Wat staat er op het spel in Lima?

In Lima wordt onderhandeld over een klimaatakkoord dat eind 2015 wordt gesloten. Dit zijn de thema’s.

Reductie van broeikasgassen

In het klimaatakkoord zullen afspraken moeten worden gemaakt over de reductie van broeikasgassen die verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering. Het grootste deel van die reductie moet komen uit het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas. Ook via nieuwe landbouwmethodes, andere manieren van transport en het bestrijden van (vaak illegale) houtkap kan veel gewonnen worden.

Het doel is om te voorkomen dat het wereldwijd meer dan twee graden warmer wordt. Volgens wetenschappers moet daarvoor ergens in de tweede helft van deze eeuw de uitstoot van broeikasgassen naar nul. Wanneer? Dat hangt af van de snelheid waarmee de reductie in de komende jaren verloopt. Veel reden tot optimisme is er niet. Want hoewel nu al ruim tien jaar wordt geprobeerd de uitstoot te verminderen, neemt die nog steeds toe.

Ontwikkelingslanden vinden dat de rijke landen hun uitstoot sneller moeten terugdringen. Volgens rijke landen heeft dat alleen zin als de ontwikkelingslanden – en met name opkomende economieën als China, India en Brazilië – een stevige bijdrage leveren. Veel landen hebben toezeggingen gedaan. Maar bij elkaar opgeteld is dat niet genoeg. Van wie moet die extra bijdrage komen?

Aanpassing aan opwarming

Sinds het begin van de industriële revolutie is de temperatuur met bijna een graad gestegen. Nu al verandert daardoor het klimaat. Er is meer zware neerslag, er zijn langere periodes van droogte, meer hittegolven, verzuring van oceanen – al is niet altijd vast te stellen wat het gevolg is van de opwarming en wat gewoon komt door natuurlijke variatie in het weer.

Volgens de meeste onderzoeken krijgen arme landen het zwaarder te verduren dan rijke landen, vaak door hun geografische positie, maar ook door hun economische omstandigheden. Dat is schrijnend omdat juist de rijke landen historisch de grootste verantwoordelijkheid hebben voor het probleem. Hoe moeten arme landen zich op klimaatverandering voorbereiden?

Financiering klimaatbeleid

Daarom werd in 2010 besloten tot een klimaatfonds, waarin de rijke landen vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar moeten storten. Ontwikkelingslanden kunnen dit geld gebruiken voor de financiering van klimaatprojecten. Niet alleen wordt dat bedrag voorlopig nog niet gehaald (Nederland heeft tot nu toe 100 miljoen euro toegezegd), ook is er nog steeds onenigheid over de precieze vormgeving van het fonds. Rijke landen willen veel zeggenschap over wat er met het geld gebeurt. Ontwikkelingslanden vrezen voor betutteling. Wie wordt de baas over het klimaatfonds?

Overdracht van technologie

Rijke landen hebben veel kennis over klimaatbeleid. Arme landen willen die kunnen gebruiken om oorzaken en gevolgen van klimaatverandering te lijf te gaan. Hoe moet de overdacht van technologische kennis geregeld worden?