Nog meer ruzie over alimentatie

Gescheiden ouders moeten nieuwe geldafspraken maken nu komend jaar een wet wordt ingevoerd. Echtscheidingsadvocaten rekenen op meer conflicten. „De kinderen betalen de rekening.”

foto XF&M

Heeft mijn kind niet allang nieuwe schoenen nodig? Daar betaal ik toch voor? En: waarom zit mijn ex op Ibiza, terwijl ik maar honderd euro in de maand krijg voor mijn zoon? Kinderalimentatie kan voor veel discussie en emotie zorgen.

En die emoties zullen nog hoger oplopen met de invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen per 1 januari 2015, verwachten echtscheidingsadvocaten. De wet moet het aantal kindregelingen terugbrengen van elf naar vier. Maar het neveneffect is volgens hen dat de alleenstaande die alimentatie krijgt, er straks flink op achteruitgaat. De alleenstaande oudertoeslag in de bijstand en de alleenstaande ouderkorting vervallen en de fiscale aftrek van betaalde kinderalimentatie wordt afgeschaft. Ertegenover staat wel dat het kindgebonden budget wordt verhoogd (de zogenoemde ‘alleenstaande ouderkop’): maximaal 3.050 euro bij een inkomen onder de 19.767 euro.

„Voor scheidingsadvocaten creëert het veel extra werk”, zegt Rob van Coolwijk, voorzitter van de vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS). „Maar dat kan nooit de bedoeling zijn van deze wetgeving. Het gaat uiteindelijk om het welzijn van de kinderen, dit leidt alleen maar tot meer conflicten.” Ouders moeten immers wéér met elkaar in discussie over geld – vaak een gevoelig onderwerp na een echtscheiding.

Ingewikkelde rekensom

De berekening van kinderalimentatie is sowieso al complex door de vaststelling van het (fiscale) netto besteedbaar inkomen van beide ouders: hoe ga je bijvoorbeeld om met een bonus, de hypotheekrenteaftrek of de bijtelling van de leaseauto? Voor de hoogte van de kinderalimentatie wordt verder gekeken naar twee begrippen: behoefte en draagkracht. Wat is de behoefte van het kind en hoe worden deze kosten vervolgens over de ouders verdeeld? Beide ouders hebben een onderhoudsplicht totdat het kind 21 jaar is, ook als ze niet getrouwd zijn of als er geen ouderlijk gezag is.

De berekening van die behoefte en draagkracht – waarbij op het netto besteedbaar inkomen allerlei tabellen en formules worden losgelaten – is een hele exercitie, waarvan de meeste ouders zullen hopen dat ze dat maar één keer hoeven doen. Maar die kans lijkt met de invoering van de nieuwe wet klein.

Hoewel adviseurs en advocaten eerst dachten dat het afschaffen van de belastingaftrek de belangrijkste wijziging per 1 januari was – een maatregel die de alimentatiebetaler raakt – verschuift de aandacht nu naar de ontvanger van de kinderalimentatie. De Expertgroep Alimentatienormen, die bestaat uit familierechters die zich bezighouden met alimentatiezaken, deed onlangs uitspraak over hoe zij de nieuwe wet uitlegt. Volgens de rechters wordt door het verhoogde kindgebonden budget de resterende behoefte aan kinderalimentatie lager en kan deze bij berekeningen zelfs uitkomen op nul. De niet-verzorgende ouder hoeft dan ineens niets meer te betalen.

Volgens Van Coolwijk zijn weinig mensen zich hiervan bewust. „Het wegvallen van de fiscale aftrek voor degene die alimentatie betaalt, krijgt veel meer aandacht. Maar de gemiddeld vijftig euro per maand die de betaler erop achteruitgaat, valt in het niet vergeleken bij de gevolgen voor de ontvanger, die wel zo’n driehonderd euro minder kan krijgen.”

