Twee medailles maken nog geen winter

De Duitse mannen wonnen dit weekend goud en zilver op de 1.000 meter bij de wereldbeker in Berlijn. Daar was Duitsland aan toe nadat het geen één schaatsmedaille bij de Winterspelen had behaald. Ondanks het succes dit weekend, is het Duitse schaatsen in crisis.

Als in de hoogtijdagen van de DDR explodeert zaterdagmiddag plotseling het Berliner Sportforum. Sprinter Nico Ihle wint sensationeel de duizend meter bij de wereldbeker, vlak voor ploeg- en landgenoot Samuel Schwartz, die in een rechtstreeks duel afrekent met Stefan Groothuis, ‘der Olympia Sieger’ van Sotsji.

Juichende schaatsers, jubelende bestuurders, enthousiaste fans. Glunderende oud-kampioenen als Gunda Niemann, Franziska Schenk en Jenny Wolf langs de baan. Goud en zilver voor de Duitse mannen, dat is sinds 24 jaar niet meer voorgekomen. En dan uitgerekend hier, op de thuisbaan in de Oost-Berlijnse wijk Hohenschönhausen. „Ist ja geil”, galmt de speaker. Crisis in het Duitse schaatsen?

Ja, het Duitse schaatsen is in crisis

Geen enkele schaatsmedaille haalde Duitsland vorig seizoen bij de Winterspelen in Sotsji, voor het eerst sinds de hereniging van Oost en West in 1990. Weg vaste plaats in de top van de medaillespiegel, met scores van drie (2006) tot wel acht (1998) plakken. In plaats daarvan ruzie in alle geledingen. De structuur met drie traditionele schaatsbolwerken – Berlijn, Erfurt en Inzell – wankelde. Geen aanwas van talent, oude trainers die hun rijk bewaarden. Tot de ondergang erop volgt? Afgelopen zomer zochten de Duitsers vergeefs naar een Nederlandse coach, tot Gerard Kemkers toe. „Er zijn grote problemen”, stelt Jenny Wolf, de voormalige topsprintster die zaterdag in Berlijn afscheid nam van het Duitse publiek.

Het grootste probleem? „Er komen te weinig nieuwe topschaatsers door”, constateert Wolf (35). De rij foto’s met oud-kampioenen in de vroegere topsportfabriek van de DDR blijft indrukwekkend. Topsprinters als Erhard Keller en Uwe-Jens Mey, DDR-iconen Karin Kania en Andrea Schöne, Gunda Niemann, Claudia Pechstein en Anni Friesinger. Wolf, in 2011 voor het laatst wereldkampioen, sluit de rij. „Ik heb het lang genoeg gedaan”, zegt ze. „Ik heb op het laatst vaak gereden omdat men zei: ‘doe het voor de jeugd, doe het voor de fans’. Maar het houdt een keer op.”

Niet voor niets klampt alles en iedereen in de Duitse ploeg zich in Berlijn amechtig vast aan de ‘Doppelsieg’ van Ihle (29) en Schwarz (31). „Dit is een levensteken”, zegt Franziska Schenk. De wereldkampioen sprint van 1997 werkt al jaren als presentatrice voor de Duitse tv-zender ARD. „Voor het Duitse schaatsen, dat zonder meer in een crisis zit, komt dit succes precies op het juiste moment. We zijn er nog, we kunnen zelfs nog winnen. Maar wat komt hierna? Dat is het probleem.”

Nog altijd zenden ARD en ZDF de meeste wereldbekerwedstrijden uit, vertelt Schenk (40). Het succes van Ihle en Schwarz - het beste resultaat voor de Duitse mannen na een één-twee-drie van Mey, Uwe Streb en Olaf Zinke in Davos 1990 – haalt vlak na de Bundesliga maar vóór het langlaufen de Tagesthemen. „Er kijken regelmatig meer dan een miljoen mensen naar schaatsen”, aldus Schenk. „Voor een wintersport is dat niet slecht. De sport blijft aantrekkelijk voor sponsoren. Maar het is cruciaal voor de belangstelling dat de eigen sporters succes hebben.”

Genoeg kinderen gaan schaatsen

Het Berliner Sportforum is vrijwel leeg als het 22-jarige talent Jonas Pflug zaterdagmiddag diep in de B-groep met gebalde vuist zijn persoonlijke record op de vijf kilometer viert (6.29,00). Misschien wel belangrijker voor de toekomst dan de winst op de duizend meter, vindt Gunda Niemann. Sinds een paar jaar is de meest succesvolle schaatsster aller tijden trainer in Erfurt. Dit seizoen werkt ze ook voor de nationale ploeg met onder meer broer en zus Patrick en Stephanie Beckert. „We moeten ons niet laten aanpraten dat het allemaal alleen maar slecht is. Er is genoeg gepraat over crisis. We moeten aan het werk.”

Volgens de achtvoudig Europees en wereldkampioen schuilt het probleem niet zozeer in de jongste jeugd. „In Erfurt zie ik genoeg kinderen die gaan schaatsen.” Ook in Berlijn viel vrijdag bij de openingsceremonie op hoeveel jeugd er op het ijs actief was. „De kinderen hier zijn erg enthousiast”, zegt Wolf, die op haar thuisbaan in de toekomst graag met de jeugd aan het werk zou gaan. En ook in Inzell zijn bij juniorenwedstrijden vaak tientallen jonge deelnemers.

Weinigen kiezen voor de topsport

„De echte bottleneck is dat nog maar weinigen kiezen voor een topsportcarrière”, zegt Gerd Heinze, voorzitter van de Duitse schaatsbond DESG. „Met weinig jonge topschaatsers is het moeilijk om de bestaande structuren in stand te houden. We gaan nu de langebaan meer combineren met shorttrack en inline. Dat zorgt waarschijnlijk voor grotere aantallen.” Ook stelde de DESG onlangs een nieuwe technisch directeur aan, oud-baanwielrenner Robert Bartko. „We hebben bewust gekozen voor een buitenstaander”, aldus Heinze. „Iemand met nieuwe ideeën, zonder band met de bestaande kampen.”

Bartko, die bij Sydney 2000 goud won op de achtervolging met de Duitse ploeg en individueel, geeft grif toe dat de situatie niet florissant is. „We hebben problemen, klar.” Voorlopig koestert ook hij daarom Ihle en Schwarz. „Het beste argument in topsport is succes. Dat is de winst van dit weekeinde. Iedereen ziet dat we ondanks de problemen die er misschien zijn nog steeds goede sporters en trainers hebben, die weten hoe we topprestaties kunnen leveren.”