Rozen en mojito

Wie in Iran rondreist is een attractie. Nog nooit is Toon Beemsterboer zo gastvrij ontvangen.

H

eb je zoiets ooit meegemaakt: je zit te lunchen in een restaurant, een wildvreemde man komt naast je tafel staan. De man stelt zich voor en zegt: „Ik wil graag deze lunch betalen.” Je lacht, kijkt verbaasd je tafelgenoot aan, en wijst het voorstel beleefd af. Maar de man reageert beledigd en dringt aan. „Het is net nieuwjaar geweest, ik wil je graag welkom heten.” Verbijsterd stem je toe. De man loopt terug naar zijn tafel, waar hij samen met zijn vrouw zit te eten. Niet veel later verlaten ze het restaurant.

Iran, wat een warm welkom. Ik ben in geen enkel land zó gastvrij ontvangen. En ik heb toch best veel gereisd in mijn leven.

De scène in het restaurant was zeker niet de enige keer dat de vriendelijkheid en openheid van de Iraniërs me verbaasden en ontroerden. Wandel door één van de vele prachtige parken in Isfahan of Shiraz, en voor je het weet krijg je ijs aangeboden, zit je met een vrouw in chador ghaliyan (waterpijp) te roken en thee te drinken, of sta je met een familie te volleyballen. Vraag aan iemand de weg, en niet veel later staat hij met zijn gedeukte Paykan naast het trottoir te toeteren om je een lift te geven. Weigeren kan echt niet.

Iran heeft veel te bieden voor toeristen. Je kunt skiën en paragliden in de bergen ten noorden van Teheran, duiken en snorkelen rond de eilanden in de Perzische Golf. De steden barsten van de indrukwekkende bezienswaardigheden, zoals eeuwenoude tuinen, pleinen en moskeeën. De keuken biedt geweldige kebab, verse specerijen zoals saffraan en koriander, veel granaatappel, en zalige zoetigheden met noten, rozenwater en oranjebloesem. Het openbaar vervoer tussen de grote steden is prima. De hotels zijn meestal toereikend naar westerse maatstaven en soms ronduit prachtig, zoals het Abbasi Hotel in Isfahan, waarvan de elegante eetzaal en de weelderige binnentuin wijzen op een glorieus verleden.

Toch heeft Iran grote moeite buitenlandse toeristen te trekken. Volgens cijfers van de regering is hun aantal de afgelopen jaren sterk toegenomen – van 2,2 miljoen mensen in 2009 tot 3,6 miljoen in 2011. Maar veruit het grootste deel zijn pelgrims uit andere moslimlanden die de heilige plaatsen Mashad en Qom bezoeken. Vorig jaar waren slechts 20.000 bezoekers echt toeristen, zo blijkt uit Iraanse cijfers.

Cash

De Iraanse president Rohani wil het aantal buitenlandse bezoekers elk jaar verdubbelen tot 10 miljoen. Dit moet de economische crisis helpen bezweren en „vier miljoen banen creëren, waardoor het probleem van de drieënhalf miljoen werklozen in dit land wordt opgelost”, aldus de president na zijn aantreden vorig jaar.

Rohani geeft westerse sancties tegen Iran er de schuld van dat de toeristen wegblijven. Vooral het verbod op financiële transacties. Hierdoor kunnen toeristen geen geld uit de muur halen en geen internationale creditcards gebruiken. De hoeveelheid geld die je denkt uit te geven, moet je dus voor vertrek pinnen, waardoor je constant met een berg cash op zak loopt.

Gelukkig is Iran een veilig land, dat mede dankzij de strikte overheidscontrole relatief lage criminaliteitscijfers heeft. Er geldt geen negatief reisadvies, maar het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken raadt reizen naar het grensgebied met Afghanistan en Pakistan wel af vanwege de aanwezigheid van drugsbendes. De meeste toeristen beperken zich echter toch al tot de steden in het midden van het land.

Het slechte imago is het grootste obstakel voor de groei van het toerisme. Zeker westerlingen zien Iran als een toevluchtsoord voor terroristen, waar een verstikkende sluier van moslimfundamentalisme overheen hangt. Schromelijk overdreven, zo blijkt als je er bent. Natuurlijk moet je als vrouw de kledingvoorschriften naleven: hoofddoek en overjas zijn verplicht. Alcohol is verboden en er zijn geen nachtclubs. Niet erg aantrekkelijk voor jonge, avontuurlijke reizigers.

