Somberder dan ooit

Somberder dan in Aan de oever is Rafael Chirbes nog nooit geweest. En dat terwijl hij in zijn vorige roman, Crematorium, ook al een weinig rooskleurig beeld schetste van de staat van Spanje. Toen ging het over de verloedering als gevolg van de economische boom die het land vanaf de jaren negentig een ongekende welvaart had gebracht. Spanje werd het toneel van verspilling, patsersgedrag, decadentie en corruptie, de voornaamste motor van de nieuwe rijkdom.

Crematorium verscheen in 2007. Niet veel later kwam de terugslag en liep de vastgoedballon leeg. Daarover gaat Aan de oever: een af en toe door andere stemmen onderbroken monoloog van een timmerman wiens bedrijf mét de bouwsector ten onder ging. Hij is afkomstig uit een rood nest, zijn vader zat ooit om politieke redenen vast maar bleef zijn idealen trouw: nooit zou hij mensen in dienst nemen om goede sier te maken met onderbetaalde arbeidskracht.

Zijn zoon Esteban staat minder sterk in de schoenen. Hij gaat in zee met een plaatselijke projectontwikkelaar en verliest al zijn geld. Een groot deel daarvan is mét zijn compagnon verdwenen, juist op het moment waarop hij van zijn pensioen denkt te gaan genieten. Nu heeft hij alleen zijn demente vader nog om te verzorgen; zelfs de hulp in de huishouding moet hij ontslaan. Met oude vrienden, stuk voor stuk op hún manier ooit aangestoken door de goudkoorts en berooid achtergebleven, slaat hij in het café zijn dagen stuk.

In het bestaan van Esteban is alles failliet: familiebanden, erotiek, vriendschap en zelfs het eigen lichaam en geweten laten het afweten. Wat rest is een ‘wanhopig makende kijk op de wereld, de overtuiging dat er geen mens is die het niet verdient om als schuldige te worden behandeld.’