Filippino’s zijn tyfoon nu te vlug af

Door een betere voorbereiding weten autoriteiten schade te beperken; er vielen ‘slechts’ 21 doden

Ayo! Hey! Hallo! Ricardo? Waar ben je? Roep iets! Een ploeg reddingswerkers ploetert door de drassige velden buiten Medellin, een dorpje op de noordpunt van het Filippijnse eiland Cebu. Met zaklampen schijnen ze onder omgewaaide palmbomen. Ze klauteren over een ingestorte schuur. Met dertig man zoeken ze twee uur lang in de stikdonkere nacht naar één 79-jarige man die na tyfoon Hagupit vermist is.

Het werk van de reddingsbrigade zegt alles over het verschil tussen Hagupit, in de Filippijnen Ruby genoemd, en de verwoestende storm Hayain van vorig jaar. Nu kunnen tientallen mannen urenlang naar één vermiste man speuren, terwijl na Haiyan duizenden doden lagen te rotten in de straten van Tacloban omdat er te weinig mankracht, gereedschap en lijkenzakken beschikbaar waren.

De materiële schade is aanzienlijk op de eilanden waar Hagupit raasde, want ook al was deze storm geen Haiyan het was nog steeds een zeer gevaarlijke tyfoon met snoeiharde windstoten en keiharde regens. Maar er zijn relatief weinig doden en gewonden. Het Rode Kruis sprak vanmorgen van 21 doden. „Wij hebben onze les geleerd. Ons doel is nul gewonden en nul doden. Daarom moeten wij deze vermiste Ricardo Apas vinden”, zegt Dennis Cortez het hoofd van de reddingsbrigade die de zoektocht naar de vermiste man leidt.

Gevaar voor Manila

Wat geldt op het noorden van Cebu, dat de zuidelijke uitlopers van Hagupit te verduren kreeg, geldt ook voor het stadje Dolores op het eiland Samar waar Hagupit vanuit de Stille Oceaan aan land kwam. Van de veertigduizend bewoners, werd slecht een man gedood door een omvallende boom. Lang niet alle schade is in kaart gebracht en Hagupit trekt nog in afgezwakte vorm over de Filippijnen. Slechts een handjevol mensen zijn, zoals Ricardo Apa, vermist. Het enige gevaar is nog dat hevige regens miljoenenstad Manila doen onderlopen.

Wie de daadkrachtige reddingswerkers bekijkt of de vrachtwagen vol rijst die een paar uur na de storm naar afgelegen gebieden trekken, vraagt zich af of de zevenduizend doden en vermisten na Haiyan te voorkomen waren. „Dat is een pijnlijk vraag. Misschien moeten wij als Filippino’s af en toe wakker geschud worden. Deze keer was het in ieder geval makkelijk. „Deze mensen hebben tijdens Haiyan veel ellende meegemaakt; huizen, akkers, vrienden en familie verloren. We hoefden nu alleen maar het woord vloedgolf te zeggen of ze stonden al voor de deur van de evacuatiecentra”, zegt Celestino Martinez Junior, de kogelronde burgemeester van Bogo City, een stadje in het noorden van Cebu. Martinez Junior zit op een klapstoel in de basketbalhal van zijn stad. Op de tribunes slapen gezinnen. Van de tachtigduizend bewoners zijn twintigduizend geëvacueerd. Een uur nadat de zuidelijk uitschieters van Hagupit overtrokken giert de wind nog steeds door de nok van het stadion.

Tyfoons zijn loterijen

Hagupit was de eerste supertyfoon na Haiyan. Dat de schrik er in zit, is logisch. In de Filippijnen kwam een ongekende volksverhuizing van 1,2 miljoen mensen op gang van de kustlijn naar hoger gelegen gebieden. Maar het gevaar is dat Filipino’s door Hagupit weer laks worden. Deze tyfoon zou destructief zijn, werd vooraf gewaarschuwd. Dat bleek niet het geval. Tyfoons zijn loterijen; ondanks alle wetenschap blijft het gokken hoe krachtig en dodelijk ze zijn en waar ze zullen toeslaan. Hagupit was een misser, maar de volgende storm kan genadeloos toeslaan. Dat is het lot van de bewoners van de Filippijnen.

Het huis van huisvrouw Jorgie staat op palen in zee. Ondanks haar uiterst kwetsbare plek weigerde ze te evacueren. „De autoriteiten willen ons alleen bang maken om hun eigen hachje te redden. Na Haiyan was President Aquino woedend dat de politie hier zo weinig had voorbereid. Hij is toen naar de regio gekomen om iedereen een standje te geven. Nu willen ze dat ik evacueer. Dan is het geen vloedgolf maar een inbreker die alles van mij steelt”, zegt Jorgie. „En wat als er volgende week weer een tyfoon aankomt? Moet ik dan weer weg? Zo blijf ik bezig.”