Obama verloor de meerderheid in de Senaat door slecht ebolaboek

De grootste ebola-uitbraak ooit, een jaar geleden onopgemerkt begonnen met de dood van een tweejarig jongetje in Guinee, heeft twee gerecyclede boeken opgeleverd.

Het Killervirus van de Amerikaanse wetenschapsjournalist Richard Preston verscheen in 1994 en stond in de Verneigde Staten als The Hot Zone maandenlang op de bestsellerlijsten. Preston schildert ebola af als een acute bedreiging voor de hele wereld. De overdreven bangmakerij in het boek heeft, samen met het virtuele drama in de film Outbreak (1995), de tegenwoordig ebola-angst van de Amerikanen gevormd.

Dat schrijft David Quammen, ook wetenschapsjournalist, in zijn boekje. Het is een los hoofdstuk uit Spillover (2012), een boek over ziekteverwekkers die overspringen van dier naar mens.

President Obama kwam in oktober in politieke problemen door de ongefundeerde, door Preston opgewekte ebolavrees. Hij kreeg, net voor verkiezingen waarbij hij zijn meerderheid in de Senaat toch al dreigde kwijt te raken, een stortvloed aan verwijten over zich heen dat hij het Amerikaanse volk niet tegen Afrikaanse ziekten wist te beschermen.

Het gebeurde nadat twee verpleegkundigen in Texas met ebola besmet waren geraakt. Ze hadden een ebolapatiënt verzorgd die met het virus onder de leden uit Liberia naar Texas was gereisd en daar ziek was geworden. Het was ook wel een schandaal wat er in dat Texaanse ziekenhuis gebeurde.

Maar de Amerikanen reageerden alsof het virus de helft van alle Amerikanen snel zou transformeren in dode huidzakken gevuld met slijmerig bloed – bij leven al verteerd door het wild om zich heen grijpende ebolavirus.

In die termen beschrijft Preston de ebolaslachtoffers. Op de cover van het nu opnieuw uitgebrachte boek staat zowel ‘waargebeurd’ als ‘thriller’. Op de achterflap staat een citaat uit mijn eerdere NRC-bespreking, uit 1995: „zeer spannend, op waarheid berustend”. In de krant stond: „zeer spannend, grotendeels wel op waarheid berustend”.

Het boekje van David Quammen is veel beter. Quammen reisde door Afrika en bezocht plaatsen waar ebola-uitbraken zijn geweest. En hij sprak met mensen die erbij waren. Hij beschrijft de grotten en mijnen waar tienduizenden fruit etende vleermuizen huizen. Met hun virussen, waar ze niet ziek van zijn. Maar waar wij soms wel ziek van worden. Het is steeds zekerder dat de ebolavirussen zich daar schuil houden.

Quammen heeft zijn ebolahoofdstuk uit Spillover nauwelijks geactualiseerd. De stormachtige ontwikkeling van vaccins en mogelijke medicijnen blijft daardoor onvermeld.

Preston schreef een nieuw voorwoord en houdt daarin vol dat ebola een gevaar voor de wereld is: „Vergis je niet: ebola is een vijand van ons allemaal. Als het virus verandert of muteert op zijn weg door de mens, zou het zomaar in staat kunnen blijken om naar elke willekeurige plek ter wereld te reizen, van Bangladesh tot Beverly Hills.”

Onwaarschijnlijk, vinden alle deskundigen dat. Er zijn ook geen aanwijzingen dat het virus zich aan de mens aanpast en altijd onder de mensen blijft. In wat mildere vorm noodzakelijkerwijs, want voorlopig is de mens voor ebola een dead end host.

David Quammen heeft het met zijn gesprekspartners soms over het boek van Preston. Die kraken het af. Ze zagen alleen dat na boek en film de onderzoekssubsidies voor ebola opeens binnenstroomden. Maar de patiënten smelten of exploderen niet. En ze huilen ook geen bloed, zoals Preston schrijft: „Sommigen hadden stuipen – de laatste fase, als de dood intreedt – hun armen stijf en schokkend, ogen omhooggerold, bloed stromend uit neus en rectum.” „Bullshit”, zegt een kenner daarover tegen Quammen.