‘Voelt als een dreiging’

De 39-jarige Esmee werd op die gevolgen gewezen door haar advocaat. Haar volledige naam wil ze niet in de krant, „om mijn ex niet op ideeën te brengen”. Omdat het contact met haar ex redelijk is, hoopt ze dat er na 1 januari weinig verandert. „We praten wel, maar liever niet over geld, dan gaat het mis. Als hij het echt anders wil, moet hij toch eerst naar de rechter stappen. Dat zal hij niet zomaar doen, ook vanwege onze dochter. Maar het voelt wel als een dreiging. Je weet nooit hoe het loopt.”

Wat het precies voor haar inkomsten zou betekenen, kan zelfs haar advocaat nog niet met zekerheid zeggen. Vereenvoudigd lijkt het hierop neer te komen: Esmee heeft een maandelijks inkomen van zo’n 1.400 euro en krijgt 250 euro alimentatie, samen 1.650 euro. In de nieuwe situatie wordt haar inkomen 1.150 euro door het wegvallen van de alleenstaande ouderkorting. Daar staat tegenover dat ze ongeveer 250 euro extra krijgt uit het kindgebonden budget, zodat ze weer uitkomt op 1.400 euro. Tot zover niets aan de hand.

Het verschil is alleen dat deze 250 euro aan de verkeerde kant van de streep wordt meegewogen: hij wordt niet bij de draagkracht opgeteld, maar gaat direct van de behoefte van het kind af. Omdat de behoefte was berekend op 250 euro (het alimentatiebedrag), komt de resterende behoefte na 1 januari uit op nul. De alimentatieplicht zou dan komen te vervallen en in de praktijk zou ze 250 euro minder krijgen. Tenminste, als haar ex naar de rechter gaat.

Of ook de laagste inkomens erop achteruit gaan, is volgens Marjolijn Schram, scheidingsadvocaat bij Van der Kruijs advocaten in Den Bosch, nog niet duidelijk. „De heffingskortingen waarop de alleenstaande ouder nu nog recht heeft, worden door lagere inkomens niet altijd volledig benut.” Omdat de korting een percentage is van het inkomen, geldt: hoe hoger het inkomen, hoe meer korting. „Straks wordt die korting volledig uitbetaald door de verhoging van het kindgebonden budget”, zegt Schram. Het kan dus zijn dat mensen op bijstandsniveau er per saldo weinig van merken, maar de hogere inkomens zullen erop achteruitgaan. „En dat heeft iets kroms, want de alimentatieplichtige kan het wel gewoon betalen volgens de draagkrachtberekening.”

‘Advocaten gaan hiermee adverteren’

Marleen van Beek van het platform Alimentatiewijzer.nl bevestigt dat de gevolgen van de nieuwe wet nog niet algemeen bekend zijn. „We krijgen wel veel telefoontjes over de afschaffing van de aftrek, daar lijkt men zich inmiddels redelijk van bewust. Mensen willen vooral weten of dit een reden voor herziening van hun alimentatieafspraken is. Wij zijn daar nog voorzichtig mee. In het verleden was een wetswijziging an sich geen reden om de afspraken te wijzigen.”

Volgens Schram blijkt uit de uitleg van de Expertgroep Alimentatie nu wel duidelijk dat het verdwijnen van het fiscaal voordeel voldoende grond is om de hoogte van de alimentatie opnieuw te laten berekenen. „Een rechter moet dan de normen zoals die gelden in 2015 toepassen. Dus ook als iemand naar de rechter stapt vanwege de afschaffing van de aftrek, worden de nieuwe kindregelingen in het plaatje meegenomen.”

Met als mogelijke uitkomst dat er dan nóg minder alimentatie betaald hoeft te worden dan aanvankelijk de intentie van de betaler was.

Advocaten zullen hier zeker mee gaan adverteren, denkt Schram. „Minder alimentatie betalen? Stap naar de rechter! Als de verstandhouding dan al slecht is, zullen mensen daar gevoelig voor zijn. De kinderen betalen uiteindelijk de rekening: minder geld en een slechtere relatie tussen hun ouders.”