De ziel van de jazz leeft in clubs, in de stad, in de nacht

„Hij smijt je door elkaar, dendert vijftig kilometer lang onder New York door”. Met deze woorden opent verteller Koen Schouten, voormalig jazzrecensent, de concerttour New York Round Midnight. Het gaat over de fameuze A-train die Billy Strayhorn inspireerde tot een klassieke jazzcompositie geschreven voor Duke Ellington: Take the A Train. We blijven ondergronds, bezoeken de fameuze club Village Vanguard met held Canonball Adderley. Daarna struinen we door nachtelijk New York, luisteren in Five Spot Café naar Thelonious Monk en in Red Rooster naar grensverleggende jamsessies.

De relaxed aangezette stem van Schouten krijgt explosieve bijval van een all star band met fantastische alt- en tenorsaxofonisten, trompet, piano, bas en drums, zangeres Deborah J. Carter en vocalist Paul van Kessel. Zij weten elke stijl, van swing tot bebop en verder, te spelen alsof we echt zo’n vijftig jaar terug zijn in de tijd. Een verrukkelijke Charles Mingus klinkt daar, plukkend aan zijn bas. Of de trompet van Miles Davis in Kind of Blue. Het zenuwslopende tempo van Charlie Parker en de meditatieve akkoorden van Thelonious Monk. Zijn credo krijgt in deze jazzvoorstelling op fraaie manier gestalte: „Als muzikant mag je nog zoveel gekkigheid spelen, zorg dat er altijd een melodielijn klinkt.” Daarna kwam de free jazz, die alles losliet. Round Midnight bewijst dat jazzgeschiedenis onweerstaanbaar is verbonden met de clubs, met nacht, met ondergronds leven. Daar klinkt haar ziel.