B-b-b-berekoud

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Diverse keren gehoord vorige week in de conversatie van alledag: „Wat is het opeens berekoud.” Een oudere dame hoorde ik zelfs bereNkoud zeggen. Dat zou je als hypercorrectie mogen beschouwen, want net als beresterk heeft berekoud officieel geen tussen-n. Ook vaak gehoord de afgelopen dagen: het is opeens waterkoud.

Bij waterkoud heb ik eerder een beeld dan bij berekoud. Een hoge luchtvochtigheid, stevige wind erbij: iedereen die lang in Nederland woont of heeft gewoond weet hoe dat aanvoelt.

Berekoud roept vragen op. Zoals: is dit woord ontstaan door de associatie met ijsberen? En: stamt berekoud uit de tijd dat er in Nederland nog beren waren of is het veel jonger? En kwamen er in onze streken eigenlijk ooit beren voor?

Om met het laatste te beginnen: ja, ooit liepen er hier onder meer bruine beren rond, maar die zijn ruim achthonderd jaar geleden uitgestorven.

Berekoud is een relatief jong woord. Het is pas in de tweede helft van de 20ste eeuw voor het eerst aangetroffen en is gevormd naar het voorbeeld van beresterk.

Ook beresterk is opvallend jong. De uitdrukking zo sterk als een beer is in 1847 voor het eerst opgetekend, maar beresterk komen we pas in 1944 voor het eerst tegen. De Storm, het blad van de Nederlandse SS, had het op 7 juli 1944 over „vijf berensterke kerels”. De kans lijkt mij groot dat het hier gaat om een vertaling van het Duitse bärenstark.

Erg gangbaar lijkt beresterk indertijd niet te zijn geweest, want pas in 1955 vinden we een tweede voorbeeld. In het beeldverhaal ‘Smidje Verholen en de body builder’, gepubliceerd in het Limburgsch dagblad, komt een politieagent voor die weliswaar klein is, maar dankzij het bodybuilden „beresterk”.

Berekoud duikt in november 1966 voor het eerst op, in een Friese krant, onder een cartoon: „’t Is nog berekoud”. Bere- maakt in die jaren opgang als versterkend voorvoegsel, zoals taalkundigen dat noemen. Iets kan bijvoorbeeld bereleuk, beregoed of bere-interessant zijn. Kortom: bere- staat voor iets als ‘in zeer hoge mate aanwezig’, ‘buitengewoon’ of ‘enorm’.

Aanvankelijk vinden we berekoud vooral in min of meer informele teksten. Zo staat het in 1972 in een sportverslag in een krant: „Het zal heus niet alleen in Arnhem berekoud geweest zijn. Wel lag daar op het veld van Vitesse de sneeuw onverwacht hoog.”

Maar in de jaren daarna vinden we het ook in formelere teksten. Zo maakte het Nieuwsblad van het Noorden, onder de kop ‘Bere-koud’, in 1976 melding van een commissievergadering in een veel te koud provinciehuis. „Ik sta er op”, eiste een gedeputeerde, „dat in de notulen wordt opgenomen dat het hier berekoud is.”

In 1979 vinden we berekoud voor het eerst in een weerbericht, in Het Vrije Volk („Ook vannacht is het opnieuw berekoud geworden in Nederland”) en vanaf die tijd is het zeer gangbaar. Bij mijn weten heeft De Telegraaf, altijd goed voor de overtreffende trap, in 1989 als eerste het woord ijsberenkoud gebruikt. Ook dat komt nog altijd geregeld voor.