Is het wel zo erg?

WZH reageerde niet toen de instelling negatief in het nieuws kwam. Nu de storm is gaan liggen willen medewerkers wel praten. Ja, er gaan soms dingen mis. En vaak is het verklaarbaar. Maar moeilijk uit te leggen.

Foto Jasper Juinen

Het lijkt zo’n gemoedelijke afdeling. Met huiskamers waar alle schilderijen precies recht hangen. Waar zachtjes de viool van André Rieu klinkt. Waar het ruikt naar een gekruid gebakken eitje. Geen kauwgom op de vloer, geen stof op tafel.

Wie er een tijdje rondloopt, begint rare dingen te zien. Bewoners die om vijf uur in hun eigen appartement de jas aantrekken om naar huis te gaan. Een oude vrouw die rond lunchtijd achter de rollator van huiskamer naar huiskamer holt. Een vrouw die verliefd is op een vrouw van een andere huiskamer, terwijl ze denkt dat het een man is.

Maar is het er ook zo’n zootje als vorige maand door twee familieleden van bewoners werd geschetst in het Algemeen Dagblad en bij de talkshow Pauw? Loopt hier „de urine langs de enkels” van de bewoners? Klopt het dat er nauwelijks toezicht is op medicijneninname, zodat de „pillen in de asbak belanden”? Er zou ’s middags „urenlang” geen toezicht zijn op de dementerende bewoners. Bewoners zouden niet worden verschoond.

De staatssecretaris voor Zorg, Martin van Rijn (PvdA), kwam erdoor in de problemen. Hem werd na de uitzending van Pauw verweten zich op te stellen als een kille bestuurder, in plaats van een meelevende zoon. Hij zou niet met compassie in zijn gegaan op individuele gevallen.

Ouderenbond ANBO riep dat WZH, de instelling waar het om ging, zich „de ogen uit de kop moest schamen”. De staatssecretaris moest zich verantwoorden in de Tweede Kamer.

WoonZorgcentra Haaglanden reageerde niet. Nu de storm is gaan liggen, willen medewerkers wel praten. Niet over individuele gevallen: dat is privacy. Die individuele gevallen worden hier dus ook niet genoemd. Maar wel willen ze praten over hoe het toch kon gebeuren: hun instelling zo ongenuanceerd in het landelijke nieuws.

We keken mee op twee locaties en spraken uitgebreid met verplegers, teamleiders, locatiemanagers en directie. Dit is geen artikel dat de zorg in WZH beoordeelt – om dat te kunnen doen zou je maanden mee moeten lopen op meerdere instellingen, dag en nacht. Dit is hoe WoonZorgcentra Haaglanden op een doordeweekse dag werkt.

En ja, er gaan dingen mis, zeggen medewerkers. Er plassen mensen in hun broek en dat kun je omschrijven als urine over de enkels. Het toezicht op medicijneninname is niet altijd goed. Soms is er even geen medewerker in de huiskamer om op de bewoners te letten. O, en ja, er vallen ook mensen in de gang.

Maar dat is het probleem niet. Het probleem, of „de uitdaging”, zoals de meesten het noemen, is het omgaan met de zorgen van familieleden. Leg hun maar eens uit hoe die situaties ontstaan. Daarover straks meer. Eerst de afdeling op.

Zelf opstaan, zelf aankleden. Tenminste, zolang het kan

De afdeling met dementerende bewoners in WZH Waterhof is geen luilekkerland. Hier wordt gewerkt. Zelf opstaan. Zelf aankleden. Zelf naar de wc. Maar er komt een moment waarop het niet meer gaat, waarop er ingegrepen moet worden. En iedere bewoner maakt het mee.

Wanneer dat moment aanbreekt? Als het al misgegaan is. Bijvoorbeeld wanneer iemand in zijn bed geplast heeft, of in de gang, of in de huiskamer tussen de andere bewoners. Of als iemand ’s ochtends in zijn blootje de kamer uitkomt – vergeten aan te kleden.

Dan komen verpleegkundigen Pascal en Selina helpen. Niet met z’n tweeën tegelijk, want er zijn meer bewoners die geholpen moeten worden.

Ze wegen af. Misschien is zwaar incontinentiemateriaal na één ongelukje nog niet nodig.

