Onno Hoes, welkom in de monitordemocratie

Burgers oefenen via sociale media politieke invloed uit. Zie burgemeester Hoes. ’t Is het begin van de monitordemocratie, schrijft Pepijn Corduwener.

Illustratie angel boligan

‘En dat het ophoudt met iedereen gelijk maken aan elkaar, er zijn hier bepaalde verschillen in dit land en dat betekent onder andere dat mensen zoals ik niet door mevrouw van de straat worden gehaald.” Wie herinnert zich niet Hans Prins, de man die in 2010 in het tv-programma Op de bon door ‘mevrouw’ de agente beboet werd voor rijden zonder gordel. Het fragment werd een hit op internet, waarna Rutger van GeenStijl de man thuis opzocht, om hem publiekelijk ter verantwoording te roepen.

Deze manier van sociale controle leek nog relatief onschuldig, maar heeft vorige week politieke vertaling gekregen in de affaire over Onno Hoes. De Maastrichtse burgemeester werd door ‘gewone burger’ Robbie Hasselt ontmaskerd als een politicus die in zijn vrije tijd vertier zocht met jongere jongens. Aan de tafel van RTL Late Night deed Hasselt zijn verhaal en werd van repliek gediend door Wouke van Scherrenburg. Een oude en een nieuwe vorm van democratie botsten. Robbie Hasselt beweerde Onno Hoes met steun van PowNews bewust om de tuin te hebben geleid met maar één doel: het bewaken van de democratie. Onno Hoes had de gemeenteraad zijn woord gegeven niet meer voor opschudding te zorgen, en Robbie Hasselt zag het als zijn taak om de burgemeester hierin te controleren: „Ik vind dat hij een belofte heeft gedaan aan de raad en die is hij niet nagekomen. Ik vind dat dat niet kan.” Hoes is namelijk burgemeester ‘van onze belastingcenten’. Wouke van Scherrenburg probeerde Robbie Hasselt de les te lezen: het was grotesk dat hij zichzelf, zo zei ze, als „hoeder van de democratie” opstelde. Ze trok in twijfel of Robbie Hasselt werkelijk uit deze motieven heeft gehandeld.

Of dit zijn werkelijke beweegredenen zijn geweest, is niet zo interessant en relevant. Hetzelfde geldt voor de vraag of het moreel geoorloofd is iemands privéleven middels een geheime camera met heel Nederland te delen. Belangrijker is dat Hasselt met zijn actie symbool is geworden voor een nieuwe sociale werkelijkheid waarin democratie anders functioneert dan we gewend zijn.

Hasselts actie is een sprekend voorbeeld van wat de Britse politicoloog John Keane de ‘monitordemocratie’ heeft genoemd. Het gaat hierbij om een vorm van democratie waarin steunpilaren van de vertegenwoordigende democratie – partijen en verkiezingen – weliswaar voortbestaan maar aan belang verliezen ten opzichte van allerlei andere instrumenten waarmee burgers politieke invloed uitoefenen.

Traditionele manieren om onze vertegenwoordigers te controleren liepen via een partijlidmaatschap en via het uitbrengen van je stem eens per vier jaar. Dit creëerde vanzelf een zekere afstand tussen volksvertegenwoordiger en vertegenwoordigde. In een monitordemocratie zijn de gezagsverhoudingen minder hiërarchisch: politici worden niet alleen van onderaf gecontroleerd door periodieke verkiezingen, maar van alle kanten gemonitord: door sociale media, kranten, one issuebewegingen, protestgroepen, lobbygroepen en burgers die petities aanbieden. In een digitaal tijdperk is protest snel georganiseerd en heeft de controlefunctie van burgers dus nieuwe en grotere vormen aangenomen.

Robbie Hasselts legitimatie van zijn handelen in de zaak-Hoes laat precies deze nieuwe vorm van democratie zien. Er is ten eerste een afname, misschien zelfs een geheel verdwijnen, van de traditionele afstand tussen vertegenwoordiger en vertegenwoordigde. Iedere burger kan te allen tijde zijn politici ter verantwoording roepen. Ze zitten er immers van ‘onze belastingcenten’, dus als ze zich niet aan de sociale mores houden die we gezamenlijk formuleren, kunnen ze beter aftreden. Een politieke vorm van burgerarrest waarin politici niet meer voor een vaste periode worden gekozen, maar aan een dagelijks plebisciet onderhevig zijn is het gevolg. Ten tweede zien we dat de controlefunctie van onze vertegenwoordigende instituties aan invloed inboet: niet de gemeenteraad, maar medeburgers en media controleren Hoes in de eerste plaats, en bepalen blijkbaar zijn politieke toekomst.

De zaak-Hoes is een uitstekend voorbeeld van hoe de monitordemocratie in Nederland werkt. Geen politicus die zichzelf serieus neemt kan het nog stellen zonder weblog en facebookpagina waarin hij zijn aanhang op de hoogte houdt van zijn standpunten en stemgedrag. Politici zijn hiermee vooral benaderbaar, transparant en mensen zoals u en ik. Weg afstand kiezer-gekozene. Maar de controle geldt ook in tegengestelde richting: in de monitordemocratie opereren burgers en media zonder aanzien des persoons en zonder de terughoudendheid waardoor ingezonden brieven in dagbladen doorgaans worden gekenmerkt.

De affaire-Hoes is het begin van deze ontwikkeling in de Nederlandse democratie. Immers, als we onze politici op deze manier gaan controleren en hun privémoraal publiekelijk langs de meetlat van het sociaal aanvaardbare gaan leggen, is het wachten tot we hetzelfde doen met andere gezagsdragers. Wie weet zien we binnenkort de eerste rechters, politiecommissarissen en vakbondsbestuurders die publiekelijk worden gecontroleerd. Welkom in de monitordemocratie, waarin iedere gezagsdrager die zich niet conformeert aan de sociale mores die we gezamenlijk formuleren genadeloos wordt afgestraft en moet vrezen voor zijn functie. Hans Prins sloeg de spijker op zijn kop: het ‘gelijk maken aan elkaar’ is nu pas begonnen.