Preken voor doven

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Wie na de bundeling van liefdesbrieven aan zijn twee maîtresses zin heeft gekregen in het echte werk, de erotische poëzie van Herman Gorter, kan terecht bij Een glorieus ding [1]. Zo noemde Gorter zijn van seksuele drift zinderende gedicht ‘Een dag in het jaar’. ‘In uwen schoot valt het rijk/ der gansche wijd en zijde aard -/ gij zijt de stille haard,/ etende, drinkende nimmer genoeg./ O mag ik in u nog/ koele, brandende gapende mond.’

Gorter verbood publicatie van deze ‘literaire decadentie’, maar het werd na zijn dood opgenomen in de Verzamelde werken. Nu verschijnt het voor het eerst als zelfstandig ‘ding’. Volgens bezorger Johan Sonnenschein valt er op het in Amsterdam gesitueerde gedicht geen stadswandeling te baseren. Niettemin zijn de wallen, ook in Gorters tijd al prostitutiegebied, herkenbaar: ‘Rood flikkeren op de wallen aangezichten/ waarop de wilde brandzeilen weerlichten.’

En wij maar denken dat Gorter in de wintermaanden ’s avonds langs de Amsterdamse grachten rende om zijn conditie te versterken, zoals staat in het nawoord bij De koploper [2]. Het wemelt inmiddels van de verhalen over wielrennen en voetballen, dus een bundel over hardlopen kon niet uitblijven. Volgens samensteller Max Dohle is ‘De eenzaamheid van de langeafstandsloper’ van de Britse auteur Alan Silitoe de beroemdste novelle over dit onderwerp

Hij heeft meer sterke bijdragen uit de Britse literatuur opgenomen. Maar ook een Nederlandse schrijver als Dirk van Weelden weet het hardlopen welhaast mystieke proporties te geven. Het is voor zijn hoofdpersoon ‘een elementaire bouwsteen die hem maakt tot wie hij is’. En Louis Couperus mag dan geen hardloper zijn geweest, voor hem was het kijken ernaar de ‘de eredienst van het mannelijk lichaam’. Op de loopbaan verschenen voor zijn geestesoog jonge, naakte mannen ‘als zongebruind volmaakte, bewegende beelden van marmer’. Of dit een hardloopverhaal genoemd kan worden, mag worden betwijfeld.

Enerzijds is Europa volgens Maarten van Rossem [3] een bondig overzicht van de geschiedenis van de Europese integratie, anderzijds is het een pamflet tegen de populistische retoriek over een Europese superstaat (‘kletskoek’). De in 1943 geboren historicus herinnert zich de schrale jaren van zijn jeugd. De welvaart en de stabiliteit die West-Europa sindsdien heeft gekend beschrijft hij als het succes van de Europese integratie, zoals ook de inpassing van de voormalige Oostbloklanden in de West-Europese economie een prestatie van historische betekenis is geweest.

Misschien omdat het voor nationalisten en eurosceptici niet simpel genoeg kan, schuwt Van Rossem enig simplisme niet (‘Liefhebbers moeten maar eens opzoeken hoe het zit'', schrijft hij over de herschikking van de Europese instituties). Maar populisten gaan dit boekje toch niet lezen.

Bestemd voor dovemansoren lijkt ook de aanklacht van oorlogsverslaggever Arnold Karskens tegen de vader van koningin Máxima. Een paar dagen nadat zijn boek De zaak Zorreguieta [4] verscheen, werd gemeld dat de oud-functionaris van het Videla-regime was overleden. Karskens toonde zich verheugd toen dit niet het geval bleek, want hij blijft hopen op strafvervolging van de man die volgens hem medeplichtig is aan misdaden tegen de menselijkheid.

De gedreven auteur laat talrijke nabestaanden van de onder het militaire bewind in Argentinië ontvoerde, gemartelde en vermoorde slachtoffers aan het woord. Allemaal zijn ze ervan overtuigd dat Zorreguieta als staatssecretaris van Landbouw en Veeteelt ten tijde van de junta op zijn minst heeft geweten van gruweldaden tegen zijn ondergeschikten. Ook draagt hij argumenten aan voor de stelling dat zijn positie als schoonvader van de koning hem tot nu heeft behoed voor vervolging. Karskens was in Buenos Aires bij Zorreguieta aan de deur voor wederhoor, maar zijn echtgenote liet weten dat hij geen reactie wil geven. ‘Hij heeft het al gedaan toen we besloten het huwelijk niet bij te wonen. Toen heeft hij een verklaring afgegeven in Holland, of weet ik waar.’