Column

Sjoelen en thee drinken met radicale gelovigen en atheïsten

24 uur met’ Abdul-Jabbar van de Ven (VPRO).

Pas in het tweede seizoen dat cabaretier en filmacteur Theo Maassen gastheer is van 24 uur met... (VPRO) wordt het verschil met zijn voorganger Wilfried de Jong goed duidelijk.

De Jong zette het Britse format in Nederland op de kaart: in een met camera's vol gehangen studio verblijft de gastheer een etmaal met een prominente gast. In de montage ontstaat een profiel dat niet alleen verbaal gedefinieerd is.

Bij De Jong ging het vaak om BN'ers waar een draadje uitstak, dat nog niet in alle andere interviews los getrokken was. Zoals altijd bleef hij in de ondervraging hoffelijk, discreet en alleen op indirecte wijze vasthoudend.

Maassen lijkt minder geïnteresseerd in televisiecoryfeeën. Ook is hij eerder brutaal dan terughoudend, en zo mogelijk nog meer fysiek ingesteld. Hij confronteert en zet tegenstellingen op scherp zonder de vertrouwensband te schaden.

De eerste twee afleveringen van dit seizoen waren allebei loeispannend. De eerste ontmoeting was met de licht stotterende rapper Typhoon, die eigenlijk Glenn de Randamie heet: hij kwam binnen met een plastic Albert Heijntas vol papieren en een verdroogde mandarijn, omdat hij de laatste tijd vooral in zijn auto gewoond had. Hij liet zich kennen als een radicaal gevoelsmens met een strenge moraal, vooral voor zichzelf. Kon geen huis huren zonder paspoort, wat hem werd onthouden omdat hij geen vingerafdruk wilde geven. Ook waren er stapels vinyl platen, bij voorbeeld jazz van Donald Byrd: „Dit is God die fluistert: zo kan het ook.”

Minder therapeutisch van aard was vrijdag de stevige, open dialoog met islamitisch prediker Abdul-Jabbar van de Ven. Die werd tien jaar geleden, een paar dagen na de moord op Theo van Gogh, nationale zondebok, omdat hij in een televisiegesprek met Andries Knevel zo eerlijk was te bekennen dat hij niet rouwde om het slachtoffer.

Van de Ven moest onderduiken en verhuisde naar Manchester. Nu kwam hij nog een keer terug in beeld, zich bewust dat hij elke indruk van agressiviteit koste wat kost moest vermijden. Ook zei hij: „Voor u zit een man die uitgestreden is.”

Desondanks werd het een gesprek tussen een radicale moslim en een dito atheïst, zoals je dat zelden op televisie hoort. Beide mannen waren op een paar kilometer van elkaar opgegroeid op het Brabantse platteland en leken elkaar te mogen. Het geloofsdispuut spitste zich toe op de vraag waar Van de Ven dacht dat zijn overleden ongelovige vader zich nu bevond. Eerst ontweek hij het antwoord, daarna gaf hij toe dat alle niet-moslims in het vuur eindigen. Maassen maakte zich daar kwaad over, waarop Van de Ven zich afvroeg waarom iemand die niet in een leven na de dood gelooft zich druk zou willen maken over dit idee. Dat maakt dan toch niets uit?

Ook vond Van de Ven de te verwachten vragen over de aanvaarding van homoseksuelen van marginaal belang voor zijn geloof. Maar Maassen zei dat hij daar nu juist fundamentalistisch in wenste te zijn.

Bij het ontbijt kwamen ze toe aan de vraag hoe het verder moest. Van de Ven pleitte voor meer inspanning bij het proberen je te verplaatsen in andermans geloof. En vond dat er meer gesjoeld moest worden, zoals ze eerder samen hadden gedaan. Inderdaad, dat thee drinken van Cohen.