Sturing helpt wetenschap achteruit

De Wetenschapsvisie 2025 is geen visie, maar een poging de wetenschap te knevelen onder het mom van efficiëntie. Maar wetenschappers zitten helemaal niet te wachten op reaguurders, weet Vincent Icke.

illustratie angel boligan

Over twee jaar vieren wij de honderdste verjaardag van de algemene relativiteitstheorie. Daarin liet Einstein zien dat zwaartekracht niet bestaat: planeetbanen zijn krom omdat de ruimte wordt gekromd door de materie van de zon. Wisten we dat niet, dan zou satellietnavigatie onmogelijk zijn. Dan zou je TomTom per etmaal 53 kilometer fout wijzen.

Vorige week presenteerden minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker hun langetermijnvisie voor het wetenschapsbeleid, Wetenschapsvisie 2025. Opvallend is de grote nadruk op maatschappelijke relevantie, valorisatie en samenwerking. Zouden wij Einstein mogen valoriseren, dan konden de exacte wetenschappen zichzelf bedruipen - en bleef er genoeg over om de alfacollega’s te helpen. Maar dat mogen wij niet, want de wetgeving is opzettelijk zo ingericht dat een wetenschappelijk inzicht niet te patenteren is.

Einsteins theorie verklaarde niet hoe de zon aan de ruimte om zich heen vertelt dat deze gekromd moet zijn. We hebben nog twee jaar om die vraag op te lossen, anders vieren we straks het eeuwfeest van een mooie maar onvolledige theorie. Helaas mogen wij straks niet meer aan die oplossing werken – tenminste, als het aan onze regering ligt. Want minister en staatssecretaris hebben alweer een ‘visie’ voor de wetenschap afgescheiden, en het effect van die visie zal nog verwoestender zijn dan alle plannen, kaders, beleid en opportunisme die ons tot nu toe hebben getroffen.

Deze visie der blinden is het voorlopige sluitstuk van een ontwikkeling die al tientallen jaren gaande is. Wetenschap is cultuur, en de politiek heeft cultuur de dood aangezegd. In een land waar een lid van de Raad voor Cultuur durft te zeggen „importeer je balletdansers maar uit St.-Petersburg”, is niemand meer veilig – ook een erfgenaam van Einstein niet.

Dat er geen geld voor wetenschap bij komt, is beroerd. Dat er geld van de wetenschap wordt afgepakt om er industriële ‘topsectoren’ mee te spekken, is erger. Een wetenschapper is er immers niet om de positie van zijn baas op de termijnmarkt te dekken.

Toepassingen van wetenschappelijke vondsten zijn zo overweldigend talrijk en zo ongelooflijk nuttig dat zij onzichtbaar zijn geworden. Alles om je heen is wetenschap: van de fluoride die je gebit spaart tot de penicilline die je leven redt. Mobieltjes benutten satellieten die op hun beurt bomvol toegepaste wis- en sterrenkunde zitten. Het werkt bijna perfect en valt daardoor niet meer op.

Wetenschappers geven hun culturele opbrengst aan de mensheid. Altijd zo geweest, ook vóór Einstein. Maar de vraatzucht van de maatschappij kent geen maat. Een lijder aan valorisatie-obesitas die nog meer van de wetenschap eist, moet zich eerst eens afvragen: wat heeft de mensheid gedaan met de schatten die de wetenschap haar al heeft gegeven?

Die opbrengst is niet gegarandeerd. Konden we garanderen met een miljard euro van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een vaccin tegen malaria te kunnen maken, dan zou geen enkele wetenschapper dat geld opeisen voor een abstracter doel.

Het allergrootste probleem is nu juist dat die zekerheid er niet is, en er nooit kan zijn.

Want wetenschap berust op onderzoek. Wetenschap gaat nauwelijks over weten. ‘Kennisland’ slaat dus de plank mis: het moet ‘onderzoekland’ zijn. Helaas is de uitkomst van onderzoek van nature extreem onzeker. Echt onderzoek volgt een grillig pad zonder bewijsbaar doel, waar een vooraf aangewezen bestemming bijna nooit blijkt te bestaan. Als je produceert wat je hebt aangekondigd, is het product bijna altijd platvloers, soms zelfs bedrog. Elke belofte over resultaten, en zeker over toepassingen, is grootspraak. Ook bij het bedenken of maken van toepassingen van bewezen wetenschap gaat het heel vaak mis.

Plannen, sturing, ‘visies’ van wetenschappelijk onderzoek zijn dus in en van zichzelf onzin. Het is niet dat ik geen sturing wil, maar dat het niet kan. Waren wij altijd zo te werk gegaan als de stuurders willen, dan zouden we nog steeds bezig zijn goud uit lood te maken.

Dit funeste voornemen plechtig benoemen als ‘visie’ heet in de politiek ‘framing’. Het is geen visie, maar een poging de wetenschap te knevelen onder het mom van efficiëntie, met een cynisch beroep op het heersende populisme. Laten politici eens goed kijken naar de gifslangen in de doos van Pandora die tegenwoordig Twitter heet. We zitten helemaal niet te wachten op reaguurders in de wetenschap.

Al sinds Urbanus VIII proberen machthebbers vergeefs de wetenschap onder hun duim te krijgen. Zou het ze dan toch lukken met dat Facebookduimpje?