De elite, daar moeten we niks van hebben

Het SCP presenteert deze week zijn studie over de sociale staat van Nederland. Wat blijkt: we hebben een afkeer van de elite.

Sommige mensen vonden het woord ‘elite’ veel te mooi, en gebruikten liever termen als ‘diknekken’ of ‘politieke graaiers’. Foto Hollandse Hoogte

Wie horen er nog bij de elite van Nederland – en hoe zijn ze eraan toe?

Waarom zou iemand eigenlijk nog bij de elite wíllen horen? In een groot onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) komen de invloedrijke of machtige Nederlanders uit politiek, bestuur, bedrijfsleven of cultuur er slecht van af. Over zichzelf, blijkt uit interviews, zijn ze kritisch en onzeker. Bij de rest van de bevolking overheerst de weerzin.

Het SCP noemt het „opvallend”: heel veel deelnemers aan de enquête waren geïrriteerd over de vragen. Elite, bestaat die nog dan? Tegelijk vonden veel respondenten het woord zelf al veel te mooi voor een groep mensen die ze kennelijk toch onderscheiden in Nederland, maar die ze liever omschrijven als ‘diknekken’. Sommigen hadden het zelfs over ‘extreme rijken die zelfzuchtig en meedogenloos zijn’.

Het SCP presenteert zijn tweejaarlijkse studie over de sociale staat van Nederland deze week in vier afleveringen. Het thema is ‘Verschil in Nederland’ en dat de weerstand tegen de elite niet zomaar wat onvrede laat zien over ‘politieke graaiers’, ook een kwalificatie uit de enquête, blijkt uit het overzicht van de ‘meest conflictueuze tegenstellingen’ waarmee de rapportage begint. Op één staat de tegenstelling tussen autochtonen en allochtonen: van de ondervraagden ziet meer dan 60 procent die als een bron van ruzie en problemen. Meteen daar achteraan (bijna 60 procent) komt het verschil tussen ‘machtigen en de rest’.

Maar het is ook niet zo dat de meesten zichzelf zien als de zielige ‘rest’. In het SCP-onderzoek mogen de deelnemers hun eigen plaats aanwijzen op de maatschappelijke ladder – van 1 tot 10. Verreweg de grootste groep zet zichzelf op 7.

Wie dan op de verfoeide plek 10 staan? Volgens de meeste ondervraagden zijn dat directeuren, politici en topbestuurders. Mannen zoeken de elite vooral in de wereld van economie en financiën, vrouwen vaker bij de adel, ouderen zien ze eerder in de wetenschap en cultuur. Veel hoogopgeleiden vinden dat presentatoren en sporters er in elk geval níet bij horen.

De onderzoekers weten niet of de afkeer van de elite recent is, omdat er geen vergelijkbare studie is van twintig jaar terug. Ze dénken wel dat er een flink contrast is met de tijd dat er nog koosnaampjes waren als ‘vadertje Drees, ‘Abraham (Kuyper) de geweldige’ of ‘Us Ferlosser’ (Domela Nieuwenhuis). Nederlanders wíllen ze trouwens nog wel: sterke politici en bestuurders. Een op de drie ondervraagden vond het een goed idee om het landsbestuur over te laten aan ‘enkele krachtige leiders’.