Oh bioboom, wat zijn je takken wonderschoon

Vervelend om de kerstboom na weken trouwe dienst weg te gooien? Neem een adoptiekerstboom. Als je die zat bent, wordt hij keurig teruggeplant in het bos.

Het begon met een sms van mijn huisgenote, vorig jaar december. „Hoe laat ben je thuis? Denise staat onder aan de trap, en ze is te zwaar om in mijn eentje omhoog te dragen.” Ik sprong op de fiets, me afvragend wie ze in hemelsnaam op bezoek had. Een obese peuter? Een tante met gebroken been?

Bij het trappenhuis was er niemand te bekennen. Op de binnenplaats stonden wat fietsen, vuilniszakken, een sparrenboompje in een pot. Tussen de naaldjes was nog net een label zichtbaar. Nummer 3169. Mijn huisgenote kwam de trap af stormen, wees op de pot. „Vind je d'r mooi?”

Denise was een adoptiekerstboom.

„Dit nooit meer”, hadden we na de vorige feestdagen gezegd. Onze toenmalige kerstboom, Dennis, hadden we gekocht bij De Zielige Plant; een stichting die mismaakte bomen verkocht die anders in de houtversnipperaar zouden verdwijnen. Tot ver in februari was Dennis het stralende middelpunt van onze keuken. Toen had mijn vader hem opgehaald met de auto. 's Avonds mailde hij een foto: Dennis, brandend in de open haard. Nog wekenlang prikten verloren naaldjes verwijtend in mijn voeten, als ik op sokken door de keuken liep. Voortaan zouden we aan kerstboomonthouding doen.

Maar nu was er Denise. Een nieuwe liefde, duurzaam en eeuwigdurend. 20 euro had ze gekost, plus 10 euro statiegeld. Dat tientje zouden we terugkrijgen als we haar na kerst heelhuids terugbrachten naar het afhaalpunt in de buurt. Dan zou ze worden teruggeplant in het adoptiebomenbos in Leusden, en konden we haar volgend jaar weer in huis nemen. Geen hartverscheurend afscheid, geen gedoe met een kerstboomgeraamte. Heel milieubewust, bovendien. En dat kan geen kwaad, want van de ruim 2,5 miljoen kerstbomen die jaarlijks in Nederland worden verkocht, eindigt een groot deel op de brandstapel. Dat zorgt voor een flinke CO2-piek. Om nog niet te spreken van de broeikasgassen die kunstkerstboomfabrieken uitstoten.

Tot over een paar maanden, Denise

Nee, dan een bioboom: die leidt hooguit tot een rugblessure. Dankzij haar forse kluit had Denise het gewicht van enkele kratjes bier. Het afscheid was zwaar in letterlijke zin, niet in figuurlijke. De man bij wie we Denise inleverden, vertelde dat we haar konden opzoeken in Leusden. Ze had haar label weer netjes om, dus als we het nummer onthielden, konden we haar zo herkennen in het kerstbomenbos. Met het tientje statiegeld in de hand wuifden we haar gedag. „Tot over een paar maanden”, beloofden we.

Het werd voorjaar, het werd zomer; geleidelijk verdween Denise uit onze gedachten. Tot mijn huisgenote onlangs wat verdwaalde groene naaldjes in de fruitschaal aantrof, en we opeens hevig verlangden naar het kerstbomenbos.

Dansende donkergroene bomen, compleet versierd met zilveren ballen en engelenhaar - zo had ik me het kerstbomenbos voorgesteld. Maar het eerste dat we bij aankomst zien is bamboe. Heel veel bamboe. En daartussen een man met een schep: Erwin Kooijman, eigenaar van biologische bamboekwekerij Randijk. „Komen jullie voor de bomen? Loop maar mee. We zijn ze net aan het verpotten.”

Samen met zijn vrouw Kyra Gunneweg bedacht Erwin tien jaar geleden het adoptiekerstboomproject. „We hadden een stukje grond over, en wilden onze reguliere kerstboomverkoop verduurzamen. Biologische kerstbomen verkopen, dat was het plan. Maar het is toch doodzonde als zo’n met zorg gekweekte boom uiteindelijk in de kachel verdwijnt? Toen bedachten we het adoptiesysteem.”

Met succes: dit jaar zijn 821 bomen gereserveerd - allemaal mensen die ‘hun’ boom van vorig jaar terugwillen. „Mensen raken gehecht aan hun boom. Komen benauwd vragen of-ie de zomer heeft overleefd. Meestal gaat het goed - we checken altijd of de bomen in goede conditie zijn als we ze terugkrijgen - maar er kan er wel eens eentje sneuvelen. Of er raakt een label los. Dan komen de tranen.”

Vaste klanten worden ’s zomers uitgenodigd voor een speciale picknick in het kerstbomenbos. „Sommige mensen adopteren al vijf jaar dezelfde boom bij ons.” Vijf is zo’n beetje de maximumleeftijd. Daarna worden de bomen te groot. Ze groeien tenslotte het hele jaar door.

De mooiste boom van het bos

Bejaarde bomen hebben geluk: ze mogen hun oude dag doorbrengen op het terrein van de kippenbioboer in de buurt. Daar is niet alleen plaats voor kerstbomen in ruste, maar ook voor een toekomstige generatie adoptiebomen. De kippen scharrelen rond op een heuse kerstbomencrèche, een kwekerij met duizend kniehoge exemplaren, nauwelijks groot genoeg om tien kerstballen in te hangen. Erwin, Kyra en een paar vrijwilligers komen af en toe langs om de kluit ‘rond te steken’ en de takken bij te punten. Verder houden de 30.000 kippen de boel op orde: die maken de kwekerij onkruidvrij.

Het daadwerkelijke kerstbomenbos ligt verscholen achter de bamboe. Kleine bomen, grote bomen, dik, dun, asymmetrisch, kaarsrecht - alles staat hier door elkaar. Sommige exemplaren hebben nog een verdwaald sliertje engelenhaar. Een paar rijen bij ons vandaan is een vrijwilliger bezig met het uitgraven van bomen. Erwin: „We zetten ze nu alvast in potten.” Het afsteken van de wortels is precisiewerk. Te lange wortels betekent een te grote kluit. Maar te dicht op de stam afsteken, is slecht voor de boom.

„Dat is haar!” roept mijn huisgenote opeens. Ze wijst op een onooglijk boompje. „Neeeeee”, mompel ik, „ze was veel imposanter....” Maar dan zie ik het label. Nummer 3169. Onze eigen Denise. En opeens lijkt ze de prachtigste boom van het hele bos.