Brieven

Stuk hangt er niet zomaar

In zijn bespreking (NRC, 2 december) van de tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw in de Hermitage Amsterdam, vraagt Bram de Klerck zich af wat de meerwaarde is van de aanwezigheid van een levensgrote, digitale versie van Rembrandts Nachtwacht. Terecht stelt hij dat een digitale versie het niet haalt bij het origineel.

De Nachtwacht is een icoon. Ook als wij er in de tentoonstelling niet aan zouden refereren, zou iedereen toch geneigd zijn de aanwezige schuttersstukken met dat doek te vergelijken.

Toch zijn er goede redenen waarom wij de Nachtwacht wilden laten zien. Van het Rijksmuseum konden wij namelijk de twee schilderijen te leen krijgen die vanaf 1642 samen met de Nachtwacht een wand in de Amsterdamse Kloveniersdoelen deelden: de kolossale schuttersstukken van Nicolaes Pickenoy en Jacob Backer. Ze hangen nu naast de digitale Nachtwacht.

n vergelijking met de Nachtwacht kun je stellen dat deze stukken „fraaie, maar goedbeschouwd minder inventieve schuttersstukken” zijn. Alleen, dat waren ze in 1642 ook al! Belangrijker is dat blijkt dat Backer en Pickenoy rekening hielden met de plaatsing van elkaars schilderij: de composities sluiten keurig op elkaar aan. Rembrandt stelde het belang van zijn compositie boven het effect van de wand.

Nu de keuze voor de digitale Nachtwacht is toegelicht hopen we dat bezoekers zich uiteindelijk zullen herkennen in de woorden van Raymond van den Boogaard (NRC, 3 december), die had „in jaren niet zoiets leuks gezien in een museum”.

Paul Spies, directeur Amsterdam Museum

Iran

Vrouwen minder welkom

Tijdens het lezen van het artikel van Toon Beemsterboer over Iran als toeristische bestemming (NRC, 6 december), realiseerde ik me weer eens dat het voor een vrouw niet vanzelfsprekend is om rond de wereld te reizen. „Het beeld van een verstikkende sluier van moslimfundamentalisme is schromelijk overdreven”, zo schrijft hij. Om vervolgens luchtigjes te constateren: „Natuurlijk moet je als vrouw de kledingvoorschriften naleven, hoofddoek en overjas zijn verplicht.”Geen pretje, lijkt me, in een land waar de temperaturen in de zomers tot 45 graden kunnen oplopen.

Andrea Veldkamp

Ploetermoeders

Vrouwen, verdrijf roze wolk

Phaedra Werkhoven pleit er terecht voor dat moeders blijven werken (NRC, 6 december). Ze verzuimt alleen wel de twee belangrijkste economische redenen hiervoor te noemen: financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen keuzes. Van alle moeders met kinderen tot 15 jaar heeft bijna een kwart geen baan. Nog een kwart heeft een parttime baan. Dat betekent dat bijna de helft van moeders niet financieel zelfstandig is. Eenderde van de huwelijken eindigt in een scheiding. Vaders zien dan, ondanks alimentatie, hun koopkracht stijgen. Terwijl deze voor moeders juist daalt, zij komen dan vaak op bijstandsniveau terecht.

De roze wolk van het huwelijk en moederschap maakt dat de helft van de moeders wegkijkt van de maatschappelijke gevolgen van hun keuze om minder te werken. Deze roze wolk daalt al vroeg op Nederlandse vrouwen neer. Zelfs vrouwen tot 27 jaar, zonder kinderen, werken al minder dan mannen op die leeftijd. En dat terwijl ze vaker voor hun opleiding slagen. Hoog tijd dat we de roze wolk verdrijven. Met fiscale prikkels, goedkopere kinderopvang, vaderschapsverlof en prikkels voor individuele financiële levensloopplanning. Dat kost niet alleen geld maar levert ook meer belastingopbrengsten op, net als lagere uitkeringen en minder toeslagen.

Irene van Staveren, Hoogleraar Economie

Orthodoxie

Vroomheid is niet intolerant

„Hoe vromer, hoe minder makkelijk homoseksualiteit wordt geaccepteerd” aldus SCP-onderzoeker Willem Huijnk (NRC, 1 dec.). De suggestie is: hoe godsdienstiger iemand is, hoe intoleranter. Een betere formulering zou zijn geweest: naarmate iemand orthodoxer is, is de acceptatie van homoseksualiteit geringer.