Bij de blote bewoner proberen ze wat nieuws. Misschien lukt zelfstandig aankleden nog wel als voortaan de kleren vast klaarliggen. Dat moet dan wel in de goede volgorde. Is het eerst broek, dan T-shirt en dan overhemd? Of is deze meneer zijn hele leven al gewend om met de sokken te beginnen? „Als je dat niet weet, lukt het niet”, zegt Pascal. „En het duurt wel even voordat je daarachter bent.”

De afdeling is liberaal. De hogere hand grijpt pas in als het echt niet anders kan. Verder kunnen mensen vooral doen wat ze zelf willen. Bewoners die willen wandelen, kunnen gaan wandelen. Ook als dat zigzaggend door de gangen gebeurt, gebogen over een rollator.

Het grootste goed op deze afdeling: privacy, dat ze niet meekijken

Soms gaat het hard, misschien wel te hard. Maar ja, het alternatief is een stoel met een dienblad ervoor, waaruit je niet kan opstaan. Of vastbinden, zoals het vroeger ging.

Dat willen ze hier niet, dus wordt er flink gelopen. Geen rondjes, want alle gangen lopen dood, maar gewoon van de ene huiskamer naar de andere, omkeren en weer terug.

Die vrijheid geldt ook voor persoonlijke hygiëne. „Als iemand niet wil douchen, gaan we mensen niet dwingen”, zegt Pascal. Lang niet alle bewoners hebben ’s ochtends zin in een lekkere douche. De een wel, de ander vindt een keer per week wel genoeg. Scheren en tandenpoetsen hoeft voor sommigen ook niet zo nodig. En als het dan toch moet, dan liever met hulp van dochter of zoon dan van een verpleegkundige, die soms alweer een wildvreemde lijkt.

Het grootste goed is privacy. Mensen die meekijken of de medicijnen wel worden doorgeslikt, daar zitten ze niet op te wachten.

Op Selina en Pascal dus ook niet. Selina doet dan alsof ze alweer wat anders aan het doen is, maar blijft stiekem meekijken. Soms, als ze later schoonmaakt, komt ze toch nog wel eens het pilletje tegen op de vloer of in de plantenbak. De bewoners zijn er gehaaid in. Pascal: „Een roze pilletje willen ze wel. Geef je ze een witte, dan spugen ze het uit.”

Teamleider Jannie de Vos is ervan op de hoogte. „Het zal heus weleens gebeuren dat iemand zijn pilletje niet heeft ingenomen terwijl wij denken dat het wel ingenomen is.”

Maar ook nu is het alternatief – de pillen gemalen in eten of drinken verbergen – niet aanlokkelijk. Alleen als het echt niet anders kan, wordt er gemalen.

De incontinentiespecialist van toen is de continentiespecialist van nu

De psychogeriatrische zorg, oftewel zorg voor ouderen met dementie, is sterk veranderd, zegt Jan Willem van den Dool, locatiemanager van WZH Waterhof. „Wat vroeger de incontinentiespecialist was, heet nu de continentiespecialist”, zegt Van den Dool. „Het gaat er tegenwoordig om mensen zolang mogelijk invloed op hun leven te laten houden, niet om alles uit hun handen te nemen.”

Dat is ook het beleid van de directie van WZH, vertelt directeur Monique Cremers. „Nog niet zo lang geleden dachten mensen van dementie: het houdt gewoon op. Iemand is in de war, die geef je af en toe een kopje thee en dat is het dan. Inmiddels weten we veel meer van dat afschuwelijke ziektebeeld. Wat voor fases het heeft. Nu weten we dat mensen nog iets kunnen leren, met muziek bijvoorbeeld.”

Inzicht in het ziekteproces

Zulke zorg vraagt ook om andere medewerkers, volgens Cremers. „Vroeger kon je in de ouderenzorg werken als je nauwelijks de taal sprak en koffie kon schenken. Ik zeg het nu heel oneerbiedig hè, zwart-wit, maar even om aan te geven hoe het ongeveer was. Tegenwoordig willen we dat mensen inzicht hebben in het ziekteproces van dementie. Mensen die kunnen observeren, goed kunnen communiceren met familie, die hun cliënt echt leren kennen.”

