Schitterende papyri, duistere bronnen

Steve Green, een Amerikaanse miljardair en vroom christen, heeft een unieke collectie aangelegd van papyri en handschriften uit de vroege jaren van het christendom. De herkomst van sommige topstukken is onduidelijk.

Steve Green is multimiljonair geworden met Hobby Lobby, een hobbywinkelketen in de Verenigde Staten. Zelf heeft hij ook een hobby: hij verzamelt papyri, handschriften en artefacten die met de Bijbel te maken hebben. Hij mag zich de eigenaar noemen van onder andere het oudste joodse gebedenboek, fragmenten van de Dode Zee-rollen, de oudste bestaande christelijke kopie van het Boek Psalmen, pagina’s uit de Gutenbergbijbel en de complete Maanbijbel, een microfilm die in 1971 met Apollo 14 naar de maan is gevlogen.

De hele collectie bevat intussen 40.000 objecten en 1000 papyri en groeit nog steeds. Daarnaast is Green bezig om in Washington een Bijbel Museum te openen. Verder is zijn naam (en geld) verbonden aan het Green Scholar Initiative, waar prominente wetenschappers op het gebied van papyri, bijbelteksten, joodse geschriften en spijkerschrifttabletten studenten begeleiden. Green, een overtuigd christen, gaat ervan uit dat de wetenschap zal aantonen dat de Bijbel waarheidsgetrouw is.

In de internationale academische wereld is de laatste tijd rond de Green Collection rumoer ontstaan. Want waar komen zijn papyri vandaan? Zijn ze afkomstig uit illegale opgravingen? Worden Egyptische mummiemaskers, gemaakt van een soort papier maché van afgedankte papyri, vernietigd om te kijken of ze fragmenten uit het Nieuwe Testament en literaire en filosofische teksten van Griekse auteurs bevatten?

Vragen die opgeroepen werden door optredens van twee oud-medewerkers van de Green Collection in filmpjes op YouTube. Ze vertellen daarin een christelijk studentenpubliek hoe ze de ene na de andere sensationele ontdekking hebben gedaan door een mummiemasker in een bad met Palmolive-zeep te weken en te wachten tot de papyri loslieten. „En het mooie is,” zegt een van hen, „we kunnen dit doen, want het zijn onze mummiemaskers.”

Dichteres

En dan was er ook nog de ophef rond nieuwe fragmenten van de Griekse dichteres Sappho die begin dit jaar werden gepresenteerd door Oxford-geleerde Dirk Obbink, eerst in Britse media en later in het vooraanstaande Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik (ZPE). Een fragment was in het bezit van een anonieme Londense verzamelaar en een ander, met hetzelfde handschrift, kwam uit de Green Collection. Beide fragmenten waren volgens Obbink afkomstig van een mummiemasker, dat legaal was verworven. De precieze herkomst zou Obbink echter pas in het najaar in een nieuw artikel in ZPE publiceren.

Voor papyrologe Roberta Mazza, onderzoekster aan de Universiteit van Manchester, was dit alles reden om deze zomer op een jaarlijks internationaal congres in het Italiaanse Amelia een lezing te houden over verzamelaars, en de Green Collection in het bijzonder. „Green heeft binnen vijf jaar tienduizenden objecten en duizend papyri verzameld. Zoveel papyri zijn er niet legaal op de markt geweest.” Ze geeft ook een concreet voorbeeld van een dubieuze papyrus in de collectie van Green: een papyrus met een fragment van Paulus’ Brief aan de Galaten. „Die is eerder op eBay aangeboden door een notoir onbetrouwbare handelaar uit Turkije.” Mazza heeft ook haar twijfels over de herkomst van de papyri met de Sappho-teksten. „Hoe komen fragmenten van dezelfde papyrusrol terecht in cartonnages in verschillende collecties?” Tot slot vraagt ze zich af of mummiemaskers zo maar vernietigd mogen worden om er papyri uit te halen. „Zo’n mummiemasker is een archeologisch object. Voor de Green Collection lijken teksten belangrijker dan het object. En waarom doen ze het? Want in dergelijke maskers, die uit de eerste eeuw voor en na Christus stammen, vind je geen teksten uit het Nieuwe Testament.”

Ze heeft bij de Green Collection geïnformeerd naar de herkomst van de papyri, maar geen bevredigend antwoord gekregen. Ook Obbink, die ze persoonlijk kent, heeft ze gevraagd waar de Sappho-papyri vandaan komen. „Hij verwees naar het artikel dat nog moet verschijnen.”

Toch hoopt Mazza op veranderingen ten goede. „Er is een nieuw hoofd van de collectie, David Trobisch; hij dook afgelopen zomer op bij mijn lezing in Amelia en gaf toe dat er een probleem is. Hij vroeg me zelfs adviseur van de Green Collection te worden. Uit principe heb ik geweigerd; cultureel erfgoed hoort publiek bezit te zijn.”

Trobisch vliegt voor zijn nieuwe werk de wereld rond en een samenloop van omstandigheden maakt het mogelijk hem te spreken in de buurt van het Duitse Heidelberg. „In 1995 ben ik daar als onderzoeker van het Nieuwe Testament gepromoveerd. Daarna heb ik in Duitsland en Amerika gedoceerd. In 2007 ben ik zelfstandig consultant geworden en ik heb instituten als de British Library geadviseerd over handschriften. Sinds februari ga ik over de Green Collection.” Nee, Trobisch heeft er geen moeite mee dat Green streng christelijk is. Belangrijker vindt hij dat Green geen verzamelaar is die niets openbaar maakt en alles voor zichzelf wil houden. „Zo’n verzamelaar is rijp voor een psychiater.”

Dat betekent bijvoorbeeld dat de Green Collection bibliotheken en instituten helpt. „Wij kopen dan een handschrift voor hen en laten het daar voor onderzoek. Zo hebben we De Antichrist en de 15 Tekens van het Laatste Oordeel, een blokboek uit 1470, gekocht voor de Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel; het staat zelfs op de Duitse lijst van nationaal erfgoed. Onze enige voorwaarde is dat we zo’n aankoop wel mogen gebruiken voor onze tentoonstellingen.”

De Green Collection heeft verschillende internationale tentoonstellingen georganiseerd, legt Trobisch uit. „En die dragen geen evangelische boodschap uit.” Ook het Bijbel Museum, dat ze in 2017 in Washington willen gaan openen, zal geen uithangbord worden voor de persoonlijke geloofsovertuiging van Steve Green, die wel een christelijk lesprogramma voor scholen heeft laten ontwikkelen. „In het museum moet iedereen zich welkom voelen.”

Palimpsest

Op wetenschappelijk terrein werkt de Green Collection samen met de christelijke Baylor University, maar ook met zestig andere. Zo is in Cambridge een tiende-eeuwse palimpsest, de Codex Climaci Rescriptus, met speciale beeldtechnieken onderzocht: onder de Griekse tekst bleek het grootste corpus christelijke literatuur uit de vijfde tot negende eeuw in het Aramees schuil te gaan. Onlangs zijn in de codex ook de oudste bekende klassieke tekeningen van hemellichamen ontdekt, evenals een vroeg manuscript van Eratosthenes, die als eerste de omtrek van de aarde berekende, en de oudste kopie van het begin van een werk van de dichter en astronoom Aratus.

Maar niet alles bij de Green Collection is voorbeeldig geweest, zegt Trobisch. „Dit is een jonge verzameling die als een Amerikaanse onderneming zonder Duitse Gründlichkeit is aangelegd.” Er zitten vervalsingen in de collectie, er is gekocht bij handelaren die „de naam niet verdienen” en „ iemand die het woord provenance niet kon spellen” heeft aankopen gedaan. Maar van die man had de organisatie al een paar jaar geleden afscheid genomen en na Trobisch’ aanstelling hebben handelaren die zaken zonder betrouwbare herkomst aanbieden uit zichzelf geen contact meer gezocht. Belangrijker: tot nu toe heeft hij in de collectie niets ontdekt dat mogelijk illegaal is verworven of illegaal is opgegraven. Dat kan nog gebeuren. Ik heb Steve Green er zelfs al op voorbereid. Mochten er toch illegale papyri of oudheden in de collectie zijn, dan geven we die gewoon terug. Geen probleem.” Met een lach: „En Green heb ik gerustgesteld door te vertellen dat hij gewoon zijn belastingaftrek houdt, omdat hij de handschriften en objecten aan de Green Collection heeft geschonken.”

Zakenman

Momenteel zijn ze bezig met de bouw van een publiek toegankelijke database die vergelijkbaar is met die van Martin Schøyen, een bekende Noorse zakenman en verzamelaar van handschriften. Want Trobisch wil openheid. Straks moet iedere aankoop meteen op de website worden gepubliceerd, inclusief verzamelgeschiedenis en herkomst. „We geven alleen niet de namen van onze handelaren en het bedrag waarvoor we iets hebben gekocht.”

Over de Galaten-papyrus kan hij nu al meer vertellen: „Ik weet niet hoe hij op eBay te koop aangeboden kan zijn, maar wij hebben hem gekocht bij een vaste handelaar in Israël. Het fragment kwam in 1950 in de David Robinson Collectie in Amerika en is in 2011 bij Christie’s geveild. Overigens: ik ben niet achterlijk en weet dat verzamelgeschiedenissen worden verzonnen.” Over het Sappho-fragment zegt hij: „De papyrus is afkomstig uit een collectie die tussen 1955 en 1961 is gevormd. Er zijn zusterfragmenten in andere collecties in de VS en Europa, waaronder die van Bodmer. (Martin Bodmer (1899-1971) was een bekende Zwitserse bibliofiel en verzamelaar, TT.) De precieze herkomst zal in ZPE worden gepubliceerd.”

Intussen is een nieuw nummer van ZPE gepubliceerd, zonder de lang verwachte publicatie met de herkomst van de Sappho-papyrus. Een ding staat wel al vast: ook als later de herkomst alsnog wordt gepubliceerd heeft de hele gang van zaken de papyrologie geen goed gedaan.