‘Maria Stuart’ is strak, hard en messcherp

Ivo van Hove maakt in zijn nieuwe voorstelling met Toneelgroep Amsterdam een radicale stijlkeuze, die imponeert maar te weinig raakt

V.l.n.r. met de klok mee: Robert de Hoog, Eelco Smits, Katelijne Damen en Halina Reijn als de gedoemde Schotse koningin in Friedrich SchillersMaria StuartFoto Jan Versweyveld

Dit stond vast: na The Fountainhead zou het moeilijk zijn. Die voorstelling van voor de zomer was Ivo van Hoves voorlopige meesterproef: even persoonlijk als maatschappelijk relevant, en gevat in een snelle, vernuftige en flitsende vorm. De frisse, terloopse taal, fraai lucide gebracht door de acteurs, communiceerde prangende ideologische kwesties. De personages waren geloofwaardig en gelaagd, hun onderlinge verhouding psychologisch volkomen overtuigend. The Fountainhead was knetterend, spannend, verwarrend, roerend, scherpzinnig en zinnelijk.

Probeer dat maar eens te overtreffen.

Dat doet Van Hove dan ook niet. Het lijkt alsof hij met Maria Stuart opzettelijk het andere uiterste heeft opgezocht. Bij dit koninginnendrama van Friedrich Schiller uit 1800 laat hij alle vaart en franje weg. Jan Versweyveld ontwierp een kaal, minimalistisch decor, dat enkel dankzij projecties op de achterwand van sfeer verandert, van kerker naar koninklijk paleis en terug.

Anders dan de losse speelstijl in The Fountainhead is het acteren hier steil en artificieel. Daardoor komt veel nadruk op de tekst te liggen. Van Hove gebruikt de transparante vertaling van Barber van de Pol, en dat Schillers tekst hier begrijpelijk en helder is mag een verdienste heten. Maar de taal blijft stroef en het stuk loodzwaar, vooral omdat vrijwel geen van de acteurs de massieve tekst kan (of mag) verluchtigen. Alles is eerbied en ernst. Taal en vorm lijken verlammend te werken op het spel. Behalve bij Halina Reijn.

Reijn speelt de Schotse koningin Maria Stuart, die door de Britse koningin Elizabeth (Chris Nietvelt) gevangen wordt gehouden omdat ze expliciet de Britse troon opeist. Waargebeurde materie, die Schiller dramatiseert door in 1587 een fictieve ontmoeting tussen de twee vrouwen te ensceneren. Schiller buit de contrasten tussen de twee slim uit: de rigide, protestantse ‘virgin queen’ Elizabeth versus de sensuele katholieke Stuart. Op papier leidt dat tot een spannende strijd: Elizabeth voelt zich niet alleen bedreigd in haar machtspositie, maar ook in haar vrouwelijkheid. Van die zinnelijke verwarring – de twijfel, de onzekerheid – blijft in de krachteloze vertolking van Nietvelt helaas weinig over.

Maar Reijn is, passend bij haar personage, gelukkig wel een vrouw van vlees en bloed. Knap schakelt zij tussen bang en trots, terwijl ze de stramme taal volkomen naturel doet klinken. Haar Stuart is nu eens geraffineerd verleidster, dan waardig staatshoofd en ten slotte martelares. Als ze zich deemoedig verzoent met de guillotine laat Reijn subtiel haar besef van pr doorschemeren. Ze aanvaardt haar dood niet alleen omdat ze zo vroom is, maar ook omdat ze een slimme calculatie maakt: haar imago is straks onverwoestbaar; haar nagedachtenis zal eeuwig triomferen over Elizabeth. Die dubbelheid intrigeert.

Ook Van Hoves vormvastheid imponeert. Alles is consequent en doordacht, van de onnadrukkelijke, maar gelikte kostuums (zwarte zijden jurkjes en stiletto’s voor de vrouwen, de mannen strak in pak), de hypergestileerde poses en – verrassend voor Van Hove – zelfs dansjes, tot de slow motion ‘cat fight’ van de vrouwen die ondanks de opgebouwde spanning onvoldoende emotionele ontlading brengt. Op de achtergrond klinkt non-stop een koele elektronische soundtrack, met repetitieve klanken die eerst mild-tergend maar gaandeweg gekmakend zijn.

Aan het slot breekt Van Hove uit het zelfverkozen keurslijf. De dood van Stuart is een ijzingwekkend theatraal effect dat de gruwel van de guillotine benadert. En dan volgt een briljante stijlbreuk, die niet moet worden weggegeven. Het slot toont Nietvelt als verweesde zombie, houterig als een marionet, gevangen als ze is in haar eigen imperium. Achter haar holle blik schuilt de doodsangst. Een prachtig, verontrustend beeld.

Maar het is too little, too late. Maria Stuart wil maar niet raken. En dat is zonde van de smeuïge materie. Twee vrouwelijke machthebbers, verwikkeld in een vurige strijd, en omringd door konkelende macho adviseurs – de spanning zit er wel in, maar Van Hove buit die niet uit.

Zijn Maria Stuart toont een radicale stijlkeuze, maar levert geen meeslepend theater op. Strak, hard, sober, messcherp – was The Fountainhead een bubbelbad, dan is Maria Stuart de ice bucket. Goed dat het gebeurt. Maar genieten? Nou, nee.