En zulke verplegers vindt Cremers steeds moeilijker, zegt ze. „Als ik op opleidingsinstituten kom bijvoorbeeld zie ik jongeren die soms behoorlijk te zwaar zijn. Of ik hoor hoe ze soms zo makkelijk oordelen. Dan denk ik: hoe vitaal is onze maatschappij? Er zijn meer mensen in de ouderenzorg nodig die zich kunnen inleven. Tegelijkertijd is er een groeiende groep mensen die niet goed voor zichzelf kan zorgen. Hoe kan die voor anderen zorgen?”

Niet door er meer geld in te steken. Voor een verpleeghuisbewoner is zo’n 80.000 euro per jaar beschikbaar, ongeveer 200 euro per dag „Meer is niet realistisch.”

Wat wel realistisch is: betere communicatie met familieleden van bewoners. Het is het grootste probleem van WZH. Het zou ook de oorzaak zijn van de negatieve aandacht in de media.

Tussen twee en vier ’s middags zou er geen toezicht zijn op de bewoners, stond vorige maand in het Algemeen Dagblad. Wie vluchtig op de roosters in de gang kijkt, ziet dat dat klopt: af en toe staat er tussen twee en vier niemand ingeroosterd voor de huiskamer.

Maar wie gaat puzzelen, ziet dat een andere huiskamer op die tijd twee medewerkers heeft. „Een van de twee gaat dan naar de andere huiskamer”, zegt teamleider Jannie de Vos. „Maar een mantelzorger ziet dat niet meteen. Die denkt: help, niemand let op mijn vrouw.”

De Vos hing het rooster juist op voor de familieleden, zodat die bij binnenkomst kunnen zien wie er aan het werk is. „Maar hoe transparanter je bent, hoe meer je wordt gecontroleerd.”

Soms ook lastig: mantelzorgers, vaak de echtgenoot van de demente bewoner, worden steeds ouder. „Soms heb ik het gevoel dat ik ook voor hen moet zorgen”, zegt Selina. „Ik probeer ze weleens te beschermen, omdat ik bang ben dat ze overbelast raken.” Dan vertelt ze maar even niet over ieder ongelukje van de bewoner.

Sommige familieleden willen ook niet te veel weten. Allemaal hebben ze een slopende periode achter de rug. De afdeling met mensen met dementie was de plek die ze jarenlang koste wat het kost wilden vermijden. Maar op een gegeven moment werd het te veel en moesten ze het telefoontje plegen dat ze nooit wilden plegen.

„Hier komen kan alleen maar verschrikkelijk pijn doen”, zegt locatiemanager Jan Willem van den Dool. „Ze gaan telkens naar huis met het gevoel dat ze gefaald hebben.”

En dan treffen ze hun familielid soms ook nog eens ongewassen aan. Dat is schrikken. WZH zou nu toch de zorg doen? Hun familielid vertelt er niet bij dat hij geen zin had in douchen – allang weer vergeten.

Op de afdeling is moeder moeder niet meer. Echtgenoot is echtgenoot niet. Dementie verandert mensen. Een bewoner die zijn hele leven vegetarisch was, er zelfs voor op de barricades stond, ging plots vlees eten. Of, pijnlijker: een bewoner begon een nieuwe relatie met een medebewoner. Had de zorginstelling dat niet kunnen voorkomen?

Altijd overleg met de familie

De zorgmedewerkers van WZH proberen zoveel mogelijk te delen, eigenlijk alles. Tijdens kopjes koffie. Via de mail. In een telefoongesprek. En als er verandering nodig is aan de zorg, zwaarder incontinentiemateriaal bijvoorbeeld, dan wordt dat altijd overlegd met de familie en een arts. Zij hebben het laatste woord, benadrukken alle medewerkers.

Maar ze hebben de indruk dat familieleden de mooie momenten niet genoeg zien. Die moeten zichtbaarder. Tuurlijk, er is al om de maand voor familieleden een nieuwsbrief met foto’s en tekstjes over activiteiten. Maar dan nog ziet niet iedereen hoe Pascal de bewoners meeneemt naar het zwembad, waar ze voor het eerst in decennia weer in het water staan. Hoe iemand dan kan lachen. Hoe een vrouw kan stralen als Selina haar heeft opgemaakt.

„Het beeld van de ouderenzorg veranderen is niet makkelijk”, zegt directeur Cremers. „Het beeld dat blijft hangen is dat van: te weinig deskundigheid, te weinig geld, te weinig handen aan het bed. Dat is gewoon niet waar. Ons soort zorg is meer dan veel mensen denken.”