Schaliegas gaat Polen niet verlossen

In 2011 dacht Polen nog energie-onafhankelijk te worden door schaliegas. De praktijk blijkt een stuk weerbarstiger.

Hier in het Poolse Luzino moet volgend jaar gefrackt worden om schaliegas te winnen. Maar de kosten zijn hoog en de regelgeving complex. Foto Bloomberg

Eindelijk opnieuw een succesje voor de Poolse schaliegassector: olie-en gasbedrijf San Leon Energy kondigde vorige week aan dat het zijn exploratielicenties in het Baltische bassin verlengt. Dat is een wat verrassende mededeling gezien de voortdurende uittocht van investeerders zoals Total, Marathon Oil, Talisman Energy, Exxon Mobil en 3Legs.

Het enthousiasme over Pools schaliegas is fel geluwd sinds 2011. Toen schatte de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA) de Poolse schaliegasreserves op 5,3 triljoen kubieke meter. De Polen rekenden zich rijk. Hun land zou voor bijna drie eeuwen in zijn jaarlijkse gasverbruik (16 miljard kubieke meter) kunnen voorzien. En het zou niet langer meer dan zestig procent ervan moeten betrekken uit buurland Rusland, waarmee het op gespannen voet leeft.

Sinds 2011 ging alles moeizamer

Dat pijnpunt kwam recent opnieuw boven toen het Poolse staatsenergiebedrijf PGNiG niet de gevraagde hoeveelheid gas kreeg van Russische leverancier Gazprom, volgens PGNiG als represaille voor ‘reverse flow’-leveringen: het terugsturen van Russisch gas naar Oekraïne.

Maar sinds 2011 ging alles moeizamer dan verwacht. De EIA deed 21 procent af van zijn schatting, het Poolse Geologische Instituut taxeerde de voorraden tot 85 procent lager. De Amerikaanse ervaring suggereert dat vele tientallen tot enkele honderden boringen nodig zijn om het potentieel te bepalen. Aan het huidige tempo duurt dat nog even. Het aantal uitgereikte exploratielicenties bedroeg 112 in 2012, vandaag zijn er slechts zestig actief. De hoogst geregistreerde teststroom in Polen bedroeg in oktober dertig procent van de commercieel benodigde hoeveelheid. Ook San Leon tekende weliswaar gunstige resultaten op, maar deed nog geen uitspraken over commerciële productie.

De oorzaak voor de trage evolutie ligt niet bij een overontwikkeld milieubewustzijn. In andere EU-lidstaten bestaat grote terughoudendheid en in veel gevallen moratoria op de winning van schaliegas. „In Polen is het milieu geen kwestie in het hele schaliegasproces”, aldus Andrzej Bobinski van analysebureau Polityka Insight. De vrees voor bodemvervuiling of uitputting van het grondwater houden Jaroslaw Wejer inderdaad niet wakker.

De burgemeester van de gemeente Luzino in de noordelijke provincie Pommeren, staat voor een van de containers die een terrein afbakent tussen een naaldbos en een provinciale weg. Voor een grijs-rode boortoren met PGNiG-logo ligt een stapel buizen. Die worden in de toren getakeld en de grond ingestuwd. Volgend jaar wordt hier „gefrackt”: het openbreken van rotsformaties met enorme hoeveelheden water, zand en chemicaliën totdat ze hun schaliegas vrijgeven.

Economische activiteit voor Luzino, gas voor Polen: een goede deal, vindt hij. „Ik ben vooral bang voor eco-terroristen betaald door verborgen bronnen”, zegt hij, doelend op de schaarse Poolse milieuactivisten.

Minder makkelijk handelbaar dan lokale politici is de Poolse bodem, aldus PGNiG-geoloog Maciej Nowakowski. „We hebben de Amerikaanse ervaring naar hier getransplanteerd, maar de geologische structuur is anders en het gas zit hier veel dieper.”

Tot drie keer duurder dan in Texas

Nog een minpunt: de omkaderende industrie is hier niet zo ontwikkeld. Het gecombineerde gevolg is dat een boring in Polen tot drie maal duurder kan zijn dan in Texas, volgens berekeningen uit 2012 van het Internationaal Energieagentschap (IEA), een intergouvernementeel adviesorgaan.

Een andere veelgehoorde klacht binnen de sector zijn de lange en omslachtige administratieve procedures. Een reeks ambitieuze recente en lopende wetshervormingen moet daar wat aan verhelpen en het exploratietempo opdrijven.

„Ze hebben zowat alles gedaan wat de industrie wenste”, zegt analist Bobinski. „Maar er blijft een probleem met de miljoenen regels waar je door moet om een investeringsproces te starten in Polen.”

Los van de praktische problemen, suggereren sommigen ook economische obstakels. PGNiG, de belangrijkste speler in de Poolse schaliegassector, zit gevangen tussen financiële en staatsbelangen, aldus Piotr Wozniak, voormalig minister van Economie voor oppositiepartij Recht- en Rechtvaardigheid (PiS). PGNiG zit in een heel moeilijke positie omdat ze een ‘take or pay’- contract hebben voor aardgas met de Russen, tot 2022 op zijn minst. ‘Take or pay’ betekent eigenlijk ‘pay or pay’. „Je betaalt hoe dan ook, of je nu gas afneemt of niet.” Mocht PGNiG, en later ook andere partijen, goedkoper schaliegas gaan produceren, dan blijft het met het duurdere Russische gas zitten. De PGNiG-persdienst verklaart in een reactie dat het bedrijf „erg geëngageerd is” inzake schaliegasverkenning.

Ook als de inspanningen van de regering een nieuwe boost geven aan schaliegasexploratie, lijkt Poolse energie-onafhankelijkheid nog ver weg. „Schaliegas is geen antwoord in de volgende vijf jaar”, zei Agata Loskot-Strachota van het Centrum voor Oostelijke Studies (OSW) op een recente conferentie in Boedapest. „En zelfs als het binnen 5 tot 10 jaar geproduceerd wordt, zal het slechts deel uitmaken van een bredere diversificatie.”

Omgekeerde Energiewende

Daarbij houdt Polen nog even vast aan de grondstoffen waarvan het al verzekerd is. Het gebruik van vervuilende steen- en bruinkool wordt slechts traag afgebouwd. De strategie daarvoor lijkt haast het spiegelbeeld van de Duitse Energiewende. In 2024 moet een eerste kerncentrale functioneel zijn. Innovatie in de sector van de hernieuwbare energie is vooralsnog geen prioriteit. Energie-onafhankelijkheid moet verder bevorderd via een vloeibaar gas-terminal (LNG) in de Baltische kustplaats Swinoujscie, de bouw van meer verbindingen die gas kunnen doorsluizen tussen buurlanden en het collectief onderhandelen van gascontracten op Europees niveau. Wat die laatste wens betreft, heeft Polen met voormalig premier Donald Tusk aan het hoofd van de Europese Raad, alvast een voorname medestander in Brussel.