Weliswaar is ook orthodoxie een te breed begrip om eenduidig te worden gekoppeld aan ethisch of politiek conservatisme. Er zijn zelfs orthodoxe homoseksuele predikanten. Er bestaat wel een verband tussen tussen de mate van rechtzinnigheid en behoudende opvattingen. Met hoe vroom iemand is, heeft dat niets te maken.

Dick Boer, theoloog

Zorgverzekeraars

Verzekerden zijn de baas

Er wordt vaak vergeten dat aan de basis van grote verzekeraars een vereniging staat, dit is het hoogste bestuursorgaan. Een voorbeeld hiervan is VGZ, hier zijn de verzekerden eigenaar. Een ledenraad benoemt de Raad van bestuur en de commissarissen en keurt de jaarstukken goed.

Bij grote verzekeraars verdwijnt de menselijke maat en daarmee ook de mogelijkheid tot inspraak, maar enkele kleine verzekeraars luisteren nog wel naar hun ledenraad. Net als de ANWB moet een zorgverzekeraar volgens de eigen statuten opkomen voor de belangen van haar leden. Als een garage zou functioneren als een ziekenhuis, dan kost een kleine servicebeurt al snel 2.500 euro en staat een auto weken stil voordat alle afzonderlijke autospecialisten hun werk klaar hebben. In een garage is er dan nog een Bovag-garantie en zijn technische missers niet voor rekening van de klant. In de vrije zorgsector ontbreekt dit, net als heldere consumentenprijzen. Een goede verzekeraar beschikt dan ook over een uitgebreide database en beschermt zo de eigen leden tegen kwakzalvers en tegen de macht van grote zorginstellingen en medische BV’s.

De zorgconsument kan zich dus via de ledenraad van zijn zorgverzekeraar organiseren. Kies daarom voor een kleinere verzekeraar of breng via dit orgaan je verzekeraar weer op het rechte pad.

H. Steehouwer

Woningcorporaties

Inspraak is fopspeen

De kop van het artikel De huurder heeft nog steeds niks te zeggen (NRC, 2 december) is mij uit het hart gegrepen. De woningcorporatie hier ter stede, Maasdelta, heeft vergevorderde plannen voor de huizen in mijn wijk. Als voorzitter van de bewonerscommissie probeer ik daar al drie jaar vergeefs invloed op uit te oefenen. In de wet is vastgelegd dat woningcorporaties verplicht zijn met bewonerscommissies te overleggen, maar er komen vrijwel alleen dictaten. Deze worden naar believen aangepast wanneer de woningmarkt verandert. Zo is renovatie nu uit de gratie en wordt voor een aantal huizen plotseling sloop bestudeerd. In oktober heb ik de corporatie een brief geschreven met een aantal vragen. Antwoorden volgen pas na maanden en zijn meestal selectief.

Dit terwijl de corporatie 500 huurhuizen wil slopen of renoveren, er komen 300 huizen voor in de plaats. Hiervan zijn er maar 75 huurhuizen, de rest wordt verkocht. Huidige huurders worden veelal ‘over de schutting gegooid’ bij andere gemeenten in de stadsregio Rotterdam. Een toezegging om Maassluizers in Maassluis te herhuisvesten is zonder opgave van reden ingetrokken. Zo kan ik nog wel een poosje doorgaan. ‘Inspraak’ is alleen op papier geregeld, in de praktijk is het een fopspeen.

Nico Ouwehand

Euthanasie

Begeleid sterven beter

Psychiater Boudewijn Chabot vindt euthanasie aan psychiatrisch patiënten ongewenst (NRC, O&D, 29 november). Wel wijst hij ze graag op het bestaan van pentobarbitol, waarmee ze zelf het leven kunnen beëindigen. Daarmee is hun keuze voor het levenseinde dezelfde als bij de Levenseindekliniek. Ook daar kiezen psychiatrische patiënten vrijwel altijd voor inname van een dodelijk drankje. Die keuze komt wel aan het einde van een serie gesprekken met onze psychiaters en een diepgaand onderzoek naar alternatieven. Dood onder begeleiding lijkt me toch een fijnere dood dan de zoek-het-maar-uit-euthanasie van Boudewijn Chabot.

Steven Pleiter, directeur Levenseinde kliniek

Correcties en aanvullingen

Lux in transit

In In transit (Lux, 6 december, pagina 12) worden Tanzania en Kenia in West-Afrika gesitueerd. Dat is onjuist. Tanzania en Kenia liggen in Oost-Afrika.