Suppoosten

Achter één beeld, zomaar ‘gevangen’, kan een complete wereld schuilgaan. Ilona Verhoeven ziet meer dan zij ziet.

Het museum, de aap en de slaap. En de muisstille bezoekster met het fototoestel. Ze schiet vanuit haar heup, klik!

En zie daar – de man die droomt dat hij een aap is die droomt. De aap heeft een nachtmerrie, maar omdat hij die al jaren heeft, is hij er niet meer echt bang voor. Het gaat zo. Hij is naar een ander werelddeel ontvoerd en daar is hij opgezet, om de rest van zijn bestaan rechtop in een glazen kast te staan.

De kast staat in een paleis waar nog veel meer glazen kasten staan. Duizenden kasten. Zalen vol. Bij elkaar staan er ontelbaar veel dieren in.

Allemaal opgezet. De aap staat erbij als een nieuwsgierig heertje dat geamuseerd en onafgebroken uit het raam tuurt. De aap wil niet menselijk zijn, maar iemand heeft hem nou eenmaal in die houding gezet.

De aap wil ook niet staren, maar hij moet. Net als alle andere dieren in het paleis. Ze staren allemaal, en dat heeft iets van kijken. Niet zoals dieren kijken, maar áánkijken. Zoals mensen doen. Dieren kijken helemaal niet op die manier, dat weet ieder kind dat wel eens een net te grote hond tegenover zich heeft gehad.

De suppoost wordt maar moe van alle ogen die de hele dag op hem gericht zijn en doet even een middagdutje. Hij slaapt echt, dat zie je aan zijn uitgelubberde lichaam, hij is helemaal ontspannen. Af en toe ademt hij iets langer in en uit. Als dat geen flexibele werktijden zijn!

Zolang de portofoon geen kik geeft, zit hij goed. Lekker warm tegen het kacheltje, één arm uitgespreid, het hoofd zakt – even vrij.