Maar wie goed zoekt, kan in de grote steden wel degelijk plekken vinden waar de autoriteiten een oogje dichtknijpen. Feestjes vinden thuis plaats, achter gesloten deuren. Er zijn restaurants waar de eigenaar de andere kant op kijkt als je een scheutje rum in je virgin mojito schenkt. En in de bergen ten noorden van Teheran ligt het skidorp Shemshak – ook wel Shibiza genoemd, naar het Spaanse eiland – waar het hele seizoen flink wordt gefeest.

Veel Iraniërs drinken alcohol, vaak een zelf gestookt goedje dat arak heet. Als ze een feestje geven, kunnen ze een dealer bellen, die alcohol aan de deur bezorgt. Vaak zijn dit Armeniërs of mensen van een andere christelijke minderheid die van de autoriteiten toestemming hebben om alcohol te produceren en consumeren.

Flaneren

Een bezoek aan Iran is des te specialer nu er nog nauwelijks buitenlandse toeristen zijn. Je bent echt een attractie. Zeker jongeren in de grote steden – de helft van de bevolking is onder de 35 – snakken naar contact met buitenlanders. Ze flaneren in de weekenden tot laat door de winkelstraten van de grote steden. Op Amerikaanse leest geschoeide hamburger- en pizzatenten zijn razend populair. Meisjes dragen vaak make-up, strakke broeken onder hun overjas en ondanks hun hoofddoek laten ze behoorlijk wat haar zien.

Velen kunnen hun nieuwsgierigheid niet bedwingen. Hun spervuur van vragen verloopt meestal volgens vast patroon:

„Waar kom je vandaan?”

„Waar in Iran ben je allemaal geweest?”

„Wat vind je van Iran?”

„Dacht je voordien dat we allemaal terroristen waren?”

Het is ook interessant om de conservatieve kant van Iran te ervaren. Zoals tussen de religieuze studenten en de mullahs in de voor shi’ieten heilige stad Qom. Knoop een praatje aan met een mullah bij de tombe van Fatemeh, de zuster van de achtste imam, waar jaarlijks miljoenen pelgrims op afkomen. Daar zal hij zeker voor openstaan. Je zult een idee krijgen van de conservatieve geestelijkheid die sinds de revolutie in 1979 de dienst uitmaakt in Iran.

Er is nog een plek waar je die conservatieve onderstroom kan voelen: de bazaars met hun traditionele kooplieden, die de revolutie voor een belangrijk deel droegen en nu nog steeds in het centrum van het economische en politieke leven staan. Werkelijk alles is er te koop. Het is bijzonder dat deze handelscentra met hun hoogwaardige handwerk nog steeds zo belangrijk zijn in deze tijd van globalisering. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het anti-Westerse beleid van Khomeini en Khamenei, dat Iran in een isolement heeft gedreven.

Maar de Perzische cultuur is veel meer dan islam en revolutie. Eén van de grootste attracties in de stad Shiraz is de graftombe van de grote dichter Hafez, die alomtegenwoordig is in Iran ook al is hij al eeuwen dood. Hij was al razend populair bij leven, zo populair zelfs dat hij met zelfspot schreef: „Nimmer heb ik zoetgevooisdere verzen/ Onder ogen gekregen dan de jouwe, O Hafez!/ Dat durf ik te zweren op de Koran.

Ook nu nog wordt Hafez aanbeden alsof hij een popster is. De beste plek om dat mee te maken is bij zijn graftombe, die verscholen ligt in een stille rozentuin. Aan het einde van de dag, als de zon laag hangt en de tuin een oranje gloed krijgt, druppelen steeds meer mensen binnen. Uit de speakers klinken recitaties van Hafez’ bloemrijke verzen. Een meisje in een zwart gewaad knielt bij de marmeren tombe en kan haar tranen niet bedwingen. Een oude man interpreteert tegen betaling strofen, waarin een diepere betekenis verborgen zou liggen.

Op plekken als deze voel je de trots van de Iraniërs voor hun roemrijke geschiedenis en cultuur.