht – tot frustratie van Baer, die op hogere cijfers had gerekend. Hij verweet Magnavox de indruk te wekken dat de apparaten alleen werkten met een Magnavox-televisie, terwijl ze op elk toestel gebruikt konden worden.

Baers apparaat zou niet alleen aan het begin staan van wat intussen een miljardenindustrie is. Het betekende ook een keerpunt in de verhouding tussen consument en beeldscherm: de kijker hoefde niet langer passief te zitten kijken, hij kon zelf iets doen, invloed hebben. Op grote computers, in laboratoria, werden al langer spelletjes gespeeld. Maar nu werd interactiviteit ook thuis mogelijk. De kijker kon ook een speler zijn.

Enkele maanden na Odyssey kwam Atari met het veel bekendere Pong, het eerste videospel dat in speelhallen zou worden gespeeld.

Baer werd in 1922 in Duitsland in een joods gezin geboren als Rudolf Heinrich Baer. In 1938 vluchtten zijn ouders met hem en zijn zusje voor de toenemende jodenhaat onder het naziregime naar de Verenigde Staten. Baer, die sinds zijn veertiende niet meer naar school was geweest, ging werken in een lederwarenfabriek. Later zou hij vaak het verhaal vertellen hoe hij op een dag in de metro in een tijdschrift van iemand tegenover hem een advertentie zag voor een schriftelijke cursus met de leus: ‘Verdien veel geld met onderhoud van radio en televisie’. Al een paar maanden nadat hij aan de cursus was begonnen, kon Baer, die zijn beide voornamen verengelst had, de fabriek verlaten en aan de slag als radio- en tv-reparateur.

Toen Baer in 1943 in militaire dienst moest, werd hij ingedeeld bij de inlichtingendienst op het hoofdkwartier van het Amerikaanse leger in Londen. Hij zou zich bij zijn maten populair hebben gemaakt door radiootjes voor hen te bouwen, onder meer uit Duitse mijndetectoren. Terug in Amerika kreeg hij als veteraan een beurs om verder te studeren.

Iedereen is in wezen speels

Zijn technische begaafdheid koppelde hij aan een speelse geest, een combinatie die tot allerlei uiteenlopende uitvindingen heeft geleid: van diverse videospellen tot een sprekende deurmat (de Chat-Mat, waar een geluidje uit kwam als je erop stapte) en het geheugenspel Simon, een van de meest populaire spellen in de jaren tachtig: een ronde schijf met gekleurde vlakken die bepaalde geluiden voortbrengen die de spelers moeten reproduceren. Baer, die zelf niet erg rijk is geworden van zijn uitvindingen, had 150 patenten op zijn naam.

Baer had niet alleen een speelse geest, hij besefte dat dat voor de meeste mensen geldt. Toen hij Odyssey kwam demonstreren bij het patentbureau, stonden binnen een kwartier alle medewerkers van die afdeling van het bureau in de rij om er ook even mee te mogen spelen.