Niet langer limiet aantal sporten Zomerspelen, hervorming biedingsproces

Voorzitter van het IOC Thomas Bach. Foto EPA/ Sebastien Nogier

Voor sporten als honk- en softbal en squash wordt het in de toekomst makkelijker weer op het programma bij Olympische Zomerspelen te staan. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft voor een verruiming van het aantal sporten gestemd. Als vervanging komt er een limiet voor het aantal onderdelen en het aantal sporters, schrijft persbureau Reuters.

Nu mogen er op Zomerspelen maximaal 28 sporten worden beoefend. Elke keer als het IOC dus nieuwe sporten toeliet op de Spelen, verdwenen er andere. Sporten als cricket en lacrosse waren ooit te zien op het toernooi, maar zijn al lange tijd geleden vervangen.

Er is dus met ingang van de Zomerspelen in Tokio in 2020 geen limiet voor het aantal sporten meer, maar in ruil daarvoor mogen er nooit meer 10.500 sporters meedoen en maximaal 310 onderdelen zijn. Dus mochten bijvoorbeeld honk- en softbal, verdwenen na de Spelen in Peking van 2008, weer terug willen keren - en daar wordt hard voor gelobbyd - dan zullen er een paar onderdelen van andere sporten moeten verdwijnen.

Meerdere steden én landen

Maar de IOC-leden stemden voor meer radicale hervormingen. De Spelen moeten goedkoper worden, dus wordt het steden die Olympische Spelen willen organiseren ook gemakkelijker gemaakt. Ze kunnen voordat ze een bieding indienen zich eerst laten adviseren door het IOC.

Bovendien hoeven niet alle onderdelen van het programma binnen de grenzen van één stad afgewerkt te worden, als er in een andere stad een geschikt stadion is. In uitzonderlijke gevallen mag er zelfs uitgeweken worden naar een ander land. Zo probeert het IOC een herhaling van wat er in de aanloop naar de Winterspelen van 2022 is gebeurd te voorkomen: vier van de zes kandidaatsteden haakten om geldredenen al af; alleen Almaty in Kazachstan en Peking zijn nu nog in de race.

Kandidaatsteden zullen bovendien aan minder eisen hoeven te voldoen en mogen straks zelf bepalen hoe de Spelen het beste passen bij hun eigen stedenbouwkundige plannen en infrastructuur.