Van Agt: wietwet absurd

Rechters leggen steeds vaker geen straf meer op aan coffeeshophouders met een te grote wietvoorraad. Daardoor is de wetgeving nu irrelevant.

„Teelt, handel en gebruik van wiet moet strafrechtelijk irrelevant worden. Dat is de enige oplossing.” Dat zegt voormalig CDA-premier Dries van Agt, die als minister van justitie in 1976 verantwoordelijk was voor de invoering van het onderscheid tussen harddrugs en softdrugs.

Hij reageert hiermee op een reeks recente rechterlijke uitspraken, met name die van het gerechtshof Amsterdam. Dit hof oordeelde in juli dat de eigenaar van coffeeshop Checkpoint in Terneuzen geen straf moest worden opgelegd voor de te grote voorraad hasj en wiet die bij hem werd aangetroffen. Die grote voorraad softdrugs, zo blijkt uit de toelichting van het hof, was nodig voor de exploitatie van de gedoogde coffeeshop en dat was bij het OM en het gemeentebestuur bekend. Daarom is geen „redelijk doel” gediend met strafoplegging.

Uit dit vonnis van het Amsterdamse hof blijkt volgens Van Agt dat er na veertig jaar gedoogbeleid „een absurde situatie” is ontstaan.

Hij is het eens met de advocaat in de Checkpointzaak, André Beckers. Volgens Beckers blijkt uit de reeks recente uitspraken dat de wetgeving niet meer op een lijn te brengen is met de gegroeide praktijk rond gedoogde coffeeshops. „Dit is een kraakhelder signaal aan de politiek. Los het probleem van de illegale bevoorrading van coffeeshops op.” Een woordvoerder van het hof laat desgevraagd weten dat het vonnis voor zich spreekt.

Rechtbanken en gerechtshoven leggen steeds vaker geen straf meer op aan coffeeshophouders die een te grote voorraad hasj of wiet op voorraad hebben. De rechtbanken van Amsterdam, Den Haag, Midden-Nederland, Oost-Brabant, Overijssel en Rotterdam hebben tussen 2012-2014 coffeeshophouders veroordeeld voor het aanhouden van te grote voorraad wiet, maar geen straf opgelegd.

De rechtbank in Den Haag formuleerde het in een zaak rond een coffeeshop in Lisse nog scherper. „Zolang de wetgever in gebreke blijft om de achterdeurproblematiek te regelen en het Openbaar Ministerie ervoor kiest om zaken waarin die problematiek speelt aan de rechter voor te leggen zal deze een – inhoudelijke – beslissing op de hem voorgelegde feiten dienen te geven.” De conclusie luidde dat geen straf werd opgelegd.

Een OM-woordvoerder stelt dat tegen het arrest van het Amsterdamse hof cassatie is aangetekend. Of dat wordt doorgezet is volgens de woordvoerder nog niet duidelijk. „Tot die tijd verandert niets aan het bestaande vervolgingsbeleid van coffeeshops.”