Column

Filosofie is hét wapen in de strijd tegen robots

47 procent van de banen verliezen we aan robots. Alleen de creatieve, sociale, mens blijft. Dus is het stom dat er op filosofie wordt gekort zegt columnist Floor Rusman.

Elke tijd heeft zijn eigen obsessie; voor ons zijn dat, naast Zwarte Piet en Julien Blanc, de robots. In het jaar 2000 kwam in het Verenigd Koninkrijk het woord ‘robot’ 1900 keer voor in het nieuws; in 2013 15.000 keer, zo las ik in een longread over robots van WRR-econoom Robert Went en RTL Z-redacteur Hella Hueck.

In de longread staat wat we al eerder wisten van een uitgebreid Oxford-onderzoek: vooral banen in het middensegment zullen verdwijnen door robotisering. Niet alleen een deel van de fabrieksarbeiders, maar ook veel mensen in de dienstverlenende en financiële sector zullen op termijn overbodig worden. Volgens het Oxford-onderzoek zou het gaan om 47 procent van de banen.

Nu is de vraag: hoe moeten we ons voorbereiden op een verschijnsel waarvan we de omvang en gevolgen nog niet overzien? Een voor de hand liggend advies uit het artikel van Went en Hueck: leer kinderen al vroeg omgaan met technologie – maak bijvoorbeeld programmeren tot een verplicht vak.

Maar een ander advies vond ik nog interessanter. ‘Het gaat niet alleen om technische kennis, maar ook om sociale vaardigheden’, schrijven de auteurs. Ze citeren hoogleraar Vanessa Evers van de Universiteit Twente, die zegt dat studenten moeten leren samenwerken met mensen uit diverse disciplines: niet alleen ingenieurs, maar ook filosofen. ‘Het probleem waar de robot een oplossing voor moet zijn, moet vanuit verschillende gezichtspunten bekeken worden.’

Dit citaat deed me denken aan een filmpje dat ik dit weekend zag over het belang van de geesteswetenschappen, die wereldwijd onder druk staan omdat hun economisch nut minder duidelijk is dan dat van de bètawetenschappen. Harvard-historicus Peter Galison merkt daarin op dat juist de geesteswetenschappen kunnen helpen bij het oplossen van politieke en ethische dilemma’s rond nieuwe technologie.

Niet alleen voor vragen rondom technologie zijn de geesteswetenschappen van belang. Kijk bijvoorbeeld naar Thomas Piketty, die ervoor pleit dat de economische wetenschap weer meer wordt geïntegreerd met geschiedenis en filosofie.

Nog een reden om geesteswetenschappen belangrijk te vinden: het Oxford-onderzoek over robotisering eindigt met de voorspelling dat werknemers met ‘creatieve en sociale vaardigheden’ de strijd om banen zullen winnen. Die vaardigheden leer je eerder bij filosofie dan bij natuur- of bedrijfskunde.

Helaas denkt de overheid er anders over. In de aandachtspunten van de onlangs uitgekomen Wetenschapsvisie 2025 staat geen enkel geesteswetenschappelijk thema. En de laatste jaren wordt overal bezuinigd op geesteswetenschappen; op dit moment is de Universiteit van Amsterdam aan de beurt. Zoals het er nu naar uitziet wordt het vakkenaanbod verkleind en verschraald, wat kan inhouden dat de werkgroepen groter worden of voor minder studenten toegankelijk zijn.

Vindt de regering de geesteswetenschappen zo onbelangrijk dat ze er niet meer geld voor wil uittrekken? Of wordt er überhaupt niet over nagedacht? Ik weet niet wat ik erger zou vinden.