Column

Hillary

Hoe meer ik over Hillary Clinton lees, hoe nieuwsgieriger ik naar haar als (mogelijke) opvolger van Obama word. Wat Obama te weinig heeft – durf, directheid, doortastendheid – heeft zij misschien wel te veel. Eén jaar Hillary als president belooft meer tinteling in het leven dan acht jaar Obama.

Als ik overdrijf doe ik het in commissie, want ik baseer mijn verwachtingen onder meer op de resultaten van geheime interviews met zestig veteranen van de Clinton-regering (1993 – 2001). De universiteit van Virginia doet via ‘oral history’ onderzoek naar vroegere presidentschappen. Onlangs werden de resultaten van het onderzoek naar Clinton openbaar gemaakt; The New York Times berichtte erover.

Wat blijkt? Hillary, en niemand anders, had de broek aan. Dit is mijn eigen interpretatie, de NYT presenteert de citaten en houdt zich verder op de vlakte. Zo zegt Alice M. Rivlin, destijds begrotingsdirecteur in het Witte Huis: „Hij mist discipline, zowel in zijn persoonlijke als in zijn intellectuele leven en op het gebied van besluitvaardigheid, tenzij hij door iemand gered wordt.” Volgens haar redde zij Bill in een groot deel van zijn carrière.

Ze had een gecompliceerde relatie met haar vreemdgaande man, maar toch bleef zij degene die hem naar het succes stuwde en hem tegen zichzelf beschermde. Ze was woedend toen ze begreep dat hij in het Witte Huis met stagiaire Monica Lewinsky had gerommeld. „Ze zou hem met een pan op zijn kop hebben geslagen als iemand haar die had gegeven’’, zegt Susan Thomases, vriendin van Hillary en actief in de presidentscampagne, „maar ik denk niet dat ze ooit heeft overwogen hem te verlaten of te scheiden.” In plaats daarvan voerde ze de strijd aan tegen de door de Republikeinen gewilde verwijdering uit het ambt.

De affaires van Clinton waren al in 1992 onderwerp van beraad geweest, vertelt Stanley B. Greenberg, opiniepeiler voor de Clintons. „We hadden een vergadering die helemaal aan dat onderwerp was gewijd en waarbij Hillary aanwezig was. Het was een ongemakkelijke vergadering.” Maar Hillary was het ermee eens dat het onderwerp in de aanloop naar de verkiezingen besproken moest worden. „Ze zei er evenveel over als hij.” Wát erover gezegd werd, krijgen we niet te horen, maar ik vermoed dat ze Bill (tevergeefs) hebben geadviseerd: „Niet meer doen.”

Samengevat: Hillary had de broek aan en Bill had hem uit – en toch bleven ze bij elkaar. Daaraan moet een diepe geestverwantschap ten grondslag liggen; dat blijkt wel uit deze getuigenissen. Ze hebben onvoorwaardelijk veel vertrouwen in elkaars capaciteiten. Hillary, toen nog advocate, vertelde al in de jaren zeventig tegen haar baas: „Hij wordt president van de Verenigde Staten.”

Toen hij dat eenmaal was, voer hij soms blind op haar kompas. Dat kwam hem duur te staan toen haar plannen voor een hervorming van het zorgverzekeringsstelsel mislukten, maar hij bleef haar steunen. „Hij wordt razend als mensen kritiek hebben op Hillary”, zegt Mickey Kantor, in 1992 campagnevoorzitter.

Een sterke vrouw die geleerd heeft van haar politieke fouten – dat is het beeld dat hier wordt geschetst van Hillary Clinton. En wat mij nog het meest aan haar bevalt: ze blijft je aankijken als je op een bijeenkomst met haar praat, vertelt ex-senator Alan Simpson, ze zoekt niet naar interessantere gesprekspartners.

Zo’n vrouw willen we toch allemaal